Onderzoek naar linkse wetenschap ‘zinnig’

Kamermotie

De Kamer wil laten onderzoeken of wetenschappers te links zijn. Geen slecht idee, vinden sommigen van hen.

Foto iStock

Is de wetenschap een linkse kliek, die in zijn onderzoek is bevooroordeeld door zijn politieke ideologie? De VVD-Kamerleden Duisenberg en Straus willen het uitgezocht hebben en dienden er een motie voor in. Ze willen dat de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) uitzoekt of er sprake is van zelfcensuur en een „beperking van diversiteit van perspectieven”. De motie werd dinsdag aangenomen.

De KNAW wilde desgevraagd niet op de motie reageren. De minister is eerst aan zet, aldus een woordvoerder.

Minister Bussemaker (Wetenschap, PvdA) liet woensdag weten dat ze de onafhankelijkheid van de wetenschap niet „per politiek decreet” wil borgen. Elk initiatief daartoe is aan de wetenschap zelf. Het lijkt er dus op dat ze de motie niet gaat uitvoeren.

Zou de wetenschap zich er iets van aan moeten trekken? Niet als het gaat om de vraag of de aarde rond is, of er evolutie is, en of de aarde opwarmt. De wetenschappelijke literatuur ziet een te eenzijdige politieke oriëntatie van onderzoekers vooral als een probleem in de psychologie en sociale psychologie, als die met antwoorden moet komen op politiek en moreel beladen kwesties, zoals abortus, de doodstraf, immigratie, werkloosheid. Thema’s waarbij de wetenschappelijke feiten ruimte voor twijfel laten.

Door hun uiteenlopende wereldbeeld komen liberalen en conservatieven met andere onderzoeksuitkomsten. Conservatieven wegen loyaliteit, autoriteit en onschendbaarheid zwaarder. Liberalen kennen meer waarde toe aan zorg en eerlijkheid. Dit gewicht komt terug in de oplossingen die worden aangedragen. Is de ene oplossing beter dan de andere? Daarover is gerede twijfel mogelijk.

Vooroordelen in onderzoek

Psycholoog Yoel Inbar deed in 2012, toen hij nog verbonden was aan de universiteit van Tilburg, onderzoek naar de politieke opvattingen van sociaal-psychologen. Hij kent de motie niet, maar zegt dat ze hem „zinnig” in de oren klinkt.

Inbar, die tegenwoordig werkt aan de universiteit van Toronto, enquêteerde samen met zijn toenmalige collega Joris Lammers ruim vijfhonderd, hoofdzakelijk Amerikaanse wetenschappers. Op sociale thema’s categoriseerde 4 procent zich als conservatief, op economische thema’s was het 20 procent. Een aanzienlijk deel gaf toe dat ze iemand zouden discrimineren als ze wisten dat hij of zij conservatief is. Een op de vier ondervraagden zou dat doen bij het toekennen van onderzoekssubsidies, een op de drie bij sollicitaties.

Deze selectie, zegt Inbar, leidt tot vooroordelen: in de onderzoeksvragen die worden gesteld, de onderzoeksmethoden die worden gekozen, en de antwoorden die worden geformuleerd. „Dit is slecht voor de geloofwaardigheid van ons vakgebied”, zegt Inbar.

Tot dezelfde conclusie kwam een groep wetenschappers twee jaar geleden in het tijdschrift Behavioral and Brain Sciences, onder wie toonaangevende namen als Jonathan Haidt en Philip Tetlock. In hun ogen zou meer politieke diversiteit de sociale psychologie verbeteren. Het is niet altijd zo geweest, schrijven ze in hun artikel. Vijftig jaar geleden kende het vakgebied veel meer politieke diversiteit. Maar het is die in de loop der tijd bijna helemaal kwijtgeraakt.

Stemming

De scheiding in politieke ideologie kwam trouwens goed tot uitdrukking in de stemming over de motie. Behalve de VVD stemden PVV, CDA, SGP en een aantal kleinere partijen voor. De PvdA, D66, SP, GroenLinks stemden tegen, net als de ChristenUnie. Kamerlid Duisenberg zegt mede de motie te hebben ingediend om te willen weten of het probleem in Nederland net zo groot is als in de Verenigde Staten. „Niet om PvdA’ers, Groenlinksers en D66’ers te turven.”

Vorige week ontstond er ophef toen bekend werd dat hij de motie, samen met partijgenoot Straus zou indienen. Ze zouden de wetenschap willen politiseren. Duisenberg ontkent dat. „Dit moet geen polariserende links-rechtsdiscussie zijn.”

Duisenberg noemt het voorbeeld van een onderzoeker die in zijn proefschrift concludeerde dat de economische effecten van immigratie te positief zijn voorgesteld door de wetenschap. Toen hij na zijn promotie een voorstel voor vervolgonderzoek indiende bij wetenschapsfinancier NWO, kreeg dat weliswaar een positieve beoordeling, maar toch kreeg hij geen geld. Uiteindelijk hield de wetenschapper het voor gezien. Ook omdat hij geen zin meer had voortdurend te worden veroordeeld door collega’s.