Met Quillermo

Lisa Vos belt met Quillermo Pellicaan (41) die in april de Marathon des Sables rent, een zevendaagse race van 250 kilometer door de Sahara.

Mijn hemel...

„De eerste drie dagen zijn ‘de opwarmertjes’: zo’n 35, 40 kilometer per dag. Dag 4, de zogeheten koninginnerit, is de grootste uitdaging. Dan staat er een etappe van 85 kilometer op het programma. Je redt dat nooit binnen een dag, dus moet je ’s nachts door. Dag 5 rust je uit, dag 6 leg je een normale marathonafstand af en dag 7 loop je de laatste twintig kilometer.”

Waar zie je het meest tegen op?

„De temperatuur. Overdag kan die oplopen tot 40 graden, maar ’s nachts daalt deze weer tot 4 graden. Afzien! Bovendien moet iedereen tijdens de race helemaal voor zichzelf zien te zorgen. Dat houdt in dat je een rugzak van minstens 8 kilo met je meedraagt. Ik zal mij vast wel een keer afvragen waarom ik dit eigenlijk doe. Hoe dan ook: stoppen is geen optie.”

Wat is je motivatie om te allen tijde door te gaan?

„Het halen van de finish. Zeker bij een evenement waarvan je weet dat een aanzienlijk deel van de lopers, stuk voor stuk getrainde mensen, die niet haalt. Dat gevoel is bijna verslavend.”

Waarom zoek je zulke grenzen op?

„Ik zie het als een organisch proces. De eerste keer dat ik vijf kilometer liep was ik zo trots. Om datzelfde gevoel te behalen, moet het steeds verder en gekker.”

Bizar.

„Zeker. Mijn ouders hadden een café. Op mijn dertiende dronk en rookte ik meer dan wat andere mensen doen als zij tien jaar verder zijn. Sport beperkte zich tot in het doel staan op voetbal. Waar anders zet je iemand neer die niet loopt?”

Wat is de volgende stap?

„Zodra ik terug ben, neem ik een kleine break. Niet voor lang: het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Ik heb al een soortgelijke wedstrijd op het oog, alleen dan in de vrieskou van Noorwegen.”