Eerst te veel drinken en dan boos meppen

Wie: Lamino en Abdulwahid

Waar: rechtbank Den Haag

Kwestie: gijzeling, mishandeling

Achteraf was het natuurlijk een stompzinnig misverstand. De laptop en z’n twee telefoons waren helemaal niet gestolen, maar door Abdulwahid zelf mee naar z’n slaapkamer genomen. De politie vond de laptop later die dag onder z’n matras en de telefoons in zijn bed.

Abdul was dat kennelijk vergeten toen hij half beneveld wakker schoot en z’n spullen miste. Dát kon alleen Mo hebben gedaan, zijn Somalische landgenoot die hij de vorige dag bij hem thuis had uitgenodigd. Abdul maakte meteen Lamino wakker, een andere tijdelijke logé. Die sprong op de slapende Mo – zeg op, wáár is de laptop van Abdul?! Waar zijn z’n telefoons?

Abdul keek eerst een poosje toe hoe Mo door Lamino werd gestompt. Daarna verloor hij zijn geduld. Zo’n diefstal was toch wel enorm misbruik van zijn gastvrijheid geweest, nota bene onder Somaliërs. Mo probeerde te ontkomen, maar Abdul had de deur op het nachtslot – en dus werd hij teruggeduwd naar de woonkamer. Daar is Mo vervolgens urenlang vastgehouden – en met tussenpozen hard geslagen. Abdul sloeg twintig, dertig keer met zijn riem en ook met een stok en een schop. En er was ook nog iets met een mes geprobeerd, maar dat wordt bij de zitting niet helemaal duidelijk. Wel dat er ook geknipt is in de haren van Mo, die ten slotte maar had geroepen dat de laptop „buiten in de bosjes” lag. In de hoop dat hij die buiten zou mogen aanwijzen.

Acht tot tien halve liters

Het drietal had tot ’s ochtends vroeg bier gedronken en was daarna in slaap gevallen. Lamino schat acht tot tien halve liters. Abdulwahid een stuk of zes. De volgende dag moet hij nog licht onder invloed zijn geweest, erkent hij.

De twee verdachten bekennen op de zitting alles. Alleen op details verschillen ze met de rechter van mening over het strafdossier. Dat ze zijn gaan vechten met Mo, dat had natuurlijk niet gemoeten of gemogen. Dat was heel stom, zwaar fout, verkeerd, niet goed over nagedacht.

Als ex-asielzoekers kennen ze nog niet alle wetten van Nederland. Maar dat je bij een laptopdiefstal de politie moet bellen en er niet zelf op moet gaan slaan, dat begrijpen ze. Alleen Abdul aarzelt – voor hem gaat dit over gastvrijheid en het tegenhouden van een verdachte gast die vlucht. „Als hij niet had gezegd ‘ik wil weg’ was er niks gebeurd”, zegt Abdul. Hij is sinds 2009 in Nederland. Lamino arriveerde in 2002 uit het West-Afrikaanse Guinee-Bissau, op de vlucht voor de oorlog, na een gewelddadige jeugd. Hij drinkt dagelijks twee tot drie halve liters. In het weekend een stuk of tien. Af en toe gebruikt hij cannabis en cocaïne. Dat Mo door de politie werd bevrijd, is te danken aan de buurman, die bij Abdul aanbelde. Die zag een bebloede Mo met gezwollen gezicht de hal in rennen, roepend om hulp.

Lamino verklaart z’n gedrag uit de korte nacht, waaruit hij wakker werd met een „rare mentaliteit”. Op de beschuldiging van Abdul was hij „meteen boos” geworden.

Zou hij zich ook zo gedragen hebben als hij géén tien blikken bier had gedronken, vraagt de rechter. Lamino weet het niet. De officier eist tegen het tweetal vijftien maanden cel, waarvan vijf voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Omdat Lamino een strafblad heeft, moet hij van de officier onder verplichte begeleiding van de reclassering. Sinds kort heeft Lamino werk – stratenmaker. Na zijn straf is hij weer welkom, heeft zijn baas laten weten. Met de reclasseringsmaatregel is hij blij. Met Abdul gaat het volgens de reclassering prima. Geen strafblad, geen schulden, een huurwoning, vrijwilliger bij de Voedselbank, heeft een uitkering en doet mee aan dagbesteding. Alleen alcohol is een risico. Abdul heeft een partner en twee kinderen, die (nog) niet bij hem wonen. Zijn vrouw heeft bezwaren tegen een drinkende echtgenoot. Abdul zegt met bier op te houden – hij hoopt dat ze binnenkort bij hem intrekt.

De rechtbank veroordeelt beiden tot de geëiste straf. Hun gedrag wordt gezien als een urenlange marteling en een forse inbreuk op vrijheid en de lichamelijke integriteit van het slachtoffer.