Donald Trump overschaduwt de Super Bowl

Super Bowl De Super Bowl is enorm in de Verenigde Staten. Door de nieuwe president is het evenement nu politieker beladen dan de sport wil.

Tom Brady, ster van de New England Patriots, staat de pers te woord op ‘Media Day’, afgelopen maandag. Hij wilde geen vragen beantwoorden over zijn band met president Trump. Foto Travis Lindquist/AFP

De huidige president van de Verenigde Staten was 37 toen hij een American footballteam kocht. 1983, het pompeuze gebouw met de gouden liften dat zijn naam draagt was pas net geopend op Fifth Avenue in New York. De naam ‘Trump’ was nog lang niet zo bekend als die zou worden, meer aandacht kon geen kwaad. Hij betaalde naar verluidt zo’n negen miljoen dollar en werd eigenaar van de New Jersey Generals, een team dat niet ver van zijn Manhattan speelde. Niet in de National Football League (NFL), de grote profcompetitie die toen al ruim zestig jaar bestond, maar in de toen nog nieuwe United States Football League (USFL).

Er werd gespeeld in de lente en de zomer, wanneer het seizoen in die andere competitie stil lag. Donald Trump besteedde miljoenen aan het wegkopen van topspelers, maakte van de Generals een goed team en zorgde voor bekendheid. Maar het was al vanaf het begin duidelijk dat hij met de USFL de concurrentie aan wilde gaan met de NFL. „Als god football in de lente had gewild, had hij honkbal niet geschapen”, zou hij destijds hebben gezegd.

Uiteindelijk kwam er mede dankzij Trump in 1986 een rechtszaak tegen de NFL, die door onder meer exclusieve tv-rechten concurrentie zou tegenhouden. De USFL kreeg gelijk, maar kreeg slechts drie dollar aan schadevergoeding. Voor een competitie zo diep in de schulden was het de doodsteek. „Trump pompte lucht in de band”, zei een tv-commentator uit die tijd twee jaar terug tegen The Washington Post. „Maar hij bleef net zo lang pompen tot de band klapte.”

Normaal stellen journalisten de spelers en coaches onschuldige vragen over de wedstrijd. Nu niet.

Politieke vragen

We zijn ruim dertig jaar verder en Trump hangt weer boven de populairste sport van de Verenigde Staten. Zelfs de Super Bowl in Houston van zondag, het traditionele slotspektakel in de NFL dat elk jaar alleen al meer dan honderd miljoen Amerikanen voor de tv krijgt en adverteerders dwingt tot het betalen van zo’n vijf miljoen voor dertig seconden zendtijd, wordt overschaduwd door de nieuwe president. Neem de jaarlijkse ‘Media Day’ van afgelopen maandag, traditioneel het begin van een hysterische sportnieuwsweek in Amerika. Normaal stellen journalisten de spelers en coaches – in dit geval van de New England Patriots en de Atlanta Falcons – onschuldige vragen over de wedstrijd, afgewisseld met nog onschuldiger vragen over hun favoriete serie of Taylor Swift.

Nu niet. Tom Brady, quarterback van de New England Patriots, kreeg vragen over wat hij van de eerste weken van Trump vond. Hij is immers al jaren bevriend met hem, en zei in 2015 nog volgens The Boston Globe dat hij een ‘Make America Great Again’-sticker in zijn kluisje had hangen. Geen commentaar. Konden ze het alsjeblieft bij de sport houden? Mohamed Sanu, speler van de Atlanta Falcons en een van de weinige moslims in de competitie, werd gevraagd hoe hij dacht over de immigrantenban van Trump. „Het is een heel moeilijke situatie”, kon hij nog net uitbrengen.

„Het is heel moeilijk voor me om er nu over te praten. Ik wil me richten op de wedstrijd.”

Patriottische bombast

De Super Bowl is een vier uur durende Amerikaanse zelffelicitatie. Een cultureel fenomeen dat in het land een officieuze nationale feestdag wordt genoemd. Patriottische kijkbombast waarvan het hoofdgerecht – de wedstrijd zelf – eerder een tussendoortje is. Het moment dat de traditionele straaljagers komen overvliegen terwijl de laatste noten van The Star-Spangled Banner klinken, moet een moment van grootse verbinding zijn.

