De TomTom van de terreurbestrijding

Inlichtingendiensten

In de strijd tegen de terreur werd vanaf 2004 een ‘Infobox’ opgetuigd. In die Box staan de namen van honderden jihadisten. Heeft ‘de Box’ zijn nut bewezen?

Een plaats delict van de aanslag in Madrid wordt onderzocht. In totaal ontploften in vier treinen bommen en kwamen bijna tweehonderd mensen om het leven. De aanslag was de aanleiding tot twee blijvende veranderingen in de terrorismebestrijdingsmachinerie. ANP/ EPA Fernando Alvarado

‘Wat doen die hier?” Erg uitnodigend waren de medewerkers van de AIVD niet tegen hun nieuwe collega’s die vanaf juli 2004 kwamen binnendruppelen. Ambtenaren van politie en IND passeerden de beveiligde controlepoortjes van het gebouw van de inlichtingendienst om hun collega’s van de AIVD te gaan helpen bij het zoeken - en vinden - van terroristen. Het gebouw van de geheime dienst was toen nog gevestigd in de non-descripte omgeving van Leidschendam aan de rand met Voorburg. Aan de ene kant de Avalex-vuilverwerkingscentrale, waar huisvaders en -moeders op zaterdag hun kapotte tuinmeubilair lozen. Aan de andere kant een benzine-station, waar in het weekend goedkoop getankt kon worden.

Binnen in het gebouw: de AIVD-kantine, waar de nieuwkomers bij het verorberen van hun kroket of salade angstvallig werden gemeden. „Wij waren voor de dienst indringers”, zei een van hen later. „We zaten daar als niet-AIVDers in hun pand, iets dat nog nooit eerder was vertoond.”

Uitgerekend hier – tussen vuilnisbelt en tankstation – voltrok zich na 2004 een bureaucratisch wonder

En toch voltrok uitgerekend hier – tussen vuilnisbelt en tankstation – zich na 2004 een bureaucratisch wonder. In het AIVD-hoofdkantoor werd de basis gelegd voor samenwerking tussen een groeiend aantal overheidsdiensten bij de terreurbestrijding. Acht organisaties zoals de Fiod, de Immigratie- en Naturalisatiedienst en de Inspectiedienst van het ministerie van Sociale Zaken, gingen de AIVD en MIVD helpen.

De samenwerking voorkwam aanslagen in Nederland, al is niet bekend hoeveel en wanneer. De „creatieve en constructieve” samenwerking heeft „doeltreffende en doelmatige interventies” mogelijk gemaakt, stelde een groep Utrechtse bestuurskundigen vorig jaar april in een evaluatie van het terreurbestrijdingsbeleid.

Meer weten over hoe de AIVD werkt? Klik op de afbeelding hieronder om onze speciale animatie te bekijken.

Aanslagen

Het voorkomen van aanslagen is niet alleen een kwestie van spectaculaire infiltraties of politieacties, maar net zo goed van geduldige bureaucratische samenwerking. De nieuwe Wet op de inlichtingendiensten die de Tweede Kamer woensdag behandelt, regelt die samenwerking definitief. Het is een bezegeling van een ontwikkeling die dertien jaar eerder begon.

In maart 2004, een paar maanden voor de wonderlijke kennismaking in het AIVD-gebouw, waren zo’n 1.700 kilometer zuidelijker tien bommen in vier forensentreinen in drie metrostations afgegaan. Bij de bomaanslagen in Madrid werden 191 mensen gedood en 1.857 verwond, van wie honderden ernstig.

De gebeurtenis schokte de Nederlandse veiligheidswereld, meer nog dan de aanslagen in de VS van 9/11. Madrid was dichterbij dan New York. Spanje vocht, net als Nederland, mee in Afghanistan. Wat in Madrid gebeurde, was ook hier mogelijk, was de conclusie.

‘Madrid’ leidde tot twee blijvende veranderingen in de terrorismebestrijdingsmachinerie. Er kwam een coördinerend orgaan – de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid. Die moest de samenwerking tussen politie, justitie en veiligheidsdiensten verbeteren. Daarnaast ging een groeiend aantal overheidsorganisaties gegevens uitwisselen via een systeem dat een al even nondescripte naam kreeg als de omgeving van het AIVD pand in Leidschendam zelf: de C(ontra)T(errorisme) Infobox.

