Opinie

Alleen maar witte juffen voor de klas

De komende lichting nieuwe basisschoolleraren zal alleen uit witte juffen bestaan. Help ons dat te veranderen, minister Bussemaker, schrijven

Over een paar jaar dreigt een tekort aan leraren in het basisonderwijs als gevolg van de toelatingstoetsen om aan de pabo te mogen beginnen. De leraren die we dan nog hebben, zullen vooral witte juffen zijn. Meer inspanningen zijn nodig om jongens en jongeren met een migratieachtergrond dat extra zetje te geven dat ze nodig hebben.

Minister van Onderwijs Jet Bussemaker (PvdA) had vorige week in een brief aan de Tweede Kamer goed nieuws over de pabo’s in Nederland: nadat de instroom van studenten vorig jaar als gevolg van de toelatingstoetsen fors was gedaald, is er dit studiejaar sprake van een stijging met ruim 8 procent. Ook ziet de minister dat er minder uitvallers in het eerste jaar zijn en dat het studiesucces – met name onder studenten met een mbo-vooropleiding – sterk is verbeterd. Onze inspanningen werpen hun vruchten af, schrijft de minister.

Minister Bussemaker gaat met deze ‘goednieuwsshow’ echter wel erg gemakkelijk voorbij aan een onderliggend probleem. Door de invoering van de toelatingstoetsen is de instroom vanuit het mbo flink afgenomen. Dit verklaart ook waarom de minister nu mooie cijfers over het studiesucces van studenten met een mbo-achtergrond kan presenteren: het zijn er namelijk nog maar een paar. De rest heeft de toelatingstoets niet gehaald of durft zich niet aan te melden voor de pabo, uit angst de drempel niet te halen. Een grote groep potentieel goede leraren gaat hierdoor verloren. Een groep die, soms met extra begeleiding tijdens de opleiding, prima in staat is de pabo succesvol af te ronden.

Zonder gewijzigd beleid van selectie aan de poort zijn er over een paar jaar niet genoeg leerkrachten in het basisonderwijs. De minister redeneert overigens dat dat meevalt. De kleinere instroom wordt volgens haar gecompenseerd door lagere uitval. Uit de prognoses blijkt echter dat het allerminst zeker is dat er voldoende pabostudenten afstuderen.

Tweede punt van zorg is of we straks voldoende leraren hebben die een afspiegeling vormen van de maatschappij. De huidige aanpak leidt ertoe dat we voornamelijk witte juffen opleiden.

Dat is iets waar minister Bussemaker zich overigens ook bewust van is. In haar Kamerbrief van oktober 2016 over ‘gelijke kansen in het onderwijs’, schrijft zij: „We zien dat gemotiveerde en getalenteerde aspirant-leraren met een migrantenachtergrond zich vaker ten onrechte laten ontmoedigen om voor een opleiding met extra toelatingseisen zoals de pabo te kiezen. De samenstelling op de pabo’s is, met name in de grote steden, steeds minder divers.”

Nu, drie maanden later, lijkt de minister liever alleen de positieve kant van de medaille te willen belichten. Trots presenteert zij de mooie cijfers van dit studiejaar over groei en studiesucces, maar daarbij gaat zij te gemakkelijk voorbij aan de problematiek van het lerarentekort en het gebrek aan diversiteit. Daarom doen wij een dringende oproep aan de minister om de daad bij haar eerdere woorden te voegen en te blijven stimuleren dat we in de toekomst voldoende leraren hebben uit alle bevolkingsgroepen.

Een mogelijke oplossing is een experiment dat de ‘pre-pabo’ wordt genoemd: een traject van een half jaar dat erop gericht is om met name mbo’ers beter voor te bereiden op de pabo, zodat zij aan de toelatingseisen kunnen voldoen en de opleiding met succes kunnen afronden. In Zwolle zijn de drie instellingen met pabo-opleidingen (Katholieke Pabo Zwolle, Hogeschool Viaa en Hogeschool Windesheim) met de roc’s in de omgeving in gesprek over de vraag hoe we hier invulling aan kunnen geven. Als collegevoorzitters nodigen wij de minister van harte uit om deze handschoen samen met ons op te pakken.