Recht & Onrecht

Ernstig wangedrag op de weg moet anders worden bestraft

De rechtspraak van de Hoge Raad over ‘roekeloosheid’ wordt ook in vakkringen niet begrepen. In de Togacolumn bepleit Joep Simmelink wijziging van de Wegenverkeerswet.

Buiten Volkert van der G. of de ‘bonnetjeskwestie’ weten ook ernstige verkeersongevallen regelmatig de aandacht te trekken. Denk aan de ‘filefuikzaak’, het ongeval te Meijel in Limburg (waarbij een nabestaande bij de uitspraak een stoel gooide naar de rechter) en het ongeval op de A2, waarbij een met een excessieve snelheid rijdende bestuurder een dodelijk verkeersongeval veroorzaakte. Het heersende sentiment is vaak dat veroorzakers van ernstige verkeersongevallen te licht worden gestraft.

Het Fonds Slachtofferhulp liet onderzoeken of dit slechts een sentiment was, of dat er echt een bestraffingstekort is bij ernstige verkeersongevallen. Het eerste deel van het onderzoek gaat over de waardering die slachtoffers van verkeersongevallen geven aan het verloop en de uitkomsten van het strafproces. De opgelegde straffen worden inderdaad doorgaans te laag gevonden – dat verrast niet.

Te licht bestraft

In het tweede deel van het onderzoek vergelijken de onderzoekers de toepassing van begrippen als opzet, roekeloosheid en schuld door strafrechters in  verkeerszaken met andere categorieën (zoals mishandeling en doodslag). Stellen strafrechters bij het bewijs in verkeerszaken inderdaad strengere eisen dan bij ‘gewone’ criminaliteit, was de vraag. Dat zou dan een verklaring kunnen bieden voor het heersende gevoel dat daders van ernstige verkeersongevallen te licht worden bestraft.

De beschouwingen van de onderzoekers over de strafrechtelijke begrippen opzet en schuld zijn erg origineel en boeiend, maar voor de niet ingevoerde lezer lastig te begrijpen. Dit verklaart waarom de aandacht van de pers voornamelijk is uitgegaan naar de strafrechtelijke interpretatie van het begrip ‘roekeloosheid’ uit de Wegenverkeerswet 1994 en de rechtspraak van de Hoge Raad hierover. In 2006 heeft de wetgever met roekeloosheid’ als strafverzwarende omstandigheid aan de rechter ruimte willen geven om verkeersongevallen door roekeloos rijgedrag zwaarder te bestraffen.

Roekeloosheid werd betekenisloos

De Hoge Raad stelt aan het begrip roekeloosheid echter zulke zware eisen, die de wetgever ook nooit zo heeft bedoeld, dat het begrip bij de berechting van ernstige verkeersongevallen vrijwel betekenisloos is geworden. Alleen maar in excessieve gevallen blijkt volgens de Hoge Raad op wangedrag op de weg de kwalificatie ‘roekeloosheid’ te kunnen worden geplakt. Deze rechtspraak is in vakkringen op onbegrip gestuit. De onderzoekers van Intervict concluderen dat het instrumentarium voor adequate bestraffing van ernstig wangedrag in het verkeer tekort schiet.

In een interview in de Telegraaf heeft Ybo Buruma, raadsheer in de Hoge Raad, geprobeerd de beperkte betekenis van ‘roekeloosheid’ volgens de Hoge Raad, uit te leggen. De verklaring zou liggen in de structuur van het betreffende wetsartikel Dat wetsartikel kent meerdere strafverzwarende omstandigheden bij ernstige verkeersongevallen, zoals veel te hard rijden en het verkeren onder invloed van alcohol of drugs. De combinatie van meerdere strafverzwarende omstandigheden op bepaald weggedrag in een zaak, èn roekeloosheid, èn te hard rijden èn eventueel rijden onder invloed, zou volgens Buruma problematisch zijn.

Wet is onvoldoende

Dat overtuigt mij niet. Te hard rijden en het verkeren onder invloed zijn strafverzwarende omstandigheden die niet alleen in combinatie met roekeloosheid kunnen worden toegepast. Maar óók met het hebben van strafrechtelijke schuld aan het veroorzaken van een verkeersongeval. In die combinatie hebben deze strafverzwarende omstandigheden nog nooit aanleiding gegeven tot enige moeilijkheid. Waarom dat ten aanzien van roekeloosheid anders zou zijn, wordt in het verhaal van Buruma niet duidelijk.

Het is niet te verwachten dat de Hoge Raad zijn rechtspraak over ‘roekeloosheid’ zal bijstellen. Het gevolg is dat de huidige strafbaarstellingen in de Wegenverkeerswet 1994 de rechter onvoldoende in staat stellen om verkeerswangedrag met ernstige gevolgen adequaat te bestraffen. Dit kan alleen maar door de wetgever worden opgelost. In het rapport ‘Verkeersslachtoffers’  hebben de onderzoekers een alternatief model gepresenteerd. Daar kan de nieuwe Minister van Justitie na de verkiezingen zijn voordeel mee doen.