Gezond kiezen maakt niet blij

Minder dan 1.500 calorieën per dag om af te vallen, las Martine Kamsma in NRC. Is dat nu echt zo moeilijk? “Het ging precies zoals beschreven: het begin is makkelijk.”

De boodschap die op 7 januari in deze krant stond, was simpel. Om af te vallen moet je minder calorieën eten dan je verbruikt. Minder dan 1.500 als je een vrouw bent. Om te kijken of het echt zo moeilijk is als Wim Köhler beschreef, installeerden we de Eetmeter, een app van het Voedingscentrum waarop je bijhoudt hoeveel calorieën je binnenkrijgt. Met een bescheiden doel: twee kerstkilo’s eraf.

De video van Wim Köhler: Dit is waarom je niet afvalt.

Het ging precies zoals beschreven: het begin is makkelijk. Als je je keurig houdt aan je bordje havermout in de ochtend, je salade met twee volkorenboterhammen in de middag en een niet al te koolhydraatrijke maaltijd in de avond (en geen alcohol!) blijf je netjes onder de 1.500 calorieën en raak je die twee kilo snel kwijt. Maar na een week of drie begint het. Schreeuwende vetcellen. „Vul me!”. En groeiend chagrijn. Over de toenemende trek in chocola en worst. Maar ook over die Eetmeter, die zou moeten helpen maar ook heel demotiverend kan zijn als je ziet dat een handje ongezouten noten al 162 kcal telt. En over de wijzer op de weegschaal, die ook zonder uitspattingen snel weer naar rechts neigt.

Je doet iets goeds, maar je voelt je toch slecht

Deze week viel er een promotieonderzoek in de mailbox, over zelfcontrole en voeding, van UvA-gedragspsycholoog Daniela Becker. Niet verrassend is dat het maken van gezonde keuzes gepaard gaat met innerlijke conflicten: je weet dat je nu geen chocola moet eten als je wilt afvallen. En dat de verleiding van dit moment sterker is dan de beloning op lange termijn; een gezond lichaam. Maar wat Becker ontdekte, was dat ook het weerstaan van een verleiding als verlies kan voelen. Je mist het genot dat je beleeft aan een stukje chocola, terwijl je nog helemaal niet weet of je je investering wel terugverdient, of je je doel wel bereikt.

„Je doet iets goeds, maar je voelt je toch slecht”, zegt Becker aan de telefoon. „Hoe meer je erover nadenkt (conflict) hoe meer je blijft hangen bij wat je niet krijgt. En dat rotgevoel maakt dat je de volgende keer waarschijnlijk toch voor pizza kiest, in plaats van sla. Dat was wat mij het meest verbaasde: dat mensen zich vanuit zichzelf niet goed voelen als ze verleidingen weten te weerstaan.”

Zelfcontrole de grootste beloning

Uit één studie bleek dat het helpt als je mensen over hun langetermijndoelen laat nadenken nadat ze een gezonde keuze hebben gemaakt. Niet een gezond lichaam, maar zelfcontrole is dan de grootste beloning: trots omdat je jezelf zo goed kunt beheersen. „Maar daar schuilt ook weer een gevaar in”, zegt Becker, „want je kunt jezelf ook helemaal gek maken met voortdurend aan zelfcontrole te denken, en dat maakt het conflict weer groter en dan voel je je uiteindelijk toch slecht.” We verpesten kortom voortdurend ons eigen succes met dat innerlijke conflict.

De Eetmeter heeft het intussen nog niet opgegeven en vraagt of we een doel willen stellen. Telkens als we willen snacken, moeten we iets anders doen om dat te voorkomen. Een kop thee zetten bijvoorbeeld. „Je wordt deze week niet door ons herinnerd aan je doel; het doel stellen is voldoende.” Het resultaat na zeven dagen: twee smileys en vijf droefsnoetjes.