Hoe de pers de president oppompt

De speelfilm All the President’s Men over de Watergate-affaire begint met archiefbeeld. President Nixon keert terug uit Moskou en zal het Huis van Afgevaardigden toespreken. De tv-verslaggever kan zijn bewondering nauwelijks verbergen. De president heeft een reis rond de wereld gemaakt en toch landt zijn helikopter precies op tijd aan de oostzijde van het Capitool. „Ongelofelijk”, zegt hij en dan doet hij nauwkeurig verslag van wat iedereen kan zien. De president nadert het spreekgestoelte. De president lacht. Alle aanwezigen applaudisseren en roepen bravo.

Zo ging dat in juni 1972; in een kleine twee minuten zie je hoe de pers en dus ook een groot deel van de natie naar de president kijkt: in aanbidding.

Ik moet steeds aan dit fragment denken als ik dezer dagen de Nederlandse kranten opsla. NRC schreef dinsdag in het commentaar: ‘Trump loopt (hopelijk) op tegen grens van zijn macht’, maar vulde dezelfde dag een complete kortkolom met belangwekkende Trump-berichtgeving: ‘Trump voor het eerst als president naar Europa in mei’, ‘Trump kan macht zo terugnemen’,‘ECB bang voor crisis door Trump’. Maandag deed de Volkskrant hetzelfde: ‘Trump komt naar economische top’. Asjemenou.

Met de grootst denkbare precisie wordt elke beweging die hij maakt verslagen. De president nadert het spreekgestoelte. De president lacht. Hier wordt een president opgeblazen tot onverslaanbare proporties.

Wat krijg je van de weeromstuit? Gemopper, passieve agressie. „Hoe komen we snel weer van hem af”, zegt mijn bloemist. „Waar blijft de sniper”, twitterde een journalist tijdens de inauguratie. Een Iers tijdschrift drukte een scherpschuttersvizier af over een portret van Trump. In Almere sprak ik een vrouw die zei: „Hij blijft niet lang.” En na een moment van twijfel, hoopvol: „Misschien maakt iemand hem wel dood.” Daar schuilt een luiheid in die me niet bevalt. Een luiheid die zich ook openbaart in al die journalistieke aandacht voor de vierkante millimeter.

De journalisten die de Watergate-affaire aan het licht brachten, wilden tonen waartoe de president in staat was. Ze hadden het niet gemunt op zijn persoon, maar op zijn gedrag. Ze vertrouwden erop dat, als zij lieten zien hoe de president en zijn mannen opereerden, de instituties van de democratie met hen zouden afrekenen. Dat was hard werken.

The New York Times heeft 5 miljoen dollar uitgetrokken om het effect van de Trump-regering op de rest van de wereld te onderzoeken. Dat is hard werken. Of Trump er uiteindelijk door moet vertrekken, dat zien we dan wel weer.

Jutta Chorus (@juttachorus) schrijft een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.