Journalisten klem tussen drugsgeweld en corruptie

Mexicaanse pers

Terwijl traditionele media in Mexico niet meer open durven berichten over de drugsoorlog in hun land, bloeien op Twitter en Facebook de narcoblogs. Maar hoe betrouwbaar zijn die?

Politieonderzoek bij een afrekening in de Mexicaanse grensstad Ciudad Juárez in november 2008. Op de ‘narcomantas’, de spandoeken waarmee de kartels in Mexico hun pr voeren, worden lokale gangs bedreigd. Foto Alejandro Bringas/ REUTERS

Deze middag hoeft redactiechef Enrique Juárez niet lang na te denken wat hij morgen op de voorpagina gaat zetten. In Matamoros is even daarvoor op klaarlichte dag een vuurgevecht geweest tussen criminelen en speciale politie-eenheden. Drie schutters zijn gedood, hun kompanen zijn op de vlucht geslagen. De politie hebben ze afgeschud door vrachtwagens en bussen te kapen en deze dwars over twee verkeersaders te parkeren. Het verkeer in Matamoros, een Mexicaanse stad van 450.000 inwoners pal aan de grens met de VS, is al urenlang ontregeld.

Juárez’ regionale dagblad El Mañana bericht de volgende dag over het incident onder de kop ‘Schotenwisseling en blokkades ontwrichten Matamoros’. Vandaag was zijn nieuwskeuze onvermijdelijk: bijna iedereen in de noordelijke deelstaat Tamaulipas heeft via via over deze laatste veldslag tussen de georganiseerde misdaad en de autoriteiten gehoord. Maar vaker is het voor de lokale en regionale media in Mexico minder evident wat ze wel en niet kunnen schrijven over het geweld in hun stad en regio.

De machtige Mexicaanse drugskartels hebben weinig op met een vrije pers. Journalisten moeten steeds zorgvuldig afwegen over welke aan drugs gerelateerde misdaad ze wel en niet berichten, willen ze zelf geen slachtoffer worden van het geweld. Na Afghanistan en Irak was Mexico vorig jaar met elf vermoorde verslaggevers het dodelijkste land ter wereld voor journalisten, volgens cijfers van de internationale persbond IFJ.

Niemand durft de wijk nog in

NRC was twee dagen voor de bovenbeschreven schietpartij toevallig in Tecnológico, de bewuste wijk in Matamoros waar het vuurgevecht uitbrak. Het is op het oog een doorsnee Mexicaanse volkswijk, vlakbij de goed aangeschreven technische universiteit. Juan Gabriel Arellano, een aan piedra (crack) verslaafde buurtbewoner, vertelde in een afkickkliniek hoe de wijk de afgelopen jaren is afgegleden.

De gemeentepolitie in Matamoros is opgeheven, zoals in veel meer Mexicaanse steden, nadat bleek dat een te groot aantal agenten door het kartel gerekruteerd was. Sindsdien patrouilleren alleen nog zwaarbewapende speciale federale agenten, militairen en mariniers in pick-ups door de stad.

„Zij scheuren door de drukke wegen, maar komen amper in de rustigere zijstraatjes”, vertelde Arellano. „Ze stoppen als ze denken dat ze kartelleden herkennen. Maar voor de rest kan het hen niet schelen wat hier gebeurt.”

Toen hij nog moest stelen om zijn crack te kunnen betalen, was dat mooi. Maar nu voelt ook Arellano zich onveilig. „Er is bijna elke avond wel ergens een vuurgevecht. Niemand van buiten komt hier nog. Geen politie. Niemand.”

Redactiechef ontvoerd

Zulke schietpartijen halen amper nog de lokale media. Maar niet alleen omdat ze zo alledaags zijn geworden. Als facties binnen de kartels onderling slaags raken, schrijft zijn krant dit niet snel op, vertelt Enrique Juárez op de redactie van El Mañana (‘De Toekomst’). Zulke confrontaties melden, kan pas veilig als de autoriteiten ze naar buiten brengen.

Juárez kan het weten. Op 4 februari 2015 – hij was toen redactiechef in Matamoros – werd Juárez vanaf de redactie ontvoerd door kartelleden. Ze riepen hem bij de receptie naar beneden. Juárez wierp nog een grote waterfles naar ze, maar twee mannen dwongen hem in een busje en reden hem een minuut of twintig rond. Terwijl ze hem met de dood bedreigden zeiden ze dat hij niet langer moest berichten over een ruzie binnen het Golfkartel, dat de macht heeft in Matamoros. Ook als hij zijn eigen ontvoering in de krant zou zetten, zou hij vermoord worden.