Het exterieur van het voormalige gebouw van de AIVD in Leidschendam. In 2007 verhuisde de geheime dienst naar Zoetermeer. Marcel Antonisse / ANP

Een gekke aanduiding, want de Box is geen box. Het is eerder een rijtje pc’s met mensen erachter, op een afgesloten gang in het AIVD-gebouw. Die geven toegang tot verschillende, van elkaar afgesloten datasystemen van de deelnemende overheidsorganisaties. De verzamelde informatie wordt opgeslagen in het cv van een persoon die mogelijk een dreiging is voor de nationale veiligheid (‘subject’). Rond 2005 waren er ongeveer 150 cv’s. Nu, na jaren van terreurdreiging, is het volgens bronnen een veelvoud ervan.

Fanatieke jihadisten

Over wie er precies in de Box zit die geen box is, worden geen mededelingen gedaan. Volgens bronnen zitten er de namen in van vrijwel alle, volwassen, uitgereisde Syriëstrijders (170) en van teruggekeerde jihadgangers (ongeveer 50). Daarnaast, aldus diezelfde bronnen, de namen van fanatieke jihadisten die tot geweld in staat worden geacht. Buitenlandse terroristen die hier iets van plan zijn, zitten er niet in. De CT Infobox richtte zich op binnenlandse dreigingen, een belangrijke beperking.

De gedachte achter de Box lijkt nu logisch en vanzelfsprekend, maar was in 2004 tamelijk nieuw. Stel dat je verschillende overheidsdiensten in één systeem kunt laten kijken dat gegevens omvat omtrent uiteenlopende gedragingen die je bij potentiële terroristen nogal eens tegenkomt. Zijn ze wel eens (vaker) in landen als Afghanistan, Irak, Syrië, Jemen geweest? Zijn ze ooit gearresteerd voor een delict (wapens, drugs)? Is er wel eens een verdachte financiële transactie geconstateerd? Hebben ze wel eens rare dingen geschreven voor het buurtkrantje dat de wijkagent ook wel eens inziet? Duikt hun naam steeds op in relatie tot een bepaalde liefdadigheidsstichting? Misschien kun je dan een patroon destilleren. En gevaarlijke jihadisten eerder opmerken.

Probleem bij dit soort aanpak is altijd weer: overheidsbureaucratieën houden niet van pottenkijkers. Anderen laten grazen in de eigen kostbare en met veel moeite gebouwde datasystemen voelt al snel als parasitair gedrag. „Aanvankelijk dacht ik, dat gaat nooit werken”, vertelt hoogleraar criminalistiek Christianne de Poot. Zij schreef in 2015 voor het WODC (het onderzoeksinstituut van het ministerie van Veiligheid en Justitie), een evaluatie van de Infobox. „Elke overheidsdienst is veel te veel bezig met zichzelf, dacht ik. Die gaat echt niet helpen de problemen van anderen op te lossen.”

Bovendien werd de traditionele rivaliteit tussen allerlei diensten in de Box voelbaar. Zo voelde de MIVD, in het begin met twee man vertegenwoordigd, zich zwaar onderbedeeld tegenover de AIVD (rond de 10 man plus voorzitter). Een onderzoeksgroep van het ministerie van Defensie constateerde in 2006 „dat de MIVD weinig nadrukkelijk in de CT-Infobox aanwezig is, mede doordat het lang duurde voordat zij toegang kreeg, maar ook omdat de bestrijding van het nationaal terrorisme tot de taak van de AIVD behoort.”

Politieman

Maar er was nog een ander, misschien nog wel belangrijker probleem: de AIVD zelf. Nogal wat medewerkers van de dienst zaten helemaal niet te wachten op de komst van de Box. Ze hadden hun eigen lijstjes met targets waar ze de werkdag mee begonnen. Die waren ze als hun eigen dierbaar bezit gaan beschouwen. De lijstjes gaven ze niet zomaar af aan de nieuwe collega’s van de Infobox.

Want ja, wie staat er nou op zo’n lijstje? Vaak iemand die daar op grond van een losse tip van een burger of politieman was terechtgekomen. Op zich hoeft die persoon nog niets strafbaars gepleegd te hebben, of iets kwaads in de zin te hebben.

