Cultuur

Interview

Interview

Frans Strijards

Foto Merlijn Doomernik

‘Mensen willen elkaar stukmaken’

Berucht en besproken was hij, regisseur en (toneel-)schrijver Frans Strijards. Zijn veertigste stuk, Het Vierde Gezicht, gaat over de schimmige scheidslijn tussen goed en kwaad.

Verkenningen in de onderwereld, zo zou de ondertitel kunnen luiden van het nieuwste toneelstuk van regisseur en schrijver Frans Strijards (64). Het is zijn veertigste stuk, een solo met als titel Het Vierde Gezicht. Strijards verwierf faam als regisseur van gezelschappen als het Projekttheater, Art & Pro en de Voortzetting. Hij gold als berucht. Zijn regies van stukken van Tsjechov en Ibsen waren wars van romantische façades. Hij toonde de destructieve krachten in de burgerlijke samenleving. Zijn afkeer geldt het „zoetgevooisde toneel”. Strijards en zijn spelers werd verweten dat hun werk „niets met toneel te maken had”.

Zijn bemoeienissen met gezelschappen als de Trust en het Nationale Toneel mislukten. Een van zijn dierbaarste stukken, Ludmilla uit 2004 bij het laatste gezelschap, kreeg een negatief onthaal. Er begonnen zich weinig vleiende geruchten over Strijards te verspreiden, waarvan hij de pijn nog steeds voelt. Hij zegt: „Het was alsof mijn leven werd vernietigd door wat andere mensen eromheen hebben verzonnen.”

Nu is hij terug met Het Vierde Gezicht. Een monoloog die zowel aanklacht is als bede om aandacht. Of is het een zelfportret? Er staan treffende observaties in over de schaduwzijde van de rechterlijke macht en de artistieke wereld, over gifschepen en witwaspraktijken, over gemeentepolitiek, malafide justitieambtenaren en criminelen. Maar het gaat ook en juist om mensen die zich zorgen maken over wantoestanden in een wereld „waar legale en illegale activiteiten elkaar overlappen”.

Hoofdrolspeler is een advocaat, vertolkt door Helmert Woudenberg. Tegen zijn zin in raakt hij verstrikt in een duistere zaak van een havenbedrijf. De overheid doneert gigantische bedragen om gifschepen netjes te ontgiften. Toch zijn ze opeens miraculeus verdwenen, naar derdewereldlanden. En weg is de subsidie. Waarheen?

Een toneelschrijver die verzeild raakt in het wetteloze circuit, hoe is dat zo gekomen?

„In een café in Amsterdam is in 2002 een man doodgeschoten. Het misdrijf is nooit opgelost. Ik kom weleens in zulke cafés, tussen nachtclubportiers, taxichauffeurs, autohandelaren. En advocaten. Diep in de nacht komen de verhalen. Advocaten lossen duistere zaken op. Ze bevinden zich in de bovenwereld, maar raken aan de onderwereld. Ze vertellen mij wat ze weten. Ze willen hun verhaal kwijt, hun verontrusting. Omdat ze me kennen als toneelschrijver, hopen ze dat ik hun ongerustheid naar buiten kan brengen, zonder mijn bronnen prijs te geven.”

Wat is het voordeel van theater ten opzichte van, zegge, journalistiek?

„Een journalist moet zijn bronnen legitimeren of vraagt om wederhoor. Daarmee haal je de kracht uit de misstand, je neutraliseert het. Wat ik in Het Vierde Gezicht laat zien is hoe iemand in een labyrint terechtkomt. Mijn hoofdpersoon, de advocaat, is getuige van een ongeluk met een caravan. De chauffeur gaat ervandoor en uit de caravan kruipt iemand die hij kent, een cliënt die werkt in de Amsterdamse haven. De advocaat rijdt eerst door. Hij is bang dat hij de schuld van het ongeval krijgt. Toch keert hij terug naar de plek des onheils en raakt dan verstrikt in een milieu waarin kwaad en goed nauwelijks zijn te onderscheiden.”

Lijdt de advocaat aan paranoia?

„Ja, en als paranoia je innerlijk behang is, ben je niet jarig. Als regisseur heb ik geleerd te luisteren en te kijken naar wat acteurs aanbieden. In zekere zin geldt dat ook voor de situatie in zo’n nachtcafé. Ik luister, stel de juiste vragen. Soms krijg ik de suggestie eens met die of die te praten. Geleidelijk kom ik achter de waarheid en ontrafel het web van leugens.

„Ik weet zeker dat mensen die ik sprak naar de voorstelling komen kijken, misschien zijn ze bij de première. Na een van de eerste opvoeringen in de Verkadefabriek in ’s-Hertogenbosch wilden toeschouwers erover verder praten, met de acteur. Ze wilden weten of het waar is, hoe onontwarbaar de verwevenheid is tussen het zogenaamd juridisch rechtvaardige en het louche illegale circuit.”

Kunnen we u herkennen in de advocaat?

„Hij is een buitenstaander, en ik ook. Wat hij weet, moet hij ook verzwijgen. Hij is toegewijd aan zijn cliënten, maar er wordt ook over hem geroddeld – zoals ook ik onderwerp van was het roddelcircuit. Mensen roddelen om iemand onschadelijk te maken, denk ik. Er is iets in mensen, dat maakt dat ze elkaar stuk willen maken. Dat boeit me wezenlijk.”

Sinds 1982 geldt u als enfant terrible in het toneel. In het toenmalige Mickery Theater aan de Amsterdamse Rozengracht overgoot u twee poppen met jenever en flambeerde die.

„Dat veroorzaakte hevige woede. De poppen waren Martha en George uit Who’s Afraid of Virginia Woolf? Er was destijds boosheid in me omdat theater in Nederland naar de marge wordt geduwd, terwijl het voor mij het allerbelangrijkste is.

„Met mijn gezelschappen en later mijn eigen gebouw, het Rozentheater, wilde ik een familie opbouwen. Mét een eigen huis waarin je als het ware kon opgroeien, elkaar ondersteunen. Maar telkens kreeg ik met politici te maken die ons veroordeelden tot de periferie. Dat het Rozentheater moest sluiten, griefde me diep. Daarover ben ik nu een boek aan het schrijven.”

Waarom koos u destijds voor poppen?

„Zij vertegenwoordigden mijn onderbewuste. Wat ik eigenlijk deed was een SOS-bericht uitzenden, een appèl om theater een rechtvaardige plek in de samenleving te geven.”

Het Vierde Gezicht van Frans Strijards door Toneelgroep Jan Vos. Première: 7/2 Cultuurcentrum Griffioen, Amstelveen. Inl: toneelgroepjanvos.nl