Recensie

Laag trillende, groovende loopjes op de contrabas

Rustig en vastberaden bijten de bandleden van Red Snapper zich vrijdagavond vast in het eerste nummer van Prince Blimey, hun debuutalbum uit 1996. De acidjazzband uit Londen is op tournee om het twintigjarige jubileum van dat album te vieren door het van begin tot eind te spelen.

Toen het album uitkwam viel de broeierige, donkere muziek op, omdat Red Snapper deze niet maakte op computers, maar met echte instrumenten: drums, sax, elektrische gitaar en staande bas. Zeker toen het uitkwam op platenlabel Warp, hét elektronicalabel in die tijd.

De contrabas van oprichter Ali Friend speelde een hoofdrol, zijn laag trillende, groovende loopjes over breakbeats zijn ritmisch en duister. De eerste vier nummers van het album zijn tijdloos en aanstekelijk en worden live met veel drive gespeeld. Maar halverwege, met Fatboy’s Dust, Moonbuggy en The Paranoid zakt het album in, en het concert ook.

De band schreef het toen Friend 17 was, zegt hij na het energieke Get Some Sleep Tiger, dat draait om een gejaagd basloopje waarbij hij z’n hele bashals aftokkelt. „Nog best wel fit voor een ouwe man, he?” Fit zeker, dat bewijzen ze ook in de knallende toegift, waarin tracks van Hyena, Pale Blue Dot en Red Snapper de zaal opzwepen. Maar de albumvullers van Prince Blimey namen veel tijd in beslag die beter besteed zou zijn aan knallers van andere platen.