Vijf dagen na payday is Hoesseins geld al op

Winkelstraat in de Gazastrook

Wie naar Gaza reist, betreedt een derdewereldland. Mensen verdienen twintig keer minder dan in Israël. „Genoeg om te ontbijten en te roken.”

Een Palestijnse fruitverkoper in de Gazastrook. De man op de foto is niet Hoessein. Foto Mahmud Hams/AFP

In de Omar al-Mukhtar-straat in Gaza-Stad, de belangrijkste winkelstraat van de Gazastrook, verdringen zich enkele tientallen mannen, de meesten in leren jasje, rond een pinautomaat van de Bank of Palestine. Zonder uitzondering zijn ze ambtenaren bij de Palestijnse Autoriteit. Sinds de machtsovername door Hamas, in 2007, kunnen ze niet meer werken maar de mannen krijgen nog wel elke maand salaris.

Vandaag is het de vijfde van de maand: payday. Het eerste wat de 46-jarige Hoessein Awa met zijn geld gaat doen, is zijn schulden afbetalen. Daarna koopt hij wat noodzakelijke producten, zoals gas, groenten en suiker. Na vijf dagen is het geld op en zit hij de rest van de maand weer zonder. Tot de vijfde weer is aangebroken. „Dit is het systeem van ons leven. Elke maand opent zich een nieuwe bladzijde.” Awa heeft twee vrouwen en twaalf kinderen.

Toen de avond ervoor het nieuws werd bevestigd dat de salarissen eraan komen, ging Awa hier al staan. Nu, de volgende ochtend, deelt hij een sigaretje uit aan een lotgenoot. Een paard-en-wagen rijdt voorbij. Om kwart over elf is er ineens opwinding: de automaat spuugt de eerste biljetten uit. De kluwen van leren jasjes verdicht zich. Awa: „Er is hier geen geduld. We hebben het geld al nodig voordat het er is.”

Lees ook ons interview met Wereldbank-econome Marina Wes: ‘Optimistisch blijven zie ik als mijn plicht’

Twintig keer minder verdienen

Wie Gaza vanuit Israël binnenkomt, moet eerst even in zijn ogen wrijven. Vanuit een ontwikkeld land, van alle gemakken voorzien, betreed je een derdewereldland waar de mensen gemiddeld twintig keer minder verdienen. Kinderen lopen op blote voeten, jongens op een kar slaan furieus met een zweep op de rug van de ezel die hen voorttrekt. Wegen zijn soms niet meer dan zandpaden, overal slingert vuilnis.

In het oude centrum van Gaza-Stad zijn de straatjes smal en de stenen muren gehavend. Tegenover de Bank of Palestine staan lukraak merknamen op een winkelruit: Dolce & Gabbana, Mickey Mouse, Zara, Power Rangers, Levi’s en Angry Birds. Verderop in de winkelstraat wordt een clandestien handeltje ontmanteld door ambtenaren van de gemeente Gaza-Stad. Ze nemen een geïmproviseerd tafeltje mee waarop als verkoopwaar een stapel truien lag.

Een van de vele dameskledingwinkels in de straat, het Turkish Sheikh Center, heeft drie mannen in dienst. Veel klanten zijn er niet. De kleren komen vers uit Turkije: jurkjes, hoeden, spijkerbroeken. Het is hier als de Ka’aba in Mekka, verzucht werknemer Khalid al-Ajal (25): klanten lopen rondjes door de zaak. Maar kopen? Ho maar.

Voorheen kende de winkel nog wel oplevingen rond de feestdagen. Het Offerfeest, of het Suikerfeest – dan plachten de Palestijnse dames zich in het nieuw te steken. Maar de feestdagen verlopen inmiddels zoals andere dagen: vlak en zonder winst. „Er zijn geen seizoenen meer”, zegt Al-Ajal.

“Dit houdt hij niet lang meer vol”

Vorig jaar leed de zaak 14.000 euro verlies. De salarissen van het trio medewerkers worden nog wel uitbetaald; het verlies is voor de eigenaar. Al-Ajal: „Maar dit houdt hij niet lang meer vol.” Hij verdient 1.000 shekel (250 euro) per maand. En daar prijst hij zich gelukkig mee:

„De meesten van mijn vrienden verdienen 600 shekel. Dit is en blijft een mooie kans. Maar ik verdoe wel mijn tijd. Ik verdien net genoeg om van te ontbijten en te roken, maar we bouwen niets op. Ik ben getrouwd, heb twee kinderen. Ik kan niet leven zonder mijn vaders steun.”

De kleren komen uit Turkije. Gazanen houden van dat land, vanwege de steun, vanwege de islam. En het zijn goede spullen, aldus Al-Ajal. De prijzen zijn vergelijkbaar met die van Chinese producten, en het duurt maar twee tot drie weken om de kleren hier te krijgen.

Vanuit Turkije worden de spullen verscheept naar de haven van de Israëlische stad Ashdod. Via de goederenovergang bij Kerem Shalom komen ze de Gazastrook binnen. Over de kleren wordt belasting betaald aan Israël, de Palestijnse Autoriteit en Hamas.

Oude glorie

Deze middag kunnen bezoekers van de nabijgelegen markt, waar ze onder meer levende kippen, kalkoenen, duiven en kwartels verkopen, zich zonder moeite verplaatsen. Je hoort hier over de hoofden te kunnen lopen, wordt gezegd. Even verderop is het oude busstation waar vroeger, toen de Gazastrook nog niet hermetisch was afgesloten, de bussen naar Jeruzalem en Kairo vertrokken.

Oude glorie. Na negen jaar Israëlische blokkade en Hamas-bewind is daar helemaal niets meer van te merken. Misschien nog wel het belangrijkste bewijs: zelfs de winkeltjes met goedkope Chinese nepspullen staan droog.