Grote steden willen het aantal ‘thuiszitters’ fors inperken

De G4 en samenwerkingsverbanden willen kinderen die thuiszitten of uit dreigen te vallen van goede zorg gaan voorzien.

Staatssecretarissen Sander Dekker (Onderwijs) en Martin van Rijn (Volksgezondheid) tekenen in de zomer van 2016 het Thuiszitterspact. Links de voormalig kinderombudsman Marc Dullaert. Foto Jerry Lampen/ANP

Het aantal thuiszitters moet met een kwart per jaar omlaag door kinderen betere psychische zorg te bieden en op te houden met bureaucratisch geneuzel. Dat staat onder meer in het nieuwe Thuiszitterspact dat de vier grote steden (G4) en acht samenwerkingsverbanden (waar scholen onder vallen) maandag tekenen.

Amsterdam, Utrecht, Den Haag en Rotterdam willen naast de ‘gewone’ thuiszitters ook het aantal kinderen dat niet naar school gaat vanwege een vrijstelling van de leerplicht terugbrengen, met 10 procent per jaar. Alle dossiers zullen opnieuw bekeken worden. “Dat zijn keiharde afspraken”, zegt Marc Dullaert. De oud-kinderombudsman is aanjager van het Thuiszitterspact. Dit kan volgens hem wel eens hét kantelpunt zijn. “Vanaf nu krijgen kinderen die thuiszitten steeds vaker weer onderwijs.”

Lees het interview met Dullaert: ‘Geen kind zit straks nog thuis, écht’

Bedreiging ontwikkeling kind

De G4 en de samenwerkingsverbanden willen kinderen die thuiszitten of uit dreigen te vallen van goede zorg gaan voorzien. Nu gebeurt dat vaak niet omdat er lange wachtlijsten zijn. Dat moet veranderen. Bovendien staat in het akkoord dat thuiszitten zo’n bedreiging is voor de ontwikkeling van een kind, dat het kind voorrang krijgt bij de jeugd GGZ - de geestelijke gezondheidszorg.

In het akkoord staat ook dat bureaucratisch geneuzel nooit in de weg mag zitten. Dus als er een goede school voor een kind is gevonden, mag er geen discussie ontstaan wie er wel of niet opdraait voor het leerlingenvervoer. Dat vervoer wordt gewoon geregeld, zo beloven de vier steden.

Marc Dullaert vertelt dat de G4 en de samenwerkingsverbanden meer aan preventie willen doen. Dus als een kind een aantal keer afwezig is, moet meteen gekeken worden: is hier iets aan de hand? “Zo kun je meteen hulp bieden en voorkomen dat een kind uitvalt. ”

Jarenlang zat de autistische Merlijn thuis. Soms ging hij naar school, maar dat ging vaak mis. Nu heeft hij zijn plek gevonden. Lees hier het interview met hem.

Aantal thuiszitters toegenomen

Het aantal kinderen dat langer dan drie maanden niet naar school gaat is vorig schooljaar toegenomen, blijkt uit cijfers van het ministerie van Onderwijs. Het gaat om een stijging van 8 procent. In het schooljaar 2014-2015 telde het onderwijs 3.892 thuiszitters. Vorig schooljaar waren dat er 4.194.

Het ministerie schrijft de toename deels toe aan een verbetering van de gemeentelijke administratie. En deels zou het te maken hebben met verschillende definities die gemeenten hanteren, dus: wie een thuiszitter is en wie niet?