Recensie

Red Snapper is nog fit, maar speelt veel albumvullers

Archieffoto van Red Snapper Foto Aleksej Kurepin

Rustig en vastberaden bijten de bandleden van Red Snapper zich vrijdagavond in het eerste nummer van Prince Blimey, hun debuutalbum uit 1996. De acidjazzband uit Londen is op tour om het twintigjarige jubileum van dat album te vieren door het van begin tot eind te spelen. “Eigenlijk hebben we het verprutst,” grapt oprichter en bassist Ali Friend, “Prince Blimey is eenentwintig jaar oud, maar we doen net alsof het twintig is.” Hoe het ook zij, live werkt het grotendeels. Net als het album zelf.

Toen het uitkwam viel de broeierige, donkere muziek op omdat Red Snapper het niet bleek te maken op computers, waar het naar klinkt, maar met echte instrumenten: drums, sax, elektrische gitaar en staande bas. Zeker omdat het uitkwam op platenlabel Warp, dat juist naam maakte als hét elektronicalabel in die tijd.

Rustig en vastberaden bleef het vrijdag, met een hoofdrol voor de contrabas van Friend, live meer nog dan op het album. Zijn laag trillende, groovende loopjes over breakbeats zijn ritmisch en duister en het is er moeilijk bij stil te blijven staan. Zeker de eerste vier nummers van het album, en dus van de set in Utrecht, zijn tijdloos en aanstekelijk en worden met veel drive gespeeld door de vier Britten, die zo uit The Full Monty lijken te zijn gelopen.

Maar halverwege, met ‘Fatboy’s Dust’, ‘Moonbuggy’ en ‘The Paranoid’ zakt het album in, en het concert dus ook. De band schreef het toen Friend 17 was, zegt hij na het energieke ‘Get Some Sleep Tiger’, dat draait om een gejaagd basloopje waarbij hij lang en snel z’n hele bashals aftokkelt. “Nog best wel fit voor een ouwe man he?”

Fit zeker, dat bewijzen ze gelukkig ook in de knallende toegift, waarin tracks van albums Hyena, Pale Blue Dot en Red Snapper de zaal opzwepen. Maar de albumvullers van Prince Blimey namen best veel tijd in beslag die beter besteed zou zijn aan knallers van andere platen.