Niet meer arm en achtergebleven

Handelsmissie Oost-Duitsland

Oost-Duitsland economisch hopeloos? Dat beeld klopt allang niet meer. Het verschil met het westen wordt steeds kleiner.

Koning Willem Alexander en koningin Maxima bezoeken het Leibniz-Institut fur Photonische Technologien Jena tijdens een bezoek aan de Duitse deelstaten Thuringen, Saksen en Saksen-Anhalt. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Deze Oost-Duitse firma weet hoe ze indruk moet maken op een groep Nederlandse ondernemers uit de hightechsector. Een medewerker van Piezosystem in Jena draait langzaam aan de grote knop van een apparaat, waardoor alle koffiekopjes in het vergaderzaaltje steeds harder op hun schoteltjes beginnen te trillen, de waterglazen op tafel zachtjes gaan dansen en zelfs de vloer meevibreert.

De Duitser demonstreert een geavanceerde ‘shaker’, een stalen cilinder ter grootte van een bloempot, waarmee heel precies trillingen veroorzaakt kunnen worden – belangrijk voor bijvoorbeeld het testen van materialen. Het is een van de geavanceerde producten die de economie in het oosten van Duitsland helpen uit het diepe dal te klimmen waar ze na de ondergang van de DDR in terecht was gekomen.

Meer dan een kwarteeuw na de Duitse hereniging in 1990 loopt de economie in het oosten nog altijd achter op die in het westen. Maar het verschil wordt kleiner. Het beeld van Oost-Duitsland als een economisch hopeloos geval – arm, achtergebleven en grotendeels bevolkt door ouderen en werklozen – klopt allang niet meer.

Hoopvol nieuws

Bedroeg het bruto binnenlands product per inwoner in 1991 nog minder dan de helft (42,8 procent) van dat in het westen, inmiddels is dat opgelopen tot 72,5 procent. Hoopvol nieuws is er ook over de werkloosheid. Nog altijd is die met 9,2 procent fors hoger dan in de westelijke deelstaten (5,7 procent). Maar de ontwikkeling is goed: twintig jaar geleden was de werkloosheid hier nog bijna 14 procent. Meer mensen hebben in het oosten een baan dan sinds 1992 ooit het geval was: 7,6 miljoen. De lonen liggen inmiddels op 97 procent van het niveau in het westen.

„Sommige regio’s staan er goed voor en hebben een manier gevonden om zich te ontwikkelen”, zegt Joachim Ragnitz, Oost-Duitsland-specialist van het economisch onderzoeksinstituut Ifo. „Maar in andere streken zijn de problemen nog groot, vooral vanwege de demografische situatie.”

Na de Duitse eenwording en de sluiting van onrendabele bedrijven, trokken veel mensen, dikwijls jong en goed opgeleid, naar het westen – vele tienduizenden per jaar. De bevolking slonk met zo’n twee miljoen inwoners. In 2016 zijn voor het eerst in decennia weer meer mensen naar het oosten gekomen dan er vertrokken zijn. Maar daar profiteren vooral de steden van, onder meer dankzij hun universiteiten en hogescholen: het hippe Leipzig, Jena (met zijn van oudsher sterke optische bedrijven), Dresden, Erfurt en Potsdam.

Een teken van het herstel is ook dat zo’n zeventig Nederlandse bedrijven en instellingen dezer dagen deelnemen aan een handelsmissie naar drie deelstaten in het oosten: Thüringen, Saksen en Saksen-Anhalt. De missie, die wordt aangevoerd door minister Lilianne Ploumen (Buitenlandse handel en Ontwikkelingssamenwerking, PvdA), loopt parallel aan een werkbezoek van de koning en de koningin aan deze drie deelstaten.

Nederlandse bedrijven exporteren voor zo’n 3 miljard euro naar deze drie deelstaten – en zien kansen voor groei. Op hun beurt exporteren Thüringen, Saksen-Anhalt en Saksen, voor 2,7 miljard naar Nederland.

„Het is lastig om hier hoogopgeleid personeel te vinden”, waarschuwt Bauke-Jan Schuite, general manager van het Nederlandse familiebedrijf Schuite & Schuite Druckfarben, dat sinds 2007 in Thüringen drukinkt produceert. „Je moet je mensen zelf opleiden of importeren.” Maar daar staat tegenover, zegt hij tegen zijn bezoekende landgenoten, „dat de werkmentaliteit heel goed is en bouwen aantrekkelijk is. Men wil hier graag innovatieve industrie en daar zijn subsidies voor beschikbaar.”

De saneringen na de Duitse eenwording hebben dramatische gevolgen gehad: van de 200.000 banen in de chemische industrie in Oost-Duitsland waren er twee jaar later nog maar 35.000 over, vertelt Klaus Kuhlage, CEO van AkzoNobel Thüringen. „Doordat veel jonge mensen zijn weggetrokken, is de gemiddelde leeftijd hier gestegen van 37,9 jaar in 1990 tot 46 jaar in 2010 en straks ruim 51 jaar in 2030.” Geschoold personeel vinden is ook voor hem moeilijk, erkent hij, zeker als je zoals AkzoNobel in een wat afgelegen een stadje als Greiz zit.

De wegen in het oosten van Duitsland zijn over het algemeen goed en nog niet verstopt. Maar de digitale snelweg laat buiten de steden nog veel te wensen over. „In heel Oost-Duitsland is dat een probleem”, zegt econoom Ragnitz. „In dichtbevolkte gebieden gaat het de goede kant op, maar in landelijke streken vaak niet. Je kunt er daarom niet van uitgaan dat digitalisering als bedrijfsconcept goed functioneert.”