Onderwijs

Burgerschap kan worden geoefend op school

Onderwijsblog Er is consensus over democratische gezindheid, gemeenschapszin, tolerantie en respectvolle omgang met elkaar. Dat kan op school worden geoefend schrijft Hessel Nieuwelink.

ANP XTRA Koen Suyk

Door Hessel Nieuwelink

Scholen hebben een belangrijke taak om bij te dragen aan het burgerschap van hun leerlingen. Dat is vooral relevant in een tijd waarin maatschappelijke spanningen toenemen, jongeren radicaliseren, er toenemend geloof lijkt te zijn in complottheorieën en ook leerlingen moeite hebben om feiten van meningen te scheiden. Dinsdag 7 februari liet de Onderwijsinspectie (weer) in een onderzoek zien dat scholen het moeilijk vinden om burgerschapsonderwijs vorm te geven. Wetenschappelijk onderzoek en onderwijspraktijken bieden echter zinvolle handvatten om meer te doen met burgerschapsonderwijs. In onze recente studie Onderwijs in burgerschap Wat scholen kunnen doen geven wij op basis van wetenschappelijk onderzoek en enkele schoolportretten een aantal van deze handvatten. Daarmee laat dit rapport zien dat zinvol burgerschapsonderwijs ook onder moeilijke omstandigheden mogelijk is.

Voor veel leraren is burgerschap een onduidelijk begrip. Zij vinden het lastig dat er zoveel verschillende (normatieve) invullingen van zijn. In de studie laten we echter zien dat er grote overeenstemming bestaat over wat burgerschap betekent. Het gaat over de manieren waarop mensen zich – op voet van gelijkheid – verhouden tot anderen en tot de overheid. Er is consensus over de centrale waarden die daarbij van belang zijn, zoals democratische gezindheid, gemeenschapszin, tolerantie en respectvolle omgang met elkaar. Burgerschapsonderwijs zou dus hierover moeten gaan en zich verhouden tot deze waarden.

Geen wonderen

Inmiddels is er een behoorlijk aantal studies uitgevoerd waarbij gekeken is naar de effectiviteit van burgerschapsonderwijs. Deze laten zien dat we geen wonderen moeten verwachten. Kinderen en jongeren worden immers ook sterk beïnvloed door vooral hun ouders, ‘peers’ en media. Het onderwijs kan op twee manieren echter wel een belangrijke bijdragen leveren aan het burgerschap van leerlingen. De eerste manier betreft het op structurele wijze aandacht besteden aan onderwerpen die verbonden zijn met burgerschap. Dit betekent dat scholen regelmatig lesgeven over maatschappelijke onderwerpen en lessen en projecten hierover zo vormgeven dat de onderwerpen voor leerlingen betekenis hebben en niet slechts abstracties blijven. Een enkel project over een maatschappelijk onderwerp is weinig effectief voor het burgerschap van leerlingen.

De praktijken op de geportretteerde scholen lieten zien wat dit kan betekenen. Op een van de vo-scholen worden burgerschapsonderwerpen altijd eerst vanuit het dagelijks leven van leerlingen behandeld. Het ingewikkelde systeem van sociale voorzieningen en sociale verzekeringen wordt uitgelegd door eerst casuïstiek te behandelen over contributie bij een sportvereniging.

Op deze manier gaat de thematiek van collectieve belangen, solidariteit en eigen verantwoordelijkheid voor de leerlingen leven. Een andere vo-school maakt maatschappelijke onderwerpen tastbaar voor leerlingen door ze in contact te brengen met mensen die bepaalde thema’s aan den lijven hebben ondervonden. Overlevenden van de Holocaust, mensen die hun land ontvlucht zijn of jonge medewerkers van het COC komen leerlingen vertellen over wat zij meemaken of hebben gemaakt. De school meent dat door het onderwerp tastbaar te maken de leerlingen meer gaan inzien waar het over gaat en welke onderliggende waarden er spelen. Een geportretteerde basisschool is internationaal georiënteerd. Al vanaf de kleuterklas leggen zij bij alle onderwerpen relaties tussen wat er in de wereld gebeurt en de persoonlijke achtergrond van leerlingen. Zij proberen leerlingen daarmee te leren over onderlinge afhankelijkheid en overeenkomsten en verschillen tussen mensen.

Samenleving in het klein

Vaak wordt gezegd dat de school een samenleving in het klein is. Het rapport laat zien dat uit wetenschappelijke studies naar voren komt dat er voor jongeren lang niet altijd mogelijkheden zijn om in de school met burgerschap te oefenen.
Dat is jammer omdat scholen via omgangsvormen en dagelijkse contacten een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het verder ontwikkelen van democratisch burgerschap. Studies laten zien dat door het creëren van een open klimaat, scholen kunnen bijdragen aan allerlei burgerschapshoudingen zoals (politiek) zelfvertrouwen, tolerantie, onderschrijven van maatschappelijke pluriformiteit en de bereidheid om naar anderen te luisteren. Dit kunnen leraren en schoolleiders onder meer doen door met leerlingen in gesprek te gaan, leerlingen ruimte bieden om hun eigen standpunt te formuleren, verschillende standpunten naar voren te laten komen in discussies en leerlingen invloed te geven op schoolbeleid.

Verhaal of toneelstuk

De geportretteerde scholen laten allerlei mogelijkheden zien hoe dit in de praktijk kan werken. Zo worden maatschappelijke onderwerpen ingekleed in een verhaal of toneelstuk, is op sommige scholen ‘alles bespreekbaar’ en vinden andere scholen dat de perspectieven van leraren én leerlingen belangrijk zijn wanneer beslissingen genomen worden.

Burgerschapsonderwijs op een zinvolle manier vormgeven is zeker ten tijde van maatschappelijke tegenstellingen niet makkelijk. Het vergt tijd, inspanning en expertise van een school. Maar onmogelijk is deze opdracht zeker niet, zo laten de geportretteerde scholen zien.

Het rapport is bekostigd door NRO en uitgevoerd door de Universiteit van Amsterdam, de Hogeschool van Amsterdam en het Kohnstamm Instituut.

Hessel Nieuwelink is lerarenopleider en onderzoeker HvA [h.nieuwelink@hva.nl.

Nieuwelink, H., Boogaard, M., Dijkstra, A.B., Kuiper, E.J., Ledoux, G. (2016). Onderwijs in burgerschap: wat scholen kunnen doen. Lessen uit wetenschap en praktijk. Amsterdam: Kohnstamm Instituut.

Blogger

Maarten Huygen

Maarten Huygen is redacteur onderwijs. Hiervoor was hij onder andere chef opinie, commentator en verslaggever voor NRC. Hij woonde 11 jaar in Washington, in de vroege jaren tachtig voor omroepen en bladen, in de vroege jaren negentig voor NRC.