Hoe dove muizen ineens weer zachte piepjes kunnen horen

Erfelijke ziekte Pasgeboren muizen werden dankzij gentherapie niet doof. Zelfs gefluister konden ze horen. Maar is de therapie beter dan een cochleair implantaat?

Eindelijk is het gelukt om erfelijke doofheid te voorkomen met gentherapie. Bij muizen – de dieren werden niet doof. Gentherapie herstelde het gehoor van dove muizen zo goed dat sommige dieren zelfs weer gefluister konden horen. Het ging om muizen die lijden aan een erfelijke aandoening die bij mensen het syndroom van Usher heet. Het werkte ook in een kweek van menselijke cellen.

Bij het syndroom van Usher gaan de haarcellen die in het binnenoor geluidstrillingen opvangen snel kapot. Bij de muizen gebeurde dat kort na de geboorte. De dieren werden doof en kregen evenwichtsstoornissen. Dezelfde genmutatie veroorzaakt ook blindheid.

Het was al eerder geprobeerd om dit defect met gentherapie te herstellen, maar met weinig succes. Met een nieuwe methode is het gehoorherstel bij muizen duizend keer beter dan eerder, schrijven Amerikaanse onderzoekers maandag in twee artikelen in Nature Biotechnology.

De onderzoekers van Harvard Medical School in Boston gebruikten een synthetisch virusachtig deeltje voor de gentherapie. Deze synthetische deeltjes bleken reparatie-DNA veel efficiënter af te leveren dan de aangepaste verkoudheidsvirussen die hiervoor meestal worden gebruikt. Bij de muizen leverden ze een goede kopie af van het gen voor harmonine. Dit eiwit is betrokken bij de vorming en het in stand houden van de ‘trilhaartjes’ (villi) op de haarcellen in het binnenoor. De gentherapie moest direct na de geboorte van de muisjes plaatsvinden, anders was het te laat om schade te voorkomen. Na de ingreep konden veel muizen geluiden horen die zachter waren dan 80 decibel (de geluidssterkte van een wekker die dichtbij afgaat). Enkele muizen hoorden zelfs gefluister (25 decibel). Dat werd gemeten in een ‘schrikdoos’, een apparaat dat registreert of muizen schrikken van onverwacht geluid.

Gentherapie is hot

„Gentherapie als oplossing voor erfelijke doofheid is op dit moment heel hot”, zegt hoogleraar en oogarts Carel Hoyng van Radboudumc in Nijmegen, die zelf bij een soortgelijk onderzoeksproject betrokken is. Op dit moment zijn er tientallen vormen van gentherapie voor erfelijke oog- en ooraandoeningen in ontwikkeling, en lopen de eerste proeven met patiënten.

„De vorm van het syndroom van Usher, waar het in het Amerikaanse onderzoek om gaat tast niet alleen het gehoor aan maar veroorzaakt op den duur ook blindheid”, zegt Hoyng, „Kinderen met het syndroom van Usher krijgen tegenwoordig allemaal een cochleair implantaat. Daarmee kunnen ze zo goed horen dat veel van die kinderen gewoon op een normale school kunnen meedraaien. Aan het blind worden van deze patiënten kunnen we helaas nog niets doen.”

Het verbaast Hoyng daarom dat de Amerikanen zijn begonnen met hun experiment in het oor, wat in vergelijking met genreparatie in het netvlies een heel lastige ingreep is. „Je moet van goeden huize komen om het cochleaire implantataat met een gentherapie te verslaan. Waarschijnlijk wordt de behandeling van een patiënt met een gentherapie duur, naar schatting 100.000 tot 500.000 euro per behandeling. Zo’n ingreep moet natuurlijk wel kosteneffectief blijken.”