Voetballen voor de regering

Afrika Cup

In het Afrikaanse voetbal is de politiek nooit ver weg. De nationale ploeg wordt in veel landen gebruikt voor het imago.

Supporters van Kameroen juichen voor hun ploeg tijdens de halve finale tegen Ghana, donderdagavond in Franceville. Foto ISSOUF SANOGO / AFP

„We willen ons verontschuldigen, we hebben niet gegeven wat dit land verdient.” Op nederige toon en met gebogen hoofd richtte doelman Didier Ovono zich vorige week tot de Gabonese president Ali Bongo. In naam van de hele selectie en voor het oog van de camera’s vroeg de aanvoerder van het Gabonese nationale team zijn staatshoofd om vergiffenis. De vroegtijdige exit van het gastland na drie vruchteloze remises gold als een smet op het imago.

Bongo had het zich anders voorgesteld toen hij de organisatie van de Afrika Cup binnenhaalde. Een goed resultaat was de ideale gelegenheid om zijn blazoen op te poetsen en zijn populariteit op te krikken.

Politieke benoemingen

De lijn tussen politiek en voetbal is in Afrika flinterdun. „Het is een verwevenheid die wij niet kennen”, zegt Frank van Eekeren, die verbonden is aan de Universiteit Utrecht en het sportbestuur in Afrika onderzoek. „Benoemingen binnen deze voetbalbonden zijn vaak politiek gemotiveerd. Het is niet ongebruikelijk dat een minister van Sport in de voetbalbond zetelt. De zeggenschap is groot. In Nederland zijn sportorganisaties autonoom, waardoor de bemoeienis minimaal is. De ontstaansgeschiedenis van Afrikaanse sportstructuren is heel anders. Het oprichten van de staten en de sportbonden verliep gelijktijdig, waardoor het nauw verbonden bleef.”

Voor de Belgische coach Tom Saintfiet is het Afrikaanse voetbal bekend terrein. Hij was coach in Togo, Namibië, Zimbabwe, Ethiopië en Malawi. Ook hij kreeg als bondscoach van Togo te maken met de politiek. „We waren aardig op weg ons te kwalificeren voor de Afrika Cup. Uit het niets werd me gevraagd of ik een stapje opzij zou willen zetten. Een Frans bedrijf wilde immers investeren in een lokale haven, met als consequentie er een Franse bondscoach komen. Het verzoek kwam niet van de bondsvoorzitter of de minister van sport. Het was de president zelf.” De Togolese bond verklaarde dat het ontslag louter sportief gemotiveerd was.

In 2012 verbond Saintfiet zich voor vier jaar als technisch directeur aan de Nigeriaanse bond. Alweer twee maanden later werd de beslissing teruggedraaid door de minister van Sport. Die verkoos plotseling een lokale technisch directeur boven een buitenlander. Na het WK in Brazilië (2014) weerde wereldvoetbalbond FIFA de Nigeriaanse bond zelfs een tijdje van het internationale toneel vanwege politieke inmenging. Het toenmalige Nigeriaanse regime zette de volledige top van de voetbalbond op straat. Het is eigen aan het grillige karakter die veel Afrikaanse voetballanden typeert.

Daarnaast doet voetbal ook dienst als propaganda. Oppoetsen van het imago of simpelweg een gevoel van eenheid en nationalisme creëren. Voor de Gabonese president Bongo mocht het wat kosten. De organisatie van de Afrika Cup kostte 750 miljoen euro. Van Eekeren: „Zulke landen willen er internationaal hun stempel op drukken. Daarnaast speelt nationale trots een grote factor. Regimes kunnen aan het volk laten zien: dit kunnen wij. Er wordt een soort ‘wij-gevoel’ gecreëerd. Zeker in politiek onrustige tijden komt het machthebbers goed uit tijdelijk eendracht te creëren.”

Met Michel Dessuyer (Ivoorkust), Georges Leekens (Algerije) en ook Claude Le Roy (Togo) vonden deze week alleen al drie coaches de weg naar de uitgang na mindere prestaties op het toernooi. Bonden ontberen geduld en langetermijnpolitiek is zeldzaam. De prestatiedruk is onmetelijk hoog, de glorie van het vaderland staat op het spel.

Trainer als kop van jut

Oud-bondscoach van Zambia Kalusha Bwalya kent die aparte druk. „De positie van coaches bij de meeste Afrikaanse landen is allerminst stabiel. Als het team wint, worden de spelers gevierd, wordt er verloren, is de trainer kop van jut. De druk komt van alle kanten. Dat is niet gezond voor de ontwikkeling van het voetbal in Afrika”, zegt hij telefonisch vanuit Gabon.

Volgens Saintfiet creëert de politiek torenhoge verwachtingen. „Politici koppelen hun eigen ego aan sportprestaties van hun land. Als het land faalt, is er een zondebok nodig en dat is vaak de buitenlandse coach. De politiek wil bij het sportieve succes horen, maar als er gefaald wordt moet je iemand slachtofferen. De media doen daar driftig aan mee. Die druk voel je natuurlijk als coach.”

Het is opvallend dat Afrikaanse landen steevast kiezen voor buitenlandse coaches. Zondag staan de Belg Hugo Broos (Kameroen) en de Argentijn Hector Cupér (Egypte) tegenover elkaar in de finale. Van Eekeren: „Buitenlandse coaches zijn een veilige keuze omdat het vanwege alle religieuze, politieke en etnische spanningen zo gevoelig ligt wie je gaat kiezen. Dan is het raadzaam om iemand van buitenaf te nemen. Bovendien roept het ontslaan van een buitenlandse coach roept minder weerstand op.”

Vanzelfsprekend is het ene land het andere niet. Dat beaamt Van Eekeren. „Het heeft met de geschiedenis en de context van de naties te maken. Ghana is van oudsher een goed georganiseerd voetballand met een prima opleiding. Omdat het autonomere en beter georganiseerde bonden zijn, zie je dat de verwevenheid met politiek een stuk minder is dan pakweg Gabon.”