Die persoon hoeft nog niets strafbaars gepleegd te hebben, of iets kwaads in de zin te hebben

Eén bron is geen bron, is een gouden regel in de kwaliteitsjournalistiek. In de inlichtingenwereld is dat niet anders. Het behoort tot de professionele trots van de teammedewerker om die tweede bron en andere aanvullende info erbij te zoeken. „Moet je zo iemand nou in een anoniem systeem plempen, waarvan je helemaal niet weet wat er verder mee gebeurt?”, vertelt een oud-AIVD-er die vanaf 2004 met de CT-infobox werkte, en anoniem wil blijven. „De leiding van de dienst moest ons die lijstjes soms uit handen rukken”.

De bouw van de CT Inbox gebeurde dan ook stapje voor stapje. Wat hielp was een systeem van Searching Apart Together. Een systeem dat een effectieve gegevensuitwisseling mogelijk maakt en bij terreurbestrijders vroegtijdig bellen doet rinkelen. Maar ook een systeem dat rekening houdt met de belangen en gevoeligheden maar ook met de kennis en duidingsvaardigheden van de betrokken overheidsorganisaties. Wat ook belangrijk was: Houd de systemen gescheiden. Laat AIVDers informatie uit de AIVD-database duiden, en laat een Fiod man hetzelfde doen met informatie uit de databases van de Belastingdienst. „Want hij ziet dingen in het eigen systeem die wij niet zien”, aldus een betrokkene.

Zo gezegd, zo gedaan. In een afgesloten afdeling binnen het AIVD gebouw kwam een rijtje computers te staan. Erachter: ongeveer tien gescreende medewerkers van, in eerste instantie, AIVD, politie, en IND. Met een speciale log-in konden ze twee verschillende systemen in: die van de eigen organisatie en een stand-alone systeem waarin de honderden cv’s van gevaarlijke subjecten zijn verzameld.

Door de wasstraat

Een team onder leiding van meestal een AIVD’er of politieman, bepaalde aan de hand van een setje criteria of naslag van een bepaalde persoon gerechtvaardigd was. Daarna werd de naam van het mogelijke target door de „wasstraat gehaald”, zoals de procedure bij de koffieautomaat in het AIVD-gebouw bij sommigen ging heten. De IND-man of -vrouw keek in de IND systemen, de AIVD-man deed dat voor de AIVD. Als de IND’er iets in het eigen systeem vond dat voor de AIVD van belang was, dan werd een formeel advies opgesteld aan de IND om haar informatie met de AIVD te delen.

De gevonden informatie bleef in de afgesloten kamer. „What’s in the box, stays in the box”, werd een van gevleugelde uitdrukkingen. De introductie van de Box zorgde voor wel meer taalverrijking. „We hadden afgesproken”, vertelde een oud-medewerker van de Box in 2012 tegen politie-onderzoeker Thijs Vis, „dat we bij die subjecten waar we volgens de dienst niets mee mochten, een codewoord gebruikten: koffiemelk. Dit was het code woord voor „handen af”. Dus vroeg je soms: Karel, is subject .. misschien interessant? Als het antwoord dan koffiemelk was betekende dat: Afblijven dus.”

De samenwerking leverde steeds meer aanwijzingen van andere diensten op dat er toch wel degelijk wat aan de hand was met onderzochte subjecten. Het zoeken naar de gewenste tweede bron werd er gemakkelijker door, merkten AIVD’ers. Getallen over geslaagde interventies als direct gevolg van de samenwerking in de Box, worden niet verstrekt. Maar feit is dat steeds meer overheidsorganisaties zich gingen aansluiten bij de Box. Ze won aan gezag binnen het overheidsapparaat. „Tot mijn eigen verbazing bleek dat de Box best goed werkte”, zegt hoogleraar De Poot.

Voor haar onderzoek registreerde De Poot veel tevreden uitlatingen van medewerkers. Ze hadden in de Box geleerd out of the box te denken. „In de Box kun je 360 graden kijken en dan zijn er meer dingen die je ziet, en is er meer informatie die van belang is.”

Medewerkers hadden in de Box geleerd out of the box te denken

Maar er was nog iets anders. De CT Infobox bood een voordeel dat veel wantrouwige AIVD’ers in 2004 niet hadden bedacht. Er waren best veel dossiers waar een luchtje aan zat, maar waar je als AIVD’er toch niks mee kon. Door ze in de box te brengen, maakte je andere diensten medeplichtig als het onderzoek niet opschoot. Reuze handig bij de blamegame die achteraf bij herrie altijd ontstaat.

