Cultuur

Interview

Interview

Foto Maarten Brante/ANP

De belangen van de Amsterdamse ombudsman

Nevenactiviteiten

Arre Zuurmond, ombudsman van Amsterdam en Overheidsmanager van het Jaar, wordt geprezen om zijn onorthodoxe aanpak. Hij houdt er ook onorthodoxe opvattingen over nevenactiviteiten op na.

Arre Zuurmond (1959), ombudsman van Amsterdam en omstreken, werd in november uitgeroepen tot Overheidsmanager van het jaar. Een onverwachte verkiezing. Want: de ombudsman? Overheidsmanager? De opdracht van de ombudsman, verankerd in de wet, is het onderzoeken van klachten van burgers over bestuursorganen – die vaak over de handelingen van ambtenaren gaan. En dan de eretitel van superambtenaar dragen?

Toen hem werd gevraagd de nominatie te accepteren heeft Zuurmond „24 uur nagedacht of ik het leuk zou vinden”. Welke gedachten gingen daarbij door zijn hoofd? „Er is een plus en er is een min. Je bent een onafhankelijke ombudsman – wil ik nou van de overheid zijn? Nou ja, formeel bén ik een overheidsmanager.”

Het gezag gaf de doorslag. „Ik heb weinig formele macht. Op het moment dat ze mij kiezen, krijg ik er een extra gezagscriterium bij. Als ik bel en zeg: ‘Hier spreekt de ombudsman van Amsterdam’ – die kennen ze nauwelijks. Nu is het: o ja, dat is die Overheidsmanager van het Jaar.”

Anders dan zijn voorgangers is Zuurmond geen jurist, maar een consultant

De jury prees de onorthodoxe aanpak van de Amsterdamse ombudsman. „Hij handelt niet alleen klachten af, hij zoekt ze actief op.” De dag voor hij aantrad, in september 2013, trok Zuurmond een oude trui aan, gooide zijn haar door de war en meldde zich bij het Amsterdamse daklozenloket. Vele formulieren later kreeg hij een bed toegewezen bij het Leger des Heils. Wachttijd: acht maanden.

Anders dan zijn voorgangers is Zuurmond geen jurist, maar een consultant. Hij werkte bij PinkRoccade. Was bijzonder hoogleraar ICT en de toekomst van het openbaar bestuur in Leiden. Richtte in 2004, samen met adviesbureau PBLQ, de Kafkabrigade op, voor „research en interventie”, waarvan de naam boekdelen spreekt: dit is een bureaucratiebevechter.

Als ombudsman Metropool Amsterdam is Zuurmond de laatste niet-rechterlijke instantie bij wie 1,25 miljoen Nederlanders – inwoners van Almere, Amsterdam, Diemen, Landsmeer, Waterland, Zaanstad – terechtkunnen met een klacht over de lokale overheid.

Uit onderzoek van NRC blijkt dat hij, naast zijn gewone werkzaamheden als ombudsman, regelmatig optreedt op congressen en symposia. Daarbij leunt hij tegen zijn oude netwerk als consultant aan. Hij laat zich voor die optredens soms betalen. Het presidium van de Amsterdamse gemeenteraad, dat hem aanstelde, laat desgevraagd weten dat „deze nevenfuncties op zichzelf geen reden zijn” om te twijfelen aan de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de ombudsman. Wel zal het presidium zich „op kortst mogelijke termijn” met de ombudsman en het college van B en W „verstaan” naar aanleiding van dit onderzoek.

Lees ook het nieuwsbericht: Amsterdamse ombudsman verdient bij

Wat al snel veranderde na Zuurmonds aantreden: het aantal rapporten. Zijn voorganger als ombudsman leverde jaarlijks meer dan negentig rapporten af. Onder Zuurmond werden het er twee per jaar. Onder het motto: „Rapporten zijn niet lerend, rapporten zijn belerend.”

Zuurmond licht toe: „Een rapport moet naar de raad, dat staat in de wet. Dan gaat de raad de wethouder vragen stellen, de wethouder gaat zijn directeur vragen stellen. Die vraagt het de manager, de manager de uitvoerder. De hele hiërarchie wordt geactiveerd en de hiërarchie is volgens mij vaak deel van het probleem. En wat deel is van het probleem kan geen deel van de oplossing zijn.”

Het zijn kenmerkende Zuurmond-zinnetjes. De Amsterdamse ombudsman, cum laude gepromoveerd op De infocratie: een theoretische en empirische heroriëntatie op Weber’s ideaaltype in het informatietijdperk, formuleert omzichtig, docerend. Zijn primaire doelwit: perverse regels - „dat zijn er niet zo veel” – of perverse uitvoering van regels.

