Recensie

‘Scenic route’ is mooi en knap maar laat in wezen onberoerd

De nieuwe choreografie van Paul Lightfoot en Sol León kent een sterke danstaal. Het stuk speelt in een ouderwetse stationswachtkamer vol desoriënterende perspectieven.

Scènebeeld uit Silent Screen Foto Rahi Rezvani

Voor aanvang van Singulière Odyssée klinkt het gepuf van een stoomtrein. Nauwelijks noodzakelijk: de ruimte waarin het nieuwe ballet van Paul Lightfoot en Sol León zich afspeelt, is zeer herkenbaar als stationswachtkamer, zo’n ouderwetse, met houten bankjes en een klok. Een stilstaande klok, in een zaal met desoriënterende perspectieven.

Het is bij uitstek een plaats voor passanten. Acht van de tien dansers lopen in en uit, voorwaarts, achterwaarts. Ze hebben het gejaagde van reizigers, blikken op denkbeeldige horloges, heffen aandachtig het hoofd (dienstmededeling?), ontmoeten elkaar in omhelzingen en gaan uiteen. Vreemden beleven tegelijk hun persoonlijke drama’s, groot en klein leed. Soms bevriezen de houdingen – het leven in wachtkamers als gestolde tijd. En natuurlijk is er, in de persoon van Marne van Opstal, een symbolische figuur, die het (nood-) lot lijkt te belichamen.

Lees ook het interview met Léon en Lightfoot: ‘Fantasie is de sleutel, niet het wereldnieuws’

De danstaal is sterk, een mix van het groteske van Ek, de souplesse van Kylián en het absurdistische en symbolistische van het Brits-Spaanse choreografenduo. Maar de poses en situaties, de herfstbladeren, de golfslag van de speciaal gecomponeerde muziek van Max Richter én de onvermijdelijke associatie met het hedendaagse migratiedrama laten toch onberoerd. Daarvoor is Singulière Odyssée – mooi, knap, goed gedanst – te zeer van een generieke esthetische melancholie.