OM eist tien jaar celstraf tegen Klaas Otto

De oprichter van No Surrender heeft zich volgens het OM tussen 2007 en 2015 schuldig gemaakt aan afpersing, bedreiging, mishandeling, brandstichting en witwassen.

Klaas Otto op weg naar de rechtbank in Breda, vorige week. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Het Openbaar Ministerie heeft dinsdag tien jaar cel geëist tegen Klaas Otto, een vijftig-jarige Brabander die landelijke bekendheid kreeg na de oprichting van motorclub No Surrender in 2013.

Otto heeft zich volgens het OM tussen 2007 en 2015 schuldig gemaakt aan afpersing, bedreiging, mishandeling, brandstichting en witwassen. “Dat behoort tot het bedrijfsmodel van beroepscrimineel Klaas Otto”, aldus het OM. Tegen medeverdachte Janus de V. eiste het OM drie jaar celstraf.

In de strafzaak draait het om de afpersing van twee voormalige zakenpartners van Otto die net als hij actief waren in de autobranche. Een van die twee mannen, Joop M., is in België veroordeeld tot acht jaar cel voor een schietpartij aan de deur bij Joop M. in België waarbij Otto zwaar gewond raakte. Volgens de Belgische rechtbank is Joop M. tot die daad gekomen omdat hij ernstig is bedreigd en afgeperst door Klaas Otto. Daarnaast heeft Klaas Otto volgens het OM een autobedrijf gerund dat is bedoeld voor het witwassen van uit criminele activiteiten verkregen vermogen.

Lees het Twitterverslag van Jan Meeus van dinsdag hieronder terug:

‘Nooit aan moeten beginnen’

Otto heeft No Surrender al enkele jaren geleden verlaten en hij verzuchtte vorige week tijdens de behandeling van zijn zaak dat hij nooit aan die club had moeten beginnen. Daarmee is voor hem alle ellende begonnen, aldus Otto, die na de oprichting in beeld kwam bij Brabantse recherche als een onaantastbare beroepscrimineel.

Hij is, mede door zijn contacten in het criminele milieu en de activiteiten die door leden van No Surrender werden ontplooid, in verband gebracht met de zware georganiseerde misdaad. Maar bewijs voor verdenking bij zaken als drugshandel of liquidaties is niet gevonden. De recherche denkt dat dat komt omdat veel mensen zo bang zijn voor Otto dat ze zich hullen in stilzwijgen.

Dat Otto een waar schrikbewind voerde in de Brabantse autobranche ontkent hij ten stelligste. Hij heeft tijdens zijn rechtszaak beaamd dat hij wel eens agressief was. Die “stevige aanpak” wijt Otto aan het gebruik van het hormoon testosteron. Dat hij ruzie heeft gehad met een aantal autohandelaren over geleend geld, ontkent Otto niet. Maar dat hij mensen zou hebben bedreigd of mishandeld is volgens de Brabander niet waar. Als hij zijn geld niet terugkreeg heeft hij wel eens iemand afgeblaft maar nooit iemand mishandeld. Ook van afpersing is geen sprake, stelt Otto. En voor alle beschuldigingen van witwassen via de verkoop van auto’s heeft Otto een verklaring.

Andere zaken

Los van deze zaak wordt Otto nog verdacht van het beïnvloeden van getuigen. Daarvoor moet hij waarschijnlijk apart voorkomen. Voor de beschuldiging dat Otto in 2017 geprobeerd zou hebben om vanuit de gevangenis een moordaanslag te laten plegen op de officier van justitie die indertijd het onderzoek naar hem leidde is nooit enig bewijs gevonden. De aanklacht is geseponeerd.

    • Jan Meeus