Dramaqueen en dramaking

Sinds wanneer kennen wij het woord dramaqueen? En kun je van een man zeggen dat hij een dramaking is? De Dikke Van Dale kent het woord dramaqueen sinds 2015. De definitie in dit woordenboek luidt kortweg ‘aansteller, aanstelster’. Hieruit blijkt dat dit woord zowel voor vrouwen als voor mannen kan worden gebruikt. Bij Van Dale wordt de aanstelligere man zelfs eerder genoemd dan de aanstelligere vrouw.

Wij hebben het woord dramaqueen overgenomen uit het Engels. In het Engels kennen ze het sinds 1923 en staat er een spatie tussen. Volgens de Oxford English Dictionary is een drama queen ‘a person who overreacts to a minor setback or who is prone to exaggeratedly dramatic behaviour’. Dan wel: ‘A person who thrives on being the centre of attention.’ Ik vind dit betere definities dan simpelweg ‘aansteller, aanstelster’, maar dat terzijde.

Lees ook deze column van Tom-Jan Meeus: Die photoshop-rel was vooral heel erg gunstig

In het Nederlands kennen we dramaqueen zeker sinds 1989. In Het Vrijije Volk schreef een Leidse psycholoog toen: „De Engelse vrouwenbladen Woman en New Woman hebben deze maand een nieuw type vrouw ontdekt: de drama queen. (…) Wat is het precies voor een soort vrouw? Nog niet zolang geleden werd ze uitgemaakt voor hysterica. Maar modern denkende psychiaters en psychologen vinden die term wat al te negatief en spreken nu van een ‘histrionische’ persoonlijkheid.”

Vervolgens wordt de „histrionische” (‘aanstellerige’) persoonlijkheid geanalyseerd – het hele artikel is gewijd aan de dramaqueen, die volgens de psycholoog een vrouw of man kan zijn. Het gaat om mensen met een levenslange neiging tot theatraal en overdreven gedrag. Mensen die constant op zoek zijn naar waardering, die doorlopend activiteiten ondernemen waarmee ze in de aandacht komen.

De mannelijke dramaqueen gedraagt zich volgens deze psycholoog „altijd alsof hij op het toneel staat en hoe dan ook indruk moet maken, anderen moet shockeren of indruk op ze maken. (…) Hij is iemand die met woorden de mooiste fantasieën en toekomstdromen te voorschijn kan toveren. Komt de waarheid en dus zijn bedrog een keer aan het licht, dan schakelt hij even gemakkelijk over op de rol van slachtoffer en schildert met een natuurtalent voor dramatiek hoe beroerd, ellendig het leven eigenlijk altijd voor hem is geweest.”

Terugkijkend is het enigszins ironisch dat dit stuk is geschreven door René Diekstra, de Leidse hoogleraar psychologie die zelf nogal graag in de schijnwerpers stond en die in 1997 zijn functie moest neerleggen vanwege „onzorgvuldig” wetenschappelijk handelen.

Drama-king ontbreekt in de Dikke Van Dale maar komt wel degelijk voor. Meestal staat er een spatie of verbindingsstreepje tussen, omdat het woord er anders zo vreemd uitziet. Diekstra noemde het woord al in 1989, bij mijn weten als eerste. En Mariette Middelbeek schreef in 2010 in Status O.K., een roman over een co-assistente: „Vanavond zat de grootste drama king op me te wachten. ‘Ik ben gebeten door mijn hond!’ schreeuwde hij al uit toen hij net binnen was.”

In de Eerste en Tweede Kamer zijn dramaqueen en drama-king tot nu toe niet gebruikt, althans ze ontbreken in de Handelingen – de letterlijke verslagen van wat daar wordt besproken. Het zou mij echter niet verbazen als ze spoedig hun debuut in het parlement zullen maken, want het wordt hoe langer hoe gekker in Den Haag.