Het meest recente rapport van de ombudsman, een van de twee in 2016, ging over bureaucratische problemen waar ‘internationals’ tegenaan lopen. Van de naar schatting 69.000 buitenlanders die in Amsterdam werken of verblijven, vulden 18 online het vragenformulier in. Het rapport (11 pagina’s) eindigde met de aanbeveling: „De ombudsman adviseert de gemeente Amsterdam te onderzoeken of de bejegening van ambtenaren tegenover internationals kan worden verbeterd.”

Zijn zulke aanbevelingen niet wat potsierlijk, op basis van 0,03 procent van de doelgroep?

„We hadden een paar signalen over bejegening, los van de respons”, zegt Zuurmond. „En ik hoef maar een of twee klachten te krijgen om een opmerking te kunnen maken over bejegening door ambtenaren.”

In 2015 kreeg de ombudsman in de metropool Amsterdam 1.925 verzoeken om hulp, bijna 600 minder dan in 2013. In de jaarbeschouwing zien we dat de ombudsman behalve de twee rapporten ook 20 columns schrijft, 39 intervisiegesprekken voert, 359 interventies pleegt, 30 schouwen met nabespreking uitvoert en 453 overige onderzoeken. De afhandeling van alle klachten staat op zijn website, net als de 80 kwartaalrapportages die hij jaarlijks schrijft.

Staat die afhandeling op gespannen voet met artikel 9.36 uit de Algemene wet bestuursrecht: „Wanneer een onderzoek is afgesloten, stelt de ombudsman een rapport op”? Bij alle klachten die hij binnenkrijgt, zei Zuurmond in het Nederlands Dagblad, bedenkt hij: welke ingreep past bij dit probleem? „Voor de goede orde: ik heb die vrijheid niet gekregen, ik pak die vrijheid.” Nu zegt hij: „Als je radicaal vanuit de leefwereld redeneert, dan zijn er soms dingen waar je misschien de bevoegdheid niet voor hebt, maar die je toch moet proberen.”

Ombudsman Peter Heskes van Den Haag zegt dat ook hij het maken van een rapport zo veel mogelijk vermijdt. „Bijvoorbeeld door te interveniëren. Je hoeft geen onderzoek te doen, je moet problemen oplossen. De ombudsman is een antibureaucratisch element. En als je niet oplet ben je met je onderzoek zelf een bureaucraat.”

Zuurmond is allesbehalve een bureaucraat. Zoveel vrijheid als hij „pakt” bij zijn onderzoekingen, zoveel vrijheid neemt hij ook met zijn nevenactiviteiten. Een kleine zoektocht online levert zo’n vijftien optredens in 2016 op, als deelnemer van congressen en symposia, maar ook als dagvoorzitter, als docent. Wie de programma’s bekijkt, komt vaak dezelfde namen tegen. PinkRoccade, PBLQ, Kennisland – consultancybedrijven en -organisaties waar weer allemaal dwarsverbanden tussen lopen. Onderwijsinstellingen als de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur of de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken (NVVB), waar Zuurmond in de raad van advies zit. Brancheorganisaties als Nederland ICT – „dé belangenbehartiger voor de branche’, volgens de website. Zuurmond is lid van de adviesraad. „Die Raad is al anderhalf jaar niet meer operationeel, maar ze hebben hem nooit opgeheven”, zegt hij.

„Waarom vind ik dat interessant?”, zegt Zuurmond. „ICT-bedrijven programmeren heel veel software voor overheden. Er worden burgers vermalen in die systemen van de overheid. Dat wil ik helpen voorkomen.”

„Ik moet mijn oude vak onderhouden: over zes jaar wil ik niet werkloos zijn.”

In artikel 81r van de Gemeentewet staat dat de ombudsman „geen betrekkingen (vervult) waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van zijn ambt of op de handhaving van zijn onpartijdigheid en onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin”.

U lijkt heel dicht op uw oude netwerken te zitten. Komt daarmee uw onafhankelijkheid niet in gevaar?

„Toen ik kwam heb ik heel bewust besloten mijn oude netwerken niet mee te nemen. Ik vraag nooit iemand uit mijn oude wereld om onderzoek te doen.

„Ik ben voor zes jaar benoemd als ombudsman. Ik moet dus mijn oude vak onderhouden: over zes jaar wil ik niet werkloos zijn. Dat is ook een belangrijke reden om die verbindingen te houden. Ik zal wel moeten, los van dat ik het leuk vind.”

Met uw oude collega’s ging u in 2015 op de Kafkabrigade-retraite, waar werd ‘gereflecteerd op missie en methode’ van het bedrijf.

