Zet die e-mail ook eens uit

Thuiswerken

Wie af en toe vanuit huis werkt, maakt meer overuren dan een niet-thuiswerker. Hoe zorg je ervoor dat je óók thuis privé en werk scheidt?

Illustratie Tomas Schats

Handig toch: af en toe een dagje thuiswerken? Zeker, vinden heel wat mensen. Want van de 8,3 miljoen Nederlandse werknemers en zelfstandigen, werkten er in 2015 zo’n 3 miljoen thuis. 38 procent deed dat bijna altijd, en 62 procent af en toe een dagje, blijkt uit recent onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en onderzoeksbureau TNO.

Voor een op de drie incidentele thuiswerkers (zo’n zes uur per week) is de belangrijkste reden van dat thuiswerken het afmaken van werk, dat aan het eind van de werkdag nog bleef liggen. Efficiënter werken (22 procent), reductie van reistijd (11 procent) en het combineren van zorg en werk (8 procent) zijn alternatieve redenen. „Eigenlijk werd thuiswerken in de jaren tachtig en negentig aangeprezen om werk en privé goed te kunnen combineren”, legt Tanja van der Lippe, hoogleraar sociologie aan de Universiteit Utrecht, uit. Van der Lippe is gespecialiseerd in de relatie tussen werk en gezin. „Maar inmiddels zijn daar allerlei redenen bijgekomen: zo is er bijvoorbeeld simpelweg minder kantoorruimte beschikbaar.”

Thuiswerken heeft twee kanten. Je kunt bijvoorbeeld gemakkelijker de kinderen ophalen, en ze de rest van de dag thuis houden, maar het gevaar is dat het werk thuis nooit écht af is. Uit het onderzoek blijkt namelijk ook dat 61 procent van de incidentele thuiswerkers familieactiviteiten weleens aan zich voorbij laat gaan. Dat is beduidend vaker dan bij de niet-thuiswerkers en mensen die standaard thuiswerken. Van der Lippe: „De vraag is of dat schadelijk is. Sommige mensen vinden thuis overwerken niet erg, voor anderen leidt het wél tot meer belasting, waardoor werk en privé in conflict komen.”

Volgens Van der Lippe zijn er twee soorten werkers: zogenaamde ‘integreerders’ en ‘segmenteerders’. Integreerders kunnen gemakkelijk schakelen. Een telefoontje tijdens de zwemles van een dochter? Geen probleem. Bij de groep segmenteerders gaat dat iets minder eenvoudig. Wanneer zij ’s avonds nog even de e-mail checken, levert dat meteen een hoop nieuwe to-do’tjes op die niet makkelijk losgelaten worden. Daardoor raakt de balans tussen privé en werk sneller verstoord. Van der Lippe: „Bedenk dus goed tot welke groep jij behoort, wanneer je het werk vaker mee naar huis neemt.”

Bij een integreerder geeft thuiswerken bijvoorbeeld meer controle, waardoor iemand ook beter presteert. „Van hen kun je als werkgever dan ook eerder vragen werk thuis af te maken”, zegt Van der Lippe. Maar ben jij wel bang dat je privé-werkbalans verstoord raakt door het thuiswerken? Zet dan op gezette tijden de e-mail uit, adviseert ze. „Leg je werk uit het oog wanneer je overschakelt naar privé, en maak goede afspraken thuis.”