Recensie

De menselijke schurken van Donal Ryan

De nieuwe verhalenbundel van de Ierse schrijver is zeldzaam goed.

Er wordt wat afgehurled in de geweldige verhalenbundel van de veelbekroonde schrijver Donal Ryan (1976), winnaar van de Irish Book Award en de Guardian First Book Award. Zo is er bijvoorbeeld een Ierse priester in Syrië die aan hurling doet. En zijn er de ouders van een ex-gedetineerde die zich afvragen of hun zoon er niet van zou opknappen als hij hurling weer op zou pakken, om zijn zijn hurley bij wijze van weer uit het vet zou halen.

Hurling? Dat is een sport waarbij mannen (de vrouwenvariant heet carnogie) een soort wilde, razendsnelle mengvorm van hockey, rugby, voetbal, basketbal en honkbal beoefenen. Waanzinnig (en een beetje grappig) om te zien, en uitermate Iers ook. Dat is tekenend voor Ryans verhalen die zich weliswaar niet allemaal in Ierland afspelen, maar die haast zonder uitzondering wel allemaal verwijzen naar dat land. In deze ijzersterke verhalen vliegen er ook veel kraaien rond, en sommige personages steken diverse keren de kop op.

Maar wat ze het meeste bindt, is de compassie van de schrijver. Niet zelden zijn de hoofdpersonen van de gebeurtenissen die Ryan optekent wrede mensen; ze moorden, schelden en stelen dat het een lieve lust is en toch blijf je bij ze. Niet (altijd) omdat ze desondanks sympathiek zijn, maar om hun menselijkheid. Ook een moordenaar kan moe zijn. Zelfs een meppende verpleegster kent de vervreemding van haar opgroeiende kinderen.

Aan de andere kant van het spectrum plaatst Ryan personages die slachtoffer zijn, even zoekend en machteloos als de daders uit andere verhalen.

‘Het universum’, bedenkt de zakenman die om begrijpelijke redenen aan een groteske neergang is begonnen, ‘was ooit een stipje, geladen met het gewicht van alles wat ooit zou bestaan.’ Een tikje melodramatisch, passend bij de bombast van een kerel die zichzelf het tegelijkertijd stralende en achteloze middelpunt van het universum lijkt te vinden.

‘Je kunt energie niet vernietigen,’ mijmert de man die verlaten is door zijn vriendin, ‘dus elk geluid dat gemaakt is bestaat nog. Alles wat ik ooit heb gezegd zweeft nog door de ether, alles wat tegen mij is gezegd.’ Waarna hij hoopt dat de verwensing die hij stilletjes over zijn vader uitsprak, die (dode) vader nooit alsnog zal bereiken.

De ordening van het alles, het onkenbare ervan; ook dat is een motief dat regelmatig terugkeert. De personages in Een stand van de zon zoeken hun plek, of proberen te begrijpen waarom ze überhaupt ergens zijn. Soms wordt ze, zoals in het verhaal ‘Moeilijkheden’, door anderen hun plaats gewezen: in dit geval is het een meisje dat voor het eerst het ongemak van ‘goedbedoeld’ racisme voelt. Soms vinden ze het lekker dat ze niets betekenen, soms houden ze, ‘voor het geval dat’ Christus te vriend.

Het zijn verhalen die je kunt lezen als geschiedenissen, fictieve vertellingen, maar omdat het genre en de menselijke geest zich daar zo goed voor lenen, soms ook als parabels aangaande armoede, ongelijkheid, volkswoede zelfs. Overigens zonder dat de auteur je met harde hand die richting op dwingt, want Ryan laat je achter met verhalen vol vragen die zelfs na afloop nog heerlijk door blijven gonzen. Dit alles neergeschreven in mooie zinnen vol vondsten: ‘wilde smart’, ‘zonovergoten grijsheid’. Zeldzaam goed.