Maar het land is verdeeld, en hoezeer het American football en miljardenbond NFL het ook proberen te ontkennen: dit is geen normale Super Bowl. Als voor de wedstrijd president Trump geïnterviewd wordt door Fox-gezicht Bill O’Reilly – dat zendt ook de Super Bowl uit – is dat even anders dan soortgelijke interviews met zijn voorgangers. Als Lady Gaga haar dertien minuten durende optreden in de rust begint, dan is dat even anders dan toen Coldplay, Beyoncé en Bruno Mars dat vorig jaar deden. Lady Gaga was openlijk aanhanger van Hillary Clinton en protesteerde voor Trump Tower na Trumps overwinning afgelopen november. Ze wil niet zeggen of ze een statement gaat maken. De NFL ontkent in ieder geval dat de zangeres is verzocht dat niet te doen. En dan is er nog de kans dat er geprotesteerd wordt buiten het stadion, zoals afgelopen week al gebeurde.

Amerika’s grootste sport hecht aan een scheiding tussen politiek en sport. Zo neutraal mogelijk zijn, is zoveel mogelijk fans behouden. Inmiddels is het tevergeefs. Waar de NBA, de basketbalbond, vorig jaar de prestigieuze All Starwedstrijd terugtrok uit North Carolina na de omstreden antitransgenderwet, vermijdt de NFL het liefst moeilijke onderwerpen, al helemaal de politieke. Roger Goodell, de grote baas bij de bond, weigerde deze week op vragen over de politiek in te gaan. Daarnaast meldde The New York Times dat in transcripten van de persconferenties op Media Day bijna geen Trump te vinden was, terwijl er toch echt vragen over hem werden gesteld. „We maken een selectie van alle antwoorden”, was het antwoord van de woordvoerder van de bond. Uit alles blijkt het ongemak.

Het American football wil de politiek het liefst buitenhouden, maar krijgt nu te maken met een president die zich er maar al te graag in mengt.

Volksliedprotest

De politiek sijpelt al het hele seizoen door in het American football, meer dan ooit. Met voorop het volksliedprotest dat begon met quarterback Colin Kaepernick van de San Francisco 49ers. Die ging niet langer staan voor het lied en de vlag van een land waar de zwarte bevolking werd onderdrukt. Hij kreeg langzaamaan andere spelers mee en zorgde voor een verhit debat. Trump, toen nog presidentskandidaat, vroeg zich hardop af of Kaepernick niet een land moest zoeken dat beter bij hem paste.

Het helpt de bond wellicht ook niet dat de New England Patriots bekendstaan als ‘het team van Trump’. Waar quarterback Brady en zijn coach Bill Belichick elke vraag over hem willen ontwijken, zal de president zelf de eerste zijn die openlijk benadrukt hoe goed bevriend hij is met de twee, en vooral met teameigenaar Robert Kraft. Die maakt overigens wat minder een geheim van hun hechte band. Trump wijdde de afgelopen twee jaar meerdere tweets aan Brady, toen die werd beschuldigd van – en uiteindelijk geschorst voor – het manipuleren van wedstrijdballen in een play-offwedstrijd begin 2015. „Als ik Tom Brady was, dan zou ik de NFL aanklagen voor laster: 250 miljoen. Klaag ze aan, Tom!”, zei hij destijds in een video op Instagram. Het heeft Brady in een steeds penibeler situatie gebracht, zeker nu Trump president is. Zo heeft zijn zwarte teamgenoot Martellus Bennett aangekondigd niet mee te gaan naar het traditionele bezoek aan het Witte Huis, mochten de Patriots winnen.

Het American football wil de politiek het liefst buitenhouden, maar krijgt nu te maken met een president die zich er maar al te graag in mengt, net als hij dertig jaar geleden deed. Deze week kreeg een interview uit 2015 met New York Magazine nieuw leven. Daarin noemde Trump NFL-baas Goodell „a dope” en „a stupid guy”. Het is zondag wachten op de tweets.