Recensie

Joost Swarte tekent de ateliers van De Stijl

Tekenaar Joost Swarte maakte een kunstprentenboek over De Stijl voor kinderen. In één oogopslag wordt steeds duidelijk wat voor soort kunst de hoofdrolspelers van De Stijl voorstonden.

raag aan Theo van Doesburg: ‘U schilderde landschappen en portretten. Mist u dat niet?’ Antwoord: ‘Nee hoor, ik zeg je: de gevoelige kunstenaar verdwijnt. We gaan de kunsten definitief veranderen.’

Een tweede vraag: ‘Maar mist u de kleuren van de natuur niet? Die zijn toch best aardig om naar te kijken?’ Antwoord: ‘Eenvoudige vormen in de kleuren rood, blauw en geel: dát is de nieuwe schoonheid.’

Met dit mini-interview van twee vragen introduceert tekenaar Joost Swarte in zijn kunsthistorisch boek En toen De Stijl de revolutionaire kunst van schilder en ontwerper Theo van Doesburg. Daar voegt hij nog een inleidend tekstje bij van een handvol regels. Maar het meest kom je te weten van de tekening die Swarte maakte van het atelier van Doesburg.

Wie waren de oprichters van de Stijl, en hoe ontstond deze stroming? Bekijk de video:

Tien ateliers van tien hoofdrolspelers bij De Stijl laat Swarte zien in dit boekje voor de jeugd: van Van Doesburg en Vilmo Huszár tot en met Ko Verzuu en Piet Mondriaan. Van iedere kunstenaar maakte Swarte twee tekeningen: één in het atelier en een tweede in rode inkt, van het interview. De journalist in kwestie is een rechtop lopende kat, een typisch Swarte-figuurtje.

Vilmos Huszár. Tekening Joost Swarte

In hun beknoptheid zijn de ateliertekeningen steeds doeltreffende en leerzame illustraties. In één oogopslag is te zien waar het de makers om te doen is. Van Doesburg staat bijvoorbeeld in zijn atelier bij een kubistisch blokkenmodel en hij en een medewerker hebben een rode, een gele en een blauwe kleurkaart in handen. Aan de muur hangen abstracte doeken en terzijde speelt een vrouw piano.

Voor de doorlezers staat er achterin het boek een verklaring van de details in alle tekeningen. Bij Van Doesburg: de medewerker heet Cornelis van Eesteren en samen werken ze aan het ontwerp van een kunstenaarshuis. De vrouw is vriendin Nelly van Moorsel, die Van Doesburg vergezelde op Dada-tournees door Duitsland en Nederland in 1922 en 1923. De werken aan de muur zijn Doesburgs ontwerp voor een glas-in-loodraam in Drachten (uit 1922) en zijn plafondschildering van een cinema-dancing in Straatsburg (1927). Zo bevat elke ateliertekening een kleine schat aan relevante verwijzingen.

Via de ramen in de ateliers wordt ook duidelijk hoe De Stijl, die kunst en architectuur trachtte te laten versmelten, doordrong in het openbare leven. Het reclamebord voor sigaretten bij Vilmo Huszár is van zijn hand, net zoals de straatbank en straatlantaarn in de straat bij Piet Zwart zijn eigen ontwerpen zijn.

Piet Zwart. Tekening Joost Swarte

Met zijn heldere lijnvoering, zijn functionele kleurgebruik en zijn talent voor transparante, constructivistische vormgeving is Swarte een ideale gids voor het visualiseren van de ideeën van De Stijl. Geestig is hoe Swarte in het atelier bij Bart van der Leck vier werken op ezels achter elkaar zet: van hoekige fabrieksarbeiders, naar contouren, naar gekleurde rechthoekige vlakken. Zo werkt het brein van de kunstenaar die abstraheert.

Bart van der Leck (Utrecht 1876 – Blaricum 1958). Linksboven aan muur: Ruiter, 1918. Links op de vloer: De Kat, 1914, Kröller-Müller Museum te Otterlo. Links van raam Compositie no.8, 1917, Gemeentemuseum, Den Haag. Op de vier ezels Het uitgaan van de fabriek, twee voorstudies en compositie 3 en 4, 1917, Kröller-Müller Museum te Otterlo. Ontwerp tapijt, 1930. Verpakkingsdoos voor Metz & Co, 1935. De stoel is een ontwerp van Piet Klaarhamer, 1916-1917. Tekening Joost Swarte

In het interviewtje bevestigt Van der Leck dat zijn streepjes een taal zijn: ‘Ik vertel en de kijker leest’. Zijn luisterende kat tekent Swarte in dat gesprek in kubistische stijl, als een samenraapsel van vierhoekige en ronde vlakken.

En toen De Stijl is een nieuwe aflevering van een serie kunstprentenboeken, van uitgeverij Leopold in samenwerking met het Gemeentemuseum Den Haag. Leuker dan dit wordt kunstgeschiedenis niet.