WRR: ‘Nieuwe kwetsbare groepen door flexibel werk’

Flexiblisering kan tot stress en gebrek aan erkenning leiden, maar heeft ook nadelen voor de economie als geheel.

ZZP-ers aan het werk in Seats2Meet in Utrecht, waar zelfstandigen een werkplek of vergaderzaal huren kunnen huren. Foto Robin Utrecht/ANP

Door de flexibilisering van werk ontstaan nieuwe kwetsbare groepen. Dat concludeert de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in zijn rapport Voor de zekerheid.

Te veel flexibilisering kan leiden tot psychologische problemen, zoals stress en gebrek aan erkenning, en veel onzekerheid over inkomen en sociale zekerheid, zoals over het kopen van een huis of het stichten van een gezin, aldus de WRR.

Daarnaast kunnen de ontwikkelingen nadelige gevolgen hebben voor de Nederlandse economie als geheel, als door flexibel werk minder scholing en innovatie plaatsvindt.

Het aantal mensen met een tijdelijk contract of werkzaam als zzp-er is inmiddels bijna eenderde van het aantal werkenden. Daarmee is Nederland koploper in Europa.

‘Teruggaan naar vroeger niet wenselijk’

Teruggaan naar “vroeger” is “niet mogelijk en niet wenselijk”, volgens de WRR. Maar overheden en bedrijven kunnen de “mate en vorm” van flexibilisering wel aanpassen, schrijft de Raad:

“De overheid kan daartoe wet- en regelgeving inzetten en als werkgever het goede voorbeeld geven.”

Zo kan door het het aanpassen van het socialezekerheidsstelsel de verschillen tussen vaste en flexibele werkenden verkleind worden.
Sociale partners hebben ook een verantwoordelijkheid. Zij kunnen cao’s moderniseren en scholing binnen bedrijven stimuleren.

De WRR is een onafhankelijk adviesorgaan dat gevraagd en ongevraagd advies geeft aan de regering en het parlement. Dit rapport is het tweede rapport binnen het WRR-project ‘Toekomst van werk’. Het eerste rapport, De robot de baas, verscheen in 2015 en ging over de impact van digitalisering en robotisering op de arbeidsmarkt