Column

Vergeet zijn tweets, acht jaar is een tijdperk

Aan de adembenemende nieuwsstroom komt geen einde. Nu weer heeft hij de Mexicaanse president gedreigd het Amerikaanse leger naar Mexico te sturen om „slechte hombres” tegen te houden. Per telefoon, Twitter en decreet heeft Donald Trump in twee weken meer buren en bondgenoten geschoffeerd en in verwarring gebracht dan George W. Bush in acht jaar. Onvoorspelbaarheid is zijn wapen.

In plaats van dag voor dag af te wachten wat nu weer komt, is het zaak de greep op de tijd te herwinnen. Afwachten en hopen is voorbij. Dat werkte van midden 2015 tot de inauguratie: zou hij de Republikeinse primaries echt winnen, zou hij Hillary heus verslaan, zal hij als president werkelijk volgens het campagneboek handelen? Ja dus. Trump is voor vier jaar Amerikaans president. Meer nog: zolang hij energiek doorgaat met doen wat hij beloofde, is er een dikke kans dat hij in 2020 wordt herkozen. Niet dat ik denk dat het boze witte electoraat in de fly-over-zone tussen Amerika’s oost- en westkust dan glunderend in ronkende fabrieken een kostje voor de oude dag bijeen staat te arbeiden, maar wel dat het Witte Huis genoeg mensen zal kunnen doen geloven dat de perfide tegenkrachten te sterk, de pers te leugenachtig en de tijd te kort was: „Laat Donald zijn karwei afmaken”, zal het klinken. Van de vorige vijf presidenten kregen vier een tweede termijn: Reagan, Clinton, Bush jr. en Obama; alleen Bush sr. moest na vier jaar het veld ruimen (maar had er toen al acht jaar als vice-president op zitten).

Het is erg vroeg om te speculeren over wat er na acht jaar zal gebeuren, maar gezien Trumps autoritaire leiderschapsstijl, zijn grondige hekel aan tegenspraak („You’re fired” was de kreet die hem populair maakte als tv-personage en die nu menig minister, diplomaat of ambtenaar te horen zal krijgen) én zijn stelselmatige delegitimering van constitutionele en maatschappelijke tegenmachten (de kiezersregistratie, de pers, het Congres) wordt de transitie van 2024 de echte test voor de Amerikaanse democratie. Zal Trump dan de macht opgeven? Hoe dit ook zij: we moeten de kortademige tweets vergeten en denken in termen van tijdvak-Trump. Het is een voorwaarde om ons aan deze kant van de Atlantische Oceaan te organiseren.

Vandaag komen Rutte, Merkel en de andere EU-leiders bijeen in Malta om te bespreken hoe het in deze woelige wereld verder moet met onze Unie. In een brandbrief stelt hun voorzitter Tusk deze week de „verontrustende verklaringen van de nieuwe Amerikaanse administratie” op één lijn met de dreigingen China, Rusland en IS. „De desintegratie van de Europese Unie zal niet leiden tot het herstel van een mythische, volle soevereiniteit van haar lidstaten, maar tot hun werkelijke en feitelijke afhankelijkheid van de grote supermachten: Amerika, Rusland en China. Alleen samen kunnen we volledig onafhankelijk zijn.”

Let wel: Donald Tusk is geen man van het hiep-hiep-hoera-Brussel verhaal. Meermaals gispte hij eurogelovigen vanwege hun gedroom van een Europese federatie. Ook in zijn brief pleit hij voor realiteitszin, voor een evenwicht tussen openheid en bescherming. De marsroute is duidelijk: versterking van de buitengrenzen. Betere samenwerking tussen veiligheidsdiensten. Meer eenheid in de buitenlandse politiek. Handelsbeleid dat open én robuust is. Investeringen in werkgelegenheid. Maar al deze doelen vergen hard en geconcentreerd werk, van politici die hun kiezers duidelijk maken dat een veilig en welvarend leven op ons continent serieuze offers vraagt, anno Trump. Mag daar op weg naar 15 maart ook een verkiezingsdebat over gaan?

Luuk van Middelaar is politiek filosoof, en hoogleraar Europees recht en EU-studies (Leiden, Louvain-la-Neuve).