‘Geen kind zit straks nog thuis, écht’

Marc Dullaert

Het aantal thuiszitters moet met een kwart per jaar omlaag. Hoe? Door betere psychische zorg voor kinderen en geen bureaucratische geneuzel meer.

Staatssecretarissen Sander Dekker (Onderwijs) en Martin van Rijn (Volksgezondheid) tekenen in de zomer van 2016 het Thuiszitterspact. Links de voormalig kinderombudsman Marc Dullaert. Foto Jerry Lampen/ANP

Hij is er zeker van: dit is hét kantelpunt. Vanaf nu krijgen kinderen die thuiszitten écht weer onderwijs. Oud-kinderombudsman Marc Dullaert maakt zich al jaren hard voor leerlingen die niet naar school kunnen. Sinds juni is hij aanjager van het Thuiszitterspact. Toen tekenden drie ministeries, gemeenten en scholen de overeenkomst. Deze maandag is er een nieuw pact, waarin de vier grote gemeenten (G4) en acht samenwerkingsverbanden (waar scholen onder vallen) nieuwe afspraken maken. En die zijn keihard, zegt Dullaert.

Lees ook dit interview met Merlijn Goldsack (14 jaar): ‘Moesten we wéér op zoek naar een nieuwe school’

Zo gaan Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag het aantal thuiszitters drastisch terugdringen. Het aantal kinderen dat langer dan drie maanden niet naar school gaat, moet met 25 procent per jaar teruglopen. En het aantal kinderen dat thuiszit omdat ze een vrijstelling van de leerplicht hebben, moet met 10 procent worden teruggebracht.

Hoe gaan de partijen dat bereiken?

„Door onder meer betere zorg te leveren. In de afgelopen jaren heb ik tal van thuiszitters voorbij zien komen, vrijwel altijd hadden kinderen psychische hulp nodig. Maar door lange wachtlijsten in de jeugdhulp kregen ze die zorg niet altijd. Daardoor vielen kinderen uit op school.

„De grote steden willen dat nu aanpakken; de gemeenten zullen voortaan samen met de samenwerkingsverbanden jeugdhulp inkopen. De gemeenten gaan namelijk over de zorgbudgetten, maar de samenwerkingsverbanden (waar de scholen onder vallen) kunnen beter inschatten wat voor hulp kinderen nodig hebben om terug naar school te kunnen.

„Bovendien staat in het pact dat thuiszitten zo’n bedreiging is voor de ontwikkeling van een kind, dat het kind voorrang krijgt bij de jeugd-ggz, de geestelijke gezondheidszorg. Het gaat om kinderen met onder meer een trauma, een fobie of een gedragsstoornis. Of autistische kinderen, of kinderen die gepest worden. Maar ook andere soorten jeugdhulp moeten sneller beschikbaar zijn. Bijvoorbeeld voor jonge mensen die het thuis moeilijk hebben omdat ouders in een vechtscheiding liggen of verslaafd zijn.”

Ook het aantal kinderen met een vrijstelling moet teruglopen?

„Er zijn ruim vijfduizend kinderen met een vrijstelling van de leerplichtwet onder artikel 5, lid a. Die vrijstelling is bedoeld voor kinderen die ernstige lichamelijke of psychische problemen hebben en zodoende echt niet naar school kunnen. Maar er zijn ook thuiszitters met een vrijstelling die wel naar school zouden kunnen, al is het maar een deel van de tijd.

„Ouders van deze leerlingen hebben bij de gemeenten vaak een vrijstelling aangevraagd uit wanhoop; geen enkele school kon of wilde het kind een goede plek bieden. Het gevolg van de vrijstelling is echter dat kinderen het recht op onderwijs verliezen. Daarmee neemt de kans dat ze weer naar school gaan af.

„De vier grote steden gaan nu alle vrijstellingen bekijken. Onze inschatting is dat 60 procent van de kinderen terecht een vrijstelling heeft en dat voor 40 procent alles op alles gezet moet worden om een passende plek te vinden. Misschien met extra begeleiding op school, misschien met deels onderwijs aan huis, misschien met (andere) psychische zorg. Maar we bedenken iets.”

Dat klinkt simpel. Maar eerder vertelde u in NRC dat scholen leerlingen weigeren. Soms uit onwil, soms uit onkunde.

„Het kan ook lastig zijn, de situatie is vaak complex. Kinderen hebben speciale begeleiding nodig, scholen weten niet altijd hoe ze dat moeten betalen of organiseren. En als ze het wel weten, botsen wetten, regels en procedures soms. Dan is er een school gevonden, maar betaalt de gemeente het leerlingenvervoer niet.

„Het is belangrijk dat alle partijen samenwerken. En daar gaat dit pact óók over. Scholen, de samenwerkingsverbanden, de leerplichtambtenaren, de jeugdhulp en de jeugdgezondheidszorg: iedereen kijkt samen naar wat een kind nodig heeft. Bureaucratisch geneuzel mag nooit in de weg zitten. Dus het leerlingenvervoer wordt voortaan gewoon geregeld.

„In de grote steden gaan alle partijen soms om tafel om voor thuiszitters een passende onderwijsplek te vinden. En dan is de insteek: niemand de deur uit voordat er een oplossing is. De G4 wil dit soort bijeenkomsten vaker.”

En preventie wordt belangrijker?

„We willen niet meer wachten tot een kind plots thuiszitter is. Nee, zodra Marietje voor de derde keer een paar weken ziek is, kijken we of er meer aan de hand is. Als er structurele problemen zijn, kun je hulp bieden en voorkomen dat een kind uitvalt. En hierbij geldt ook weer: alle partijen werken nauw samen.

„De gemeenten en samenwerkingsverbanden willen allemaal hetzelfde registratiesysteem gebruiken. Zodat iedereen overzicht heeft van wie er niet naar school gaat en waarom niet. Op die manier zien we ook of het aantal thuiszitters inderdaad terugloopt. En als dat gebeurt, dan kunnen andere steden en dorpen volgen. Niemand heeft straks nog een excuus om een kind thuis te laten zitten.”