Column

Neem nooit een boterham mee naar kantoor

Column Japke-d. Bouma We worden overspoeld met kantoorclichés. Worden we daar beter van, vraagt Japke-d. Bouma zich wekelijks af.

Eén van de grootste kantoorclichés in Nederland is de boterham. Overal ter wereld kopen mensen hun lunch lekker buiten de deur, maar in Nederland nemen we boterhammen mee naar ons werk. Van die platgedrukte bammetjes in folie, broodtrommels of zakjes met zo’n sluitclip. Met van die zure jonge kaas bij voorkeur, niet te veel smaak. Ideaal voor de Nederlandse kantoortijger die eigenwijs is, een individualist, maar wel braaf achter alle managementmodes aanloopt.

De kantoorboterham is zo Nederlands als het regenpak, de vouwfiets en korte vrouwenkapsels. Hij is eenvoudig doch voedzaam en heel erg ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’ – voor mijn geestesoog zie ik Calvijn, vadertje Cats, Willem Drees en Wim Kok goedkeurend knikken.

Maar bovenal is de boterham natuurlijk lekker goedkoop! Weet je wel hoe duur het is als je steeds je lunch moet kopen, zeggen collega’s overal in Nederland tegen elkaar. Hooguit, als ze heel gek doen, kopen ze er een kroketje bij. En dan zitten ze in de kantine met hun meegebrachte trommel en een likje mosterd. Met een boterham mee hoef je ook niet voor iemand de lunch te betalen – kom je ook nooit gierig over.

En je kan ze lekker achter je scherm oppeuzelen – nergens ter wereld zitten er zoveel broodkruimels en gefossiliseerde stukjes kaas tussen de toetsenborden – ideaal. Want dan kan je een uur eerder naar huis om op zolder met je modelspoorbaan te spelen.

En toch is de kantoorboterham er niet altijd geweest. Hadden ze in de renaissance boterhammen mee naar het werk? Of in de Verlichting? Dacht je dat de mannen van de VOC boterhammen mee hadden op hun tocht naar de Oost? Ik dacht het dus niet mensen. Die hadden niks mee, hoogstens wat droog vlees en bier en ze kwamen creperend van de scheurbuik in Macau aan. Ik denk dus juist DOORDAT ze geen boterhammen bij zich hadden.

Want zonder boterhammen ga je vérder. Zonder boterhammen moet je op zoek en wie weet waar je terechtkomt, waar je slaapt en wat je zult eten. Zonder boterhammen ga je door tot je ergens bent – áls je ooit nog terug komt. Dacht je dat Elon Musk terugkwam om een boterham te halen? Ja, Jan. Díe kwam thuis om een boterham te halen. Met zijn kokosbrood.

Ik durf te beweren dat sinds we de boterham hebben, ons land langzaam ten onder gaat. De boterham heeft van ons land een bang land gemaakt, vol scrum masters. Alle fut is eruit, weg is alle innovatie. Bange wezels zijn we geworden met onze boterhammen in de tas. We hoeven nergens meer naartoe, alleen nog maar naar huis om nieuwe boterhammen te smeren. Mark Rutte neemt zijn eigen brood mee naar het Torentje godbetert. Lekker normaal doen.

Lees ook Japke-d’s column van vorige week: We gaan stoppen met het woord ‘papadag’

Sinds we de boterham hebben, blijven we nergens meer hangen. Sinds de boterham hebben we zekerheid en nooit meer een verrassing. Sinds de boterham weet iedereen wat er van hem verwacht wordt en hebben we niks meer te vrezen. Sinds de boterham hebben we nooit meer trek en zonder trek blijft iedereen zitten waar hij zit.

De boterham heeft labbekakken van ons gemaakt.

Deze column is een bewerking van ‘Boterham’ door Japke-d. Bouma uit het boek Nederland. Een objectief zelfportret in 51 voorwerpen.

Meer #kantoorclichés op Twitter via @Japked