Juárez wilde dit laatste wel doen, maar zijn hoofdredacteur verbood het hem. Als compromis besloten ze de kidnapping niet in de editie Matamoros te zetten, maar wel in die van Reynosa, waar El Mañana ook uitkomt. Op de voorpagina kwam een foto van Juárez achter zijn bureau, met daarop de waterfles waarmee hij zich had proberen te verdedigen.

Inmiddels werkt Juárez in een andere grensstad, maar hij heeft liever niet in de krant staan welke. Ook vraagt hij niet letterlijk geciteerd te worden.

Twitteraars melden wel alles

Juárez’ ontvoering toont hoe het voor Mexicaanse journalisten constant schipperen is tussen hun beroepseer en hun veiligheid. Wat die lastige afweging nog ingewikkelder maakt, is de opkomst van sociale media. Terwijl de ‘oude’ media in zelfcensuur vervallen, doen Mexicaanse bloggers en twitteraars nog wel ‘vrij’ verslag van al het geweld. Hun sensatieberichten meten alle schietpartijen breed en bloederig uit en speculeren volop over de laatste ontwikkelingen in narcoland. De populairste accounts hebben veel meer volgers dan die van traditionele media als El Mañana.

Misdaadverslagger David (geen achternaam) van de krant volgt de blogs intensief. Ze kunnen interessante aanwijzingen geven, maar ook niet meer dan dat, zegt hij. Hij moet ze altijd checken. Er zitten veel ruzies tussen.

Het is vaak namelijk niet duidelijk wie achter de anonieme accounts schuilgaat. Het kunnen burgerjournalisten zijn, maar ook professionele reporters die nieuws niet in hun eigen media durven melden, of de kartels zelf die desinformatie willen verspreiden.

De kartels proberen langs meer wegen de publieke opinie te beïnvloeden. Een beproefd middel zijn de narcomantas, spandoeken die aan viaducten worden gehangen of over lijken gedrapeerd. Lakens met zinnen vol hoofdletters en weinig interpunctie. Veelal bevatten ze dreigementen aan de autoriteiten of concurrerende criminelen. Ook eisen de kartels via deze weg recente aanslagen op of ontkennen deze juist.

De kartels gaan ook verfijnder te werk. Dankzij hun lucratieve drugshandel zijn ze gewend iedereen om te kunnen kopen: politici, hoge ambtenaren, politie, militairen – en journalisten. Zulke gecorrumpeerde verslaggevers worden enlaces genoemd, ‘lijntjes’ met de onderwereld. Zij krijgen van hun drugsbazen te horen welke waarheid niet, of welke leugen juist wel de krant in moet.

Spiegelpaleis

Soms lopen deze enlaces over na bedreigingen; vaker doen ze het vrijwillig, voor het geld. Zeker misdaadverslaggevers komen beroepshalve relatief vaak met agenten in contact. Aangezien ook veel agenten op de loonlijst van kartels staan, zijn lijntjes snel gelegd. Iedereen – politici, pers, politie – kan aldus een criminele dubbelrol hebben.

Het maakt de Mexicaanse werkelijkheid tot een spiegelpaleis waarin het ook voor oprechte journalisten makkelijk verdwalen is.

Een treffend voorbeeld deed zich twee jaar geleden voor in Matamoros. De toenmalige burgemeester Norma Salazar was een verklaard tegenstander van de drugscriminelen. Tijdens haar bewind werden in de stad vier jongeren uit de VS ontvoerd en vermoord teruggevonden. Hun dood werd door verscheidene lokale media zonder veel bewijs snel op het conto geschreven van de Grupo Hércules, een door Salazar opgerichte elite-eenheid van de politie.

El Mañana meldde die vermeende link niet. Juárez vermoedde een opzetje: de kartels vermoordden de tieners zelf, maar gebruikten vervolgens hun enlaces bij de lokale pers om de burgemeester en haar Grupo Hércules in diskrediet te brengen. In de moordzaak is tot op de dag van vandaag niemand vervolgd. Hércules-leden zijn nooit aangeklaagd. Maar de politieke carrière van Salazar liep wel fikse schade op.

De zelfcensuur bij traditionele media, de populariteit van narconieuws op Twitter en Facebook, gecombineerd met de endemische corruptie en enorme straffeloosheid: het is een giftige cocktail. Het voedt een cultuur van algemene achterdocht, legt Juárez uit. Mexicanen twijfelen inmiddels aan alles. Zelfs de meest vergezochte beschuldiging kan waar zijn, iedereen corrupt, niemand te vertrouwen.