„Dat ging toen zo” , vertelde een oud-medewerker van de Bbox in 2012 aan genoemde Thijs Vis: „We weten niet wat we met Mohammed A. aan moeten, we weten te weinig van hem. Flikker hem maar over de schutting bij de Box, dan zien we wel wat er uitkomt.”

De toezichthouder op de AIVD, de Commissie voor het Toezicht op de inlichtingen en veiligheidsdiensten (CTIVD), reageerde kritisch. „Voorkomen moet worden dat personen te gemakkelijk worden voorgedragen aan de CT Infobox”, aldus de Commissie in 2007 „mede daar het risico bestaat dat dit gebeurt om zodoende een gedeelde verantwoordelijkheid ten aanzien van de aanpak van een bepaalde persoon te creëren.”

De CTIVD was ook nog over iets anders bezorgd. Als een naam zo gemakkelijk in de Box raakte, hoe kwam die er weer uit? Werden alle namen waarmee bij nader inzien niks aan de hand bleek, wel weer verwijderd, aldus de toezichthouder in 2007?

Medeplichtigheid

Vijf jaar later, bij een vervolgonderzoek van de CTIVD naar diverse onderdelen van de AIVD, bleek het nodige te zijn verbeterd. Namen van personen met wie minder aan de hand bleek dan van te voren werd gedacht, werden consequenter verwijderd. Niettemin begon de toezichthouder onlangs een vervolgonderzoek. De resultaten worden dit jaar verwacht.

De „medeplichtigheid” van samenwerkende organisaties werd versterkt doordat de Box vanaf het begin veel meer was dan informatieuitwisseling. Ze had ook operationele betekenis. Elke naslag mondde uit in een advies hoe om te gaan met de gevonden informatie. Verder onderzoek doen? Specifieker naar de persoon kijken? Of zelfs actie ondernemen?

„De CT Infobox is veel meer dan pure naslag”, aldus onderzoeker De Poot. „Het is ook een soort handleiding wat je met de gevonden informatie kunt doen.” Daarmee werd de Infobox meer dan een Rolodex. Ze ontwikkelde zich ook tot de ‘Tom Tom’ van de terreurbestrijding – een richtingwijzer waar men de dreiging moest zoeken.

In 2014 bleek wat de meerwaarde van deze aanpak was. Tot verrassing van de AIVD en MIVD reisden steeds meer geradicaliseerde – veelal jonge – moslims uit naar Syrië en Irak om daar IS en anderen te gaan helpen in de strijd tegen de Syrische dictator Assad. De uitreizigershausse kwam in de zomer van 2014 op een hoogtepunt. Het kabinet reageerde met het omvangrijke Integraal Actieprogramma. Een duizelingwekkend aantal actiepunten werd gepubliceerd. Onderzoekster De Poot zegt dat „de Box de uitvoering van het Actieprogramma zeker vergemakkelijkte”.

Het Actieprogramma zorgde er mede voor dat de Box gebruikt ging worden voor andere doeleinden dan waarvoor ze in 2004 was opgericht. Het zoeksysteem bevatte inmiddels honderden namen met bijbehorende achtergrondinformatie. Namen van uitreizigers naar het Islamitisch Kalifaat, van terugkeerders, van mogelijke sleepercells in Nederland. Allemaal nuttige informatie waarmee de Box veel meer kon.

Er kunnen bijvoorbeeld voorspellende analyses worden uitgevoerd aangezien „terroristen toch best vergelijkbare types zijn” en omdat „je kan zien dat iemand gaat afglijden”, zeiden medewerkers van de Box tegen de WODC-onderzoekers in 2015. Andere geïnterviewden vreesden juist mission-creep, waarbij gegevens die voor één bepaald doel worden verzameld, voor een ander doel worden gebruikt.

De eerste, ‘rekkelijke school’ won steeds meer terrein. Zo publiceerde de NCTV begin 2016 een groepsanalyse met typische kenmerken van jihadistische terugkeerders (De Jihad Beëindigd?). Het onderzoek was gebaseerd op materiaal uit de Box. Een AIVD-studie uit juni 2014 over de „transformatie van de jihadistische dreiging”, maakte ook gebruik van informatie uit de Box.

Het systeem dat ooit als Rolodex begonnen was, had zich twaalf jaar later ontwikkeld tot kenniscentrum voor terreurbestrijding.