Volkert van der G. hoeft niet terug de cel in

De moordenaar van Pim Fortuyn zou de voorwaarden van zijn vrijlating hebben geschonden.

Rechters (VLNR) S. Pompe, B. Vogel en J. Oreel voor aanvang van de behandeling van de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidsstelling van Volkert van der G. Foto Koen van Weel/ANP

Volkert van der G. (47), de man die op 6 mei 2002 politicus Pim Fortuyn doodschoot, hoeft van de Amsterdamse rechtbank niet opnieuw achter de tralies.

Volgens de rechters is er geen sprake van een ernstige schending van de voorwaarden die gelden voor zijn voorwaardelijke invrijheidstelling. Hij heeft immers voldaan aan zijn meldplicht bij de reclassering.

“Hoewel sprake is van een moeizaam reclasseringscontact, heeft Van der G. wel basaal antwoord gegeven op de vooraf overeengekomen vragen. In eerdere civiele procedures huldigde het Openbaar Ministerie steeds het standpunt dat een basaal zicht op de re-integratie voldoende is. Het Openbaar Ministerie heeft niet duidelijk kunnen maken waarom dat eerder ingenomen standpunt moet worden verlaten.”

Geen antwoord

In een rechtszitting eiste het Openbaar Ministerie vorige maand dat Van der G. – sinds mei 2014 voorwaardelijk op vrije voeten – opnieuw een jaar de gevangenis in zou gaan. Volgens advocaat-generaal Gerard Robben werkt Van der G. niet constructief mee aan het verplichte toezicht van de reclassering. Hij geeft tijdens de verplichte gesprekken bij de reclassering niet of nauwelijks antwoord op vragen. Hij is om die reden reeds eerder schriftelijk gewaarschuwd.

Justitie vindt dat Van der G. de reclassering belet inzicht te krijgen in zijn persoon. Daarmee ontneemt hij reclassering en OM – en daarmee de maatschappij – de mogelijkheid in te schatten of hij in de toekomst opnieuw in de fout kan gaan. Justitie weet dus niet wat het risico van recidive is. Daarom moet Van der G. weer achter slot en grendel. De moordenaar van Fortuyn kwam in mei 2014 voorwaardelijk vrij omdat hij tweederde deel van de opgelegde achttien jaar cel had uitgezeten. De proeftijd duurt nog 1.180 dagen. Van der G. denkt volgens het OM ten onrechte dat hij al een vrij man is.

Voor de rechtbank ontkende Van der G. vorige maand dat hij niet loyaal zou meewerken aan de gesprekken met de reclassering. Hij zei dat hij nu eenmaal geen gezellige prater maar dat is volgens hem nu eenmaal zijn karakter. Van der G. verklaarde de contacten met de reclassering als ‘buitengewoon onveilig’ te ervaren. Hij vreest dat gespreksnotities worden doorgespeeld aan het OM en daardoor uiteindelijk in handen komen van ‘persmuskieten’. De reclassering wil volgens hem ook veel te veel weten. “Dat is een bodemloze put”. De gesprekken zijn volgens hem ‘politieverhoren’ waarbij hij geen zwijgrecht heeft, maar een spreekplicht.

De advocaat van Van der G. noemde de door het OM gevraagde sanctie disproportioneel. Zijn cliënt heeft een meldplicht maar geen spreekplicht, aldus de raadsman. Van der G. en zijn advocaat waren vanochtend niet aanwezig bij de uitspraak.