„Ik ga élk jaar met hen op retraite. Omdat er een goed netwerk van denkers in zit. Waaronder iemand in Harvard. Ik heb een retraite, dat doe ik gewoon in mijn vrije tijd. Ik heb een intellectuele achtergrond, dus, ja.

„Met wie moet ik dan gaan praten? Met accountants van wie ik vind dat ze het niet goed doen? Daar ben ik vrij open in. Ik ben van een voorhoede van bureaucratiebestrijding en daar horen ook geestverwanten bij van andere organisaties.”

Onafhankelijkheid is de kernwaarde in uw gezag. U viel in als dagvoorzitter bij een bijeenkomst waar uitgebreid het Qiy Trust Framework werd aangeprezen, een variant op DigiD. Daar is een commercieel belang mee gemoeid.

„Nee. Nee. Qiy Trust Framework is publiek domein. Iedereen mag het hebben. Voor het framework hoeft niemand te betalen.”

Het is ontwikkeld door een bedrijf dat concurreert met andere producenten van soortgelijke technologie.

„Als dat framework echt commercieel, van één bedrijf zou zijn, zou ik me er niet voor lenen. Maar als het framework louter is: burgers moeten de regie terugkrijgen en er is een set van afspraken voor nodig – zo moet het eruitzien, daar doe ik graag aan mee. Of het nou bedrijf X of Y, of de overheid zelf is die het programmeert, dat maakt niet uit.”

De Overheidsmanager van het Jaar wordt gesponsord door onder meer Ernst & Young. Daar heeft u februari vorig jaar nog een ‘break-outsessie’ voor gegeven.

„Dat kan. Ik denk dat ik dertig, veertig, vijftig lezingen op jaarbasis geef. Maar: uw vraag?”

Is dat niet ongemakkelijk?

„Ik vind het sowieso niet ongemakkelijk. Dat heeft te maken met mijn opvatting hoe je je doel bereikt. Ook commerciële partijen als Ernst & Young worden veel ingezet bij de overheid, om vormen van handhaving, dienstverlening, zorg te introduceren. Om ervoor te zorgen dat iedereen snapt wat er misgaat, neem ik veel tijd om op allerlei plekken uit te leggen wat ik als norm heb voor hoe het zou moeten voor burgers.”

Wordt u daarvoor betaald?

„In bijna alle gevallen niet, in sommige gevallen wel. Ook daar heb ik een eigen, vrij simpele regel voor. Als alle partijen worden betaald en het is buiten diensttijd, dan betalen ze mij ook. Ik denk dat ik vier, vijf of zes keer ben betaald.”

Na vragen van NRC aan het presidium van de Amsterdamse gemeenteraad, legt Zuurmond zes facturen met neveninkomsten uit 2016 aan het presidium over. Voor neveninkomsten van de ombudsman geldt een meldingsplicht, schrijft het presidium. Tevens schrijft het presidium: „Het onderscheid ‘diensttijd’ en ‘buiten diensttijd’ doet niet ter zake.”

Op uw naam staat een beheerkantoor in uw woonplaats Delft, en een in Hilversum. Zijn die allebei van u?

„Ja. In het Hilversumse administratiekantoor zitten mijn aandelen van de Kafkabrigade. Een van de voorwaarden van de benoemingscommissie in Amsterdam was: die aandelen onderbrengen in een constructie. Iemand met wie ik geen familieband heb, beheert die. Via Zuurmond beheer bv in Delft beheer ik mijn opgebouwde pensioenkapitaal.”

Navraag bij de ombudslieden van andere grote steden leert dat hier een verschil zit. Peter Heskes van Den Haag heeft geen nevenfuncties. In Rotterdam heeft Anne Mieke Zwaneveld er drie: voorzitter van de VvE van haar woning, plaatsvervangend raadsheer bij het gerechtshof Den Haag, en ze is bestuurslid van het Huis voor de Klokkenluider. Betaald voor congressen of lezingen wordt Zwaneveld niet. „Ik krijg weleens een kleinigheid, die gaat in de kartonnen doos die ik hier voor me zie staan op kantoor. Eens per jaar organiseren we een tombola en dan mogen de medewerkers er iets uit pakken. Wat zit daar nu in? Een cadeaubon, zie ik, en een pak Tropical Fruits.”

Het presidium van de gemeenteraad schrijft: „Het is belangrijk dat we een onafhankelijke en onpartijdige ombudsman hebben. Deze nevenactiviteiten zijn op zichzelf geen reden hieraan te twijfelen.” Wel gaat het „op de kortst mogelijke termijn” in gesprek met de ombudsman.