Economie leeft op maar armoede blijft gelijk

Lage inkomens

De crisis blijkt ‘hardnekkig’. In een gemiddelde schoolklas groeit één kind op in langdurige armoede.

Winkelend publiek in het centrum van Utrecht. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

2015 was economisch gezien een goed jaar maar de armoede nam in niet af. Sterker nog, het aantal huishoudens dat langer dan vier jaar onder de lage-inkomensgrens leefde, nam zelfs toe. „Verbazend”, vindt Peter Hein van Mulligen van het Centraal Bureau voor de Statistiek. „Mijn vermoeden is dat het komt door de hardnekkigheid van de crisis.”

De langdurige werkloosheid daalde namelijk niet. Van Mulligen: „Langdurig werklozen belanden uiteindelijk in de bijstand en dan zit je al snel onder de armoedegrens.” Pas in het derde kwartaal van 2016 daalde die langdurige werkloosheid voor het eerst.

In 2015 leefde 8,8 procent van de 7 miljoen huishoudens onder de lage-inkomensgrens. Dit percentage is even hoog als in 2014. Volgens het statistiekbureau leefden 323.000 kinderen in gezinnen waar een risico is op armoede. 125.000 kinderen bevonden zich in 2015 minstens vier jaar in die situatie. Dat is meer dan een jaar eerder.

Van Mulligen: „In een gemiddelde schoolklas zit één kind dat opgroeit in langdurige armoede.” Het aantal huishoudens dat vier jaar of langer van een inkomen onder de lage-inkomensgrens moest rondkomen nam toe met 27.000 tot 221 duizend.

Van armoede is in de definitie van het CBS sprake als een huishouden niet voldoende inkomen heeft om „een consumptieniveau te realiseren dat in Nederland minimaal noodzakelijk wordt geacht.” In 2015 golden als arm alleenstaanden die minder dan 1.030 euro per maand te besteden hadden. Voor een echtpaar met twee kinderen lag de lage-inkomensgrens op 1.930 euro.

Het CBS spreekt niet van arme huishoudens maar van huishoudens met een laag inkomen of van huishoudens met een risico op armoede. Omdat „inzichten over wanneer sprake is van armoede subjectief zijn.”

Door een verhoging van het kindgebonden budget voor alleenstaande ouders leven minder eenoudergezinnen van een laag inkomen volgens het CBS.

Er groeien overigens veel minder kinderen op in gezinnen met een laag inkomen dan het CBS eerder dacht. Niet 400.000 kinderen lopen risico op armoede, zoals het CBS eerder rapporteerde, maar 320.000. Dat komt door een andere manier van rekenen.

De armoede nam af onder kinderen en 65-plussers, aldus Van Mulligen. Maar bij de mensen met een leeftijd daartussenin juist toe. Ook hier gaat het waarschijnlijk om langdurig werklozen. De armoede zou dit jaar verder kunnen afnemen, nu ook de langdurig werkloosheid daalt. Maar Van Mulligen maakt de kanttekening dat het aantal mensen in de bijstand nog steeds stijgt, onder andere door vluchtelingen die een verblijfsvergunning hebben gekregen.