Recensie

Lucky Fonz III is als cabaretier niet overrompelend, wel onderhoudend

Lucky Fonz III besloot drie jaar geleden dat hij cabaretier wilde worden. In zijn tweede programma ‘Superlekker’ voelt hij zich een stuk meer thuis in het theater.

Lucky Fonz III Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Toen de als Lucky Fonz III doorgebroken singer-songwriter Otto Wichers drie jaar geleden besloot dat hij cabaretier wilde worden, viel het resultaat van die koerswijziging niet mee. Hij baande zich ietwat stuntelig een weg door een paar onbestemde verhaaltjes en had telkens veel tijd nodig om zijn gitaar om te hangen voor het volgende liedje. Alleen in zijn liedjes viel hij af en toe op met onverwachte formuleringen.

Superlekker is Wichers’ vervolgprogramma, ditmaal geafficheerd als „deels muziek, deels theater, deels cabaret”. En hij lijkt zich in dit genre heel wat beter thuis te voelen dan de eerste keer. Zijn zenuwachtige lachjes zijn weliswaar gebleven, maar ze dragen ditmaal vooral bij tot de intieme sfeer die hij weet te scheppen. Hij vertelt een fragmentarisch vervolgverhaal over de manier waarop een schoolpsychologe ooit trachtte zijn speelse brein tot bedaren te brengen, en hij zing-zegt nieuwe liedjes over onderwerpen die zelden of nooit door anderen worden bezongen. Zoals de vraag waarom mosselen geen baan hebben, en het feit dat handdrogers niet werken, maar toch nog steeds in de handel zijn.

Overrompelend is Lucky Fonz III nog steeds niet te noemen. Maar onderhoudend wel. Met zijn vaak nogal ongrijpbare bedenksels en zijn bedeesde presentatie heeft hij – samen met regisseur Wilhelmer van Efferink – een programma gemaakt dat zich niet eenvoudigweg met dat van andere cabaretiers laat vergelijken. En etiketteren is evenmin gemakkelijk.