Zuid-Koreanen schaatsen liever op een ovaaltje

WK Afstanden De samenwerking met Nederland heeft het Zuid-Koreaanse schaatsen weinig opgeleverd. „De oude garde geeft de macht niet op.”

Uitzicht over de skischans in het olympisch park van Pyeongchang, Zuid-Korea, waar volgend jaar de Winterspelen worden georganiseerd. De meeste accommodaties zijn op het oog al klaar. Foto Sebastien Berger/FOCUS

Sneeuwsculpturen van Boeddha, levensgrote ijsberen en gebalde vuisten sieren de toegangsweg naar de fonkelnieuwe Gangneung Oval, die ligt te blinken in de zon. Maar schaatsers? „Skating is in de hal daar verderop”, wijst een beeldhouwer met zijn schepje naar de nabij gelegen Ice Arena, waar volgend jaar tijdens de Winterspelen de shorttrackers in actie komen. Daar verwachten de Zuid-Koreanen gouden medailles van hun eigen sporters. Meer dan op de 400-meterbaan van de Oval, waar de grote Nederlandse ploeg rond kopman Sven Kramer traditioneel het beeld bepaalt tijdens de laatste trainingen voor de WK afstanden, die donderdag beginnen.

Weinig vooruitgang

Koning Willem-Alexander, koningin Maxima en de later in opspraak geraakte president Park Geun-hye van Zuid-Korea keken op 3 november 2014 in Seoul toe hoe de schaatsbonden van de beide landen met veel tamtam een samenwerkingsovereenkomst tekenden. In ruil voor shorttrack-kennis en sponsordeals zou Nederland de Koreanen alle geheimen openbaren van de 400 meterbaan, niet alleen op de sprint maar juist ook op de lange afstanden. Zo moest er weer tegenstand komen voor de schaatsgrootmacht die in Sotsji met 23 medailles de sport bijna ‘kapot’ domineerde. Maar twee jaar later valt er van vooruitgang bij de Koreanen weinig te bespeuren. „Van de samenwerking is in de praktijk niks terecht gekomen”, stelt Erik Bouwman, tot vorig seizoen bondscoach van de Koreaanse schaatsers.

Juist Bouwman, die eerder als coach van Jong-Oranje werkte met huidige toppers als Kai Verbij en Antoinette de Jong, had een cruciale rol moeten vervullen in de samenwerking. Maar na twee seizoen in Koreaanse dienst zit hij gedesillusioneerd thuis. „Ik heb veel discussie en strijd gevoerd, maar kreeg geen poot aan de grond. In het kader van de samenwerking ben ik aangenomen door mensen van hoofdsponsor Samsung, die vanuit de Koreaanse regering worden verplicht om veel geld in de sportbonden te steken. Maar zij hebben binnen de schaatsbond geen meerderheid. De oude garde geeft de macht niet uit handen.”

Nieuwe toppers zijn er nauwelijks

De Zuid-Koreanen teren nog op het schaatssucces van Vancouver 2010, toen drie keer goud en twee keer zilver een sensationele eerste plaats in het medailleklassement opleverde, vóór Nederland. Maar nieuwe toppers zijn er nauwelijks, zegt Bouwman. „Lee Sang-hwa heeft nog klasse genoeg op de 500 meter en uit het shorttrack zullen altijd een paar sprinttalenten komen. Ze richten zich nu slim op de massastart, met Lee Seung-hoon bij de mannen en Kim Bo-reum bij de vrouwen. Dat kan de malaise misschien verbloemen. Maar op de lange afstanden werken ze nog precies zoals 25 jaar geleden. Zo zullen ze nooit structureel meedoen om de medailles.”

Terwijl er volgens Bouwman talent is in overvloed. „De laatste tien jaar winnen Koreanen bij de WK junioren vaak van Nederlandse leeftijdsgenoten die later de wereldtop halen. Ook op de lange afstanden. Ze hebben een fantastisch gevoel voor timing, ‘zitten’ geweldig diep in de schaatshoeken. Dat is er al jong in ‘gedrild’. Maar dat is ook net het probleem. Ze moeten al zo jong veel pijn lijden in training, steeds maar weer verzuren. Ze bouwen op 18, 19 jaar al een enorme spiermassa op.” Maar aan uithoudingsvermogen wordt te weinig gedaan, op de fiets of op rolschaatsen. „Dus hebben ze geen fundering. Dan stort het huis snel in.”

Mensen van de oude stempel

Zuid-Korea had een paar jaar de tijd moeten nemen om de schaatsopleiding vanaf de basis te hervormen in Nederlandse richting, vindt Bouwman. „Juist in het land dat volgend jaar de Spelen organiseert had je dingen voor elkaar kunnen krijgen. Dit is echt een verloren kans.” Elders in Azië is wel volop nieuw elan. In China krijgt coach Peter Kolder alle tijd en geld om met de talentvolle junioren te bouwen naar de Spelen van 2022 in Peking. In Japan behaalt coach Johan de Wit dit jaar opvallende resultaten. „Bij hun staat de bond erachter. Dan kun je structuren hervormen.”

Na zijn gedwongen vertrek zijn veranderingen juist teruggedraaid. „Het probleem in Korea is breder dan het schaatsen. Ook bij de Zomerspelen was er een terugval in de medaillespiegel. Ik zat op het olympisch trainingscomplex in Seoul en zag het zelf gebeuren. Overal werken nog de mensen van de oude stempel. Er is geen opleiding, ze trainen niet eens met hartslagmeters. En dat is hetzelfde land van waaruit grote bedrijven de wereld veroveren.” Thuis voor de tv zal hij de verrichtingen van zijn vroegere pupillen bij de WK afstanden op het eigen olympisch ijs van Gangneung met belangstelling volgen. „Ik heb nog veel contact en gun ze het beste”, zegt Bouwman. „Er is veel onvrede onder de schaatsers maar het lijkt wel of het niemand interesseert.”

Er zal vanaf donderdag best wat publiek afkomen op het olympisch ‘test-event’, verwacht hij. „Maar schaatsen an sich leeft in Korea helemaal niet. Bij de nationale kampioenschappen kwam letterlijk niet één toeschouwer. De olympische helden Lee Sang-hwa en Lee Seung-hoon zijn wel bekend. Maar Lee Kyu-hyuk, vier keer wereldkampioen sprint, kent niemand. Shorttrack blijft voor de Koreanen toch het belangrijkste.”