Recht & Onrecht

Een multiculturele identiteit voelt een stuk prettiger

Leden van meerderheidsgroepen hebben het vaak niet zo op multiculturalisme. Maar doen zij een beetje hun best, dan heeft multiculturalisme positieve gevolgen, ook voor henzelf, betoogt Daan Scheepers in de gedragscolumn.

Nog niet zo lang geleden gaf onze premier te kennen het idee van een multiculturele samenleving “te haten”. Hij is niet de enige. Parodieën over multiculturalisme zijn divers van aard. De gekscherende variant schetst beelden van jaren-80 gekkies die in gebatikte soepjurken met bewonderenswaardige overgave, maar toch net aritmisch, op een djembé slaan. De angstige variant schetst multiculturalisme als voorportaal van de sharia.

Maar parodieën ten spijt, de multiculturele samenleving is een feit. Onze huidige ontzuilde samenleving kent vele groepen, van Fries tot Brabo, die in culturele zin meer verschillen dan een etnisch-gemêleerd groepje straatvoetballers. Daarbij is Nederland altijd een multiculturele samenleving geweest, en heeft dit bijgedragen aan zijn succes. Illustratief zijn de Oer-Hollandse Staalmeesters: Qua religie (katholiek, remonstrant, doopsgezind, gereformeerd) en afkomst een voor die tijd bont gezelschap, maar eensgezind voor het groter goed.

Strijd over identiteit

Weerstand tegen multiculturalisme is vaak geworteld in identiteit. Onderzoek toont aan dat leden van meerderheidsgroepen eerder denken in termen van een één-groep identiteit, die gedefinieerd wordt door de kenmerken van de meerderheidsgroep: Nederlander = autochtone Nederlander. Dit sluit aan op een assimilatie ideologie. Leden van minderheidsgroepen denken eerder in termen van duale identiteit, waarin identificatie met de (etnische) subgroep samengaat met identificatie met de overkoepelende categorie, bijvoorbeeld: Nederlander + Marokkaanse migrant. Dit sluit aan op een multiculturele ideologie.

Het eenzijdig focussen op een één-groep identiteit, zoals partijen aan de rechterflank nu volop doen, zal ironisch genoeg uiteindelijk de eenheid in de samenleving ondermijnen. Niet alleen is het ontkennen van diversiteit in strijd met de realiteit, het toont disrespect voor hoe mensen zichzelf in het diepst van hun wezen zien. Dat zet de hakken in het zand.

Duale identiteit: ook voor autochtonen

Duale identificatie lijkt een heilzamere weg. Leden van meerderheidsgroepen zijn van nature niet geneigd om te denken in termen van duale identiteit (“Autochtoon + Nederlander”). Echter, ons onderzoek toont aan dat als zij dit doen, dit positieve effecten heeft, ook voor henzelf.

In ons lab werkten autochtone proefpersonen samen met een gesluierde vrouw die zich identificeerde als Marokkaans-Nederlands. Voor de taak reflecteerden de proefpersonen op de één-groep of op de duale identiteit. Personen in de duale identiteit conditie beoordeelden de interactie na afloop als prettiger, waren minder bevooroordeeld en meer geïnteresseerd in verdere samenwerking dan personen in de één-groep conditie. Bovenal vertoonden ze tijdens de interactie een fysiologisch patroon van “uitdaging”; een positieve stressrespons (toegenomen hartactiviteit; vaatverwijding).

Mensen in de één-groep conditie vertoonden “dreiging”: een ongezonde stressrespons (afgenomen hartactiviteit; vaatvernauwing).

Het lijkt beter om aan multiculturalisme te wennen, dan het te ontkennen. Anders dan klassieke stereotypen over multiculturalisme als “los zand” en “dat alles maar moet kunnen”, biedt duale identificatie een schil van gemeenschappelijkheid, met daarbinnen ruimte voor differentiatie. Dat werkt positief, ook voor autochtonen: Wie wil er immers alleen maar Nederlander zijn?

Voor nieuwe Nederlanders werkt duale identificatie positief omdat ze niet iets wordt afgenomen dat belangrijk voor ze is, maar ze er iets bijkrijgen, namelijk identificatie met “een best gaaf land”, om met de premier te spreken.

De Gedragscolumn verschijnt wekelijks en wordt geschreven door sociale wetenschappers.
Daan Scheepers is universitair hoofddocent bij de sectie Sociale en Organisatiepsychologie aan de Universiteit Leiden. De gedragscolumn verschijnt wekelijks en wordt geschreven door sociale wetenschappers.