Recensie

Meevoelen met tragische Romanovs

Expositie

De Hermitage Amsterdam toont op Romanovs & revolutie het leven van de laatste tsarenfamilie. Familiekiekjes, brieven en tekeningen brengen het gezin dichtbij.

De expositie ‘Romanovs & revolutie’. Foto Evert Elzinga

Een eenzame bajonet in een vitrine maakt nog het meeste indruk. Het is een van de wapens waarmee in juni 1918, in Jekaterinburg, de vier tsarendochters zijn omgebracht. De afgezette keizer en zijn gezin waren toen door de bolsjewieken naar de Oeral geëvacueerd om ze uit handen van de contra-revolutionaire legers te houden. Toen die oprukten werd besloten hen te vermoorden. De argeloze familie werd naar een kelder gebracht waar een vuurpeloton haar op een revolutionair salvo trakteerde. De tsaar, zijn vrouw en tsarevitsj Aleksej waren vrijwel onmiddellijk dood, maar de vier grootvorstinnen leefden nog: de kogels waren op hun met diamanten gevulde korsetten afgeketst. De meisjes werden vervolgens met de bajonet afgemaakt.

De moord op de familie ontroert, ook al toont de expositie dat Nicholaas II geen lieverdje was.

Met dit wrede hoofdstuk uit de geschiedenis ben je bijna aan het einde van de tentoonstelling 1917 Romanovs & Revolutie in de Hermitage Amsterdam, die het verhaal vertelt van de ondergang van de Russische monarchie. De moord op de keizerlijke familie ontroert nog altijd, ook al weet je sinds het begin van deze verhelderende tentoonstelling dat Nicolaas II geen lieverdje was en hij het noodlot over zichzelf en zijn land heeft afgeroepen. Het had namelijk ook heel anders kunnen lopen.

Militaire propagandaposters van Malevitsj en Majakovski

Vaas ‘Wilde wijnrank’, Sint-Petersburg, 1901. Foto State Hermitage Museum, St Petersburg

Dat merk je meteen bij het binnenlopen van de eerste zaal, die een kleine kopie van de Passage in Sint-Petersburg, een in 1846-’48 gebouwde, 180 meter lange overdekte winkelstraat, die nog altijd bestaat. Met zijn drie verdiepingen hoge panden en 104 luxewinkels, liet de Passage zien hoe rijk de tsarenhoofdstad in de decennia voorafgaand aan de Eerste Wereldoorlog was.

Door zijn bloeiende intellectuele leven gold Sint-Petersburg als het laboratorium van de moderne tijd. De welvarende bourgeoisie droeg daar alleen maar aan bij. Dat wordt in de etalages van de Passage verbeeld. Zo zijn er van hofjuwelier Fabergé nu eens niet de sier-eieren te zien, maar wel de koperen pannen, lantaarns en samovar die de firma met een zweem van patriottisme voor de Russische troepen aan het front produceerde. Achter andere winkelruiten hangen militaire propagandaposters van Malevitsj en Majakovski, die een voorbode zijn van de inzet van hun creativiteit voor de toekomstige Sovjetstaat, en portretten en boeken van de twee bekendste literaire chroniqueurs van het leven in Sint-Petersburg, Tolstoj en Dostojevski.

Een van de succesvolle ondernemers in de Passage was de beroemde fotograaf Bulla, die er in 1904 een filiaal opende. In de Hermitageversie daarvan hangen nu een paar van zijn mooie stadsportretten, die een moderne Europese wereld in het fin-de-siècle laten zien.

De nagebouwde Passage telt zelfs een kleine galerie met enkele onverwachte schatten, zoals een door Mstislav Doboezjinski in 1912 getekende schets voor een theaterdecor. In vrolijke kleuren en helder licht rijst ineens de wereld van Anna Karenina op, met luie officieren, die musicerende, dromerige adellijke meisjes het hof maken. Ook hangt er een mooi zelfportret van Jevgeni Fabergé. En dan zijn er ook nog opvallend mooie werkjes van Alexandre Benois en Léon Bakst, die bewijzen dat de klassieke kunst in Rusland een originele sprong naar de moderne tijd aan het maken was.

Pluchen speelgoedbeer. Sint-Petersburg, 1900–’10.
Foto State Hermitage Museum, St Petersburg
Lijst met foto van Alexandra met haar tweede dochter Tatjana, circa 1890–1900
Foto State Hermitage Museum, St Petersburg
Links: Pluchen speelgoedbeer. Sint-Petersburg, 1900–’10. Rechts: Lijst met foto van Alexandra met haar tweede dochter Tatjana, circa 1890–1900.
Foto’s State Hermitage Museum, St Petersburg

Hun werk contrasteert sterk met dat van Boris Koestodijev, van wie Jaarmarkt in een provinciestad, een werkje in aquarel en potlood uit 1908, wordt getoond. Hier zie je ineens een heel andere wereld: die van het al eeuwenlang onveranderde, archaïsche Rusland. Gaat het er op die jaarmarkt vrolijk aan toe, de werkelijkheid was vaak anders. Rusland werd geteisterd door hongersnoden, misoogsten en armoede als gevolg van de snelle industrialisatie. Dat de zwakke Nicolaas II, die zich als een door God uitverkorene beschouwde, weinig oog voor zijn lijdende onderdanen had en na de onverwachte dood van zijn vader uit faalangst diens reactionaire beleid gewoon voortzette, wordt op de tentoonstelling uitvoerig verteld.

Nicolaas was inmiddels zielsgelukkig getrouwd met de Duitse prinses Alix von Hessen-Darmstadt, die door haar kille gedrag behalve door het volk ook door de hooghartige adel geminacht werd. Die adel vond dat ze belabberd Frans sprak en niet goed kon dansen. Bovendien had ze de tsaar een ziekelijke troonopvolger geschonken, dankzij een in haar familie voorkomende erfelijke bloederziekte. Dat de tsaar loyaal aan haar en haar wereldvreemde ideeën bleef, heeft zeker aan zijn ondergang bijgedragen. Maar wat kon hij anders.

De ondergang van de Romanovs wordt naarmate je de zalen afloopt steeds nakender. Parallel aan die ontwikkeling neemt je medelijden met hen toe, dankzij de gepresenteerde familiekiekjes en -filmpjes, brieven, kindertekeningen, uniformen van de kleine aan hemofilie lijdende tsarevitsj. Een uur lang heb je bijna het gevoel dat ze gewone mensen waren, die zich slechts door hun omgeving een verkeerde kant hebben laten opsturen, met rampzalige gevolgen.