Trump toont zich vriend van Wall Street

Trumponomics Met het versoepelen van regulering neemt het Witte Huis een uiterst vriendelijke houding tegenover de financiële sector in.

Donald Trump zette zich in zijn campagne juist af tegen Wall Street. Foto Timothy A. Clary/AFP

Zaait de regering-Trump het zaad voor een nieuwe financiële crisis? Vorige week vrijdag tekende de Amerikaanse president Donald Trump een decreet om de regels voor de financiële sector te versoepelen.

Tegelijkertijd stuurde de Republikeinse voorzitter van de Commissie voor Financiële Dienstverlening van het Huis van Afgevaardigden een brief naar de centrale bank, de Fed. De boodschap van Patrick McHenry: stop met meewerken aan internationale regels voor de financiële sector.

Dinsdag droeg Trump een Wall Street-advocaat die gespecialiseerd is in beursgangen van bedrijven, voor als voorzitter van de belangrijkste beurswaakhond, de Securities and Exchange Commission (SEC). Van deze Jay Clayton wordt verwacht dat hij de regels op de beurzen wil versoepelen.

Daarbovenop tekende Trump een decreet over de zogenoemde ‘fiduciaire regel’. Dat is een maatregel uit de laatste dagen van de regering-Obama, die moest voorkomen dat banken klanten beleggingen met hoge kosten en grote risico’s aansmeren. De regel was met name bedoeld om gepensioneerden te beschermen en had in april moeten ingaan. Die is nu 180 dagen uitgesteld, voor ‘nader onderzoek’.

Een draai van 180 graden

Opgeteld lijkt dat allemaal neer te komen op een draai van 180 graden, zeker omdat Trump zich tijdens de campagne juist afzette tegen Wall Street. Na de Lehman-crisis van 2008, die de Amerikaanse én de wereldeconomie in een recessie stortte, werd een heel stelsel van nieuwe regels opgetuigd om te voorkomen dat dit ooit nog een keer zou gebeuren.

In deze Dodd-Frank Act werden tal van regels vastgelegd. Van kapitaaleisen voor banken tot restricties voor banken om met eigen geld te speculeren, in plaats van alleen namens hun cliënten. En van de bescherming van beleggers tot het aan banden leggen van complexe financiële derivaten die ten grondslag lagen aan de crisis.

In internationaal verband werd bijvoorbeeld haast gemaakt met maatregelen voor het handhaven van de financiële stabiliteit. Want beurzen en banken kennen geen grenzen: geldstromen gaan in een oogwenk de wereld over en besmettingsgevaar is reëel.

Vandaar dat er in de belangrijkste economieën ook steviger, en vooral uniforme regels moesten komen. De wereldwijde afspraken over kapitaaleisen aan banken (Basel III) zijn daar een voorbeeld van. Zo kon worden voorkomen dat banken en andere financiële instellingen al ‘shoppend’ het vriendelijkste regime uitkozen. Het akkoord regelt onder meer kapitaaleisen voor de grote, „systeemrelevante” banken. Waar ze ook zijn gevestigd.

Nu is het nooit echt gekomen van een gelijk speelveld van regels en bepalingen. Londen wijkt nog steeds af van New York, en op het Europese continent gelden weer iets andere regels. Maar het geheel was behoorlijk consistent aan het worden.

‘Alt-facts’ over kredieten

Dat lijkt nu op de helling te staan. En daarmee breekt Trump zijn verkiezingsbelofte om Wall Street aan te pakken. Sterker: het klimaat wordt weer vriendelijk voor de bankiers.

Bij de ondertekening van het decreet noemde de president zelf de kredietverlening als reden. „We verwachten een boel uit Dodd-Frank te snijden, omdat er eerlijk gezegd zoveel mensen zijn, vrienden van me, die goede ondernemingen hebben en niet kunnen lenen. Ze kunnen gewoon geen geld krijgen omdat de banken ze dat niet geven vanwege de regels en bepalingen in Dodd-Frank.”

De vraag is of dit de reden wel is, of dat Trump zich bedient van een alternative fact. Want volgens gegevens van de centrale bank van St. Louis bedroegen bankleningen aan de commerciële en industriële sector in de Verenigde Staten in december vorig jaar bijna 2.100 miljard dollar (1.968 miljard euro). Dat is 30 procent meer dan de vorige piek, aan de vooravond van de Lehman-crisis in 2008. Van droogte lijkt geen sprake, integendeel.

Gissen naar het motief

Zoals wel vaker zoekt de buitenwereld nu naar het werkelijke motief achter alle maatregelen om de financiële sector weer vrijer te laten opereren. Er wordt gewezen op de invloed van Trumps belangrijkste economische adviseur, Gary Cohn, en die van de aanstaande minister van Financiën, Steve Mnuchin. Zij komen allebei van zakenbank Goldman Sachs.

Anderzijds kunnen de maatregelen worden gezien als onderdeel van een poging een kunstmatige economische boom te ontketenen tijdens Trumps presidentschap – hoe dat hoogtij daarna ook zal eindigen. En er is altijd de mogelijkheid dat de president zelf niet tot in detail op de hoogte is van wat allemaal door zijn adviseurs wordt bekokstoofd.

Congres werkt langzaam

Inmiddels wordt duidelijk dat veel van de soep die bij de financiële regulering wordt opgediend, niet zo heet gegeten wordt. Presidentiële decreten zijn in dit geval vaak slechts aankondigingen. Het afpellen van Dodd-Frank is een zaak van het Congres. En dat werkt langzaam.

Er zijn andere prioriteiten, zoals het afschaffen of omvormen van Obamacare. Dodd-Frank deed er ook anderhalf jaar over om, in 2010, getekend te worden. En toen hadden de Democraten het voor het zeggen, zoals nu de Republikeinen de dienst uitmaken in het Witte Huis en het Congres.

Het herroepen van een deel van de regels die Amerikaanse financiële instellingen nu aan banden leggen wordt dus geen zaak van weken of zelfs maanden, maar langer.

Het weerhield de buitenwereld de afgelopen dagen er niet van te waarschuwen voor de gevolgen. Mario Draghi, de president van de Europese Centrale Bank, was er maandag tegen het Europees Parlement beslist over: „Het laatste wat we nodig hebben is een versoepeling van de regels”, zei hij. „Het idee om de toestand van vóór de crisis te laten herleven is verontrustend.”