Eigenbelang onder de vlag van idealisme

Grensbelasting

Of ze voor of tegen Trumps importheffingen zijn, hangt voor Amerikaanse bedrijven af van de vraag of ze vooral importeren of exporteren. Beide kampen zijn een omvangrijke lobby begonnen.

Fabriek van General Electric in Greenville, South Carolina. Foto Luke Sharrett/Bloomberg

Ook het Amerikaanse bedrijfsleven raakt steeds verder in twee kampen verdeeld: importeurs en exporteurs.

Eind vorige week werd de American Made Coalition opgericht door vliegtuigmaker Boeing, chemiebedrijf Dow Chemical, softwarefirma Oracle, farmaceut Pfizer, conglomeraat General Electric en nog twintig bedrijven. Ze steunen Trumps felbekritiseerde importheffingen van 20 procent. En hoewel het hun vooral te doen lijkt om belastingverlagingen, hebben ze de coalitie een op Trump geïnspireerd motto meegegeven: ‘Rebuild America for American workers’.

Vrijwel tegelijkertijd verenigden Best Buy, Nike, Toyota, Walmart en nog zo’n honderd bedrijven en organisaties zich. Ook zij komen op voor de Amerikaan, alleen nemen ze via Americans for Affordable Products de importheffing juist op de korrel. Want die doet „Amerikaanse consumenten en ’s lands grootste werkgevers pijn” en zou Amerikaanse gezinnen 1.700 dollar (1.580 euro) per jaar kosten.

De oprichting van beide organisaties lijkt het startsein van een omvangrijke lobby in Washington. Niet de president, maar het Huis van Afgevaardigden en de Senaat gaan namelijk over grote belastingwijzigingen.

De American Made Coalition ondersteunt een omvangrijk belastingplan van de Republikeinen waarbij de winstbelasting voor bedrijven daalt van 35 naar 20 procent, inkomsten uit export niet worden belast en er een heffing van 20 procent komt op alle import. Het is een plan dat al bestond voor Trump president werd en waar de president bepaalde onderdelen – zoals de importheffing – uit heeft gepikt.

„Amerikaanse arbeiders en bedrijven concurreren niet op een gelijk speelveld met buitenlandse bedrijven vanwege een gedateerd en oneerlijk belastingsysteem”, stelt American Made-woordvoerder en beroepslobbyist John Gentzel in een persbericht.

Afbeelding op de site van American Made Coalition.

Raoul Leering, hoofd internationaal handelsonderzoek bij ING, zegt dat er „echt wel objectieve redenen zijn” voor Amerikanen om ontevreden te zijn over het speelveld. China is bijvoorbeeld al sinds 2001 lid van de Wereldhandelsorganisatie WTO, maar China maakt het buitenlandse bedrijven veel moeilijker naar eigen land te exporteren en er te investeren dan de VS. Leering plaatst desalniettemin grote vraagtekens bij de plannen voor een importheffing en verwacht niet dat die effectief zal zijn.

Bij importheffingen kunnen twee dingen gebeuren: of het exporterende bedrijf rekent de heffing door aan de consument, waardoor de vraag daalt. Of het bedrijf doet dat niet en accepteert minder winst.

Uit onderzoeken onder bedrijven die naar de Verenigde Staten exporteren blijkt volgens Leering dat bedrijven ervoor zouden kiezen 70 procent van de heffing ten koste te laten gaan van hun winstmarge; 30 procent zouden ze doorberekenen. „Voor Trump is dat heel vervelend, want hij wil dat buitenlandse producten uit de markt geprijsd worden en dat ze gemaakt worden door Amerikaanse bedrijven”, zegt Leering

Volgens hem heeft een bedrijf als Boeing zich dan ook vooral uit politiek-strategische overwegingen aangesloten bij de American Made Coalition. „Trump deinst er niet voor terug bedrijven te straffen als ze niet doen wat hij wil en heeft al eens op Boeing geschoten door te zeggen dat de nieuwe Air Force One (het presidentiële vliegtuig, red) te duur was. Boeing is een van de belangrijkste ontvangers van opdrachten van Defensie, dus het lijkt me dat ze dit doen om de federale regering te vriend te houden.”

Trump deinst er niet voor terug bedrijven te straffen als ze niet doen wat hij wil

Voor Boeing en de andere American Made-bedrijven is het bovendien vooralsnog een gratis gebaar. De laatste grote herziening van het Amerikaanse belastingstelsel was dertig jaar geleden en of het Republikeinse plan door de Senaat komt, is zeer de vraag.

De invloedrijke gebroeders Koch, gulle gevers aan de partij, zeiden eerder tegen Fortune mordicus tegen een importheffing te zijn wegens de „nadelige effecten voor Amerikaanse consumenten”.

De kochs beloofden alles uit de kast te halen om het plan te doen stranden. Naast mogelijk idealisme speelt ook het eigenbelang: olie en teerzand zouden onder de heffing kunnen vallen en die importeert Koch Industries juist.