Recensie

Hoe een ‘Venus-dier’ hulp kreeg van een hoeren-hondje

Met kleren lokten hoerenmadammen meisjes de prostitutie in. Met porseleinen hondjes lokten Britse ‘Venus-dieren’ hun klanten. Dat leert een mooie tentoonstelling over de geschiedenis van de prostitutie.

Voor de tentoonstelling ‘Land van Belofte’ leenden Groningse burgers hun porseleinen hondjes uit. Ze hadden doorgaans geen idee dat deze beeldjes in de Victoriaanse tijd als ‘hoerenhondjes’ werden gebruikt. Foto Noordelijk Scheepvaartmuseum

De tuttigheid van de porseleinen hondjes hierboven is bedrieglijk. De beeldjes waarmee de Engelse middenklasse in de 19de-eeuw zijn huizen decoreerde, waren ook ‘hoerenhondjes’. Onder de preutse koningin Victoria konden prostituees hun diensten alleen heimelijk aanbieden door de beeldjes te verkopen; hun lichaam was bij de transactie inbegrepen. De beeldjes stonden ook achter de ramen van hun huizen; was de hondensnuit naar binnen gericht, dan had de dame een klant. wees de snuit naar buiten, dan mocht je naar binnen.

Noord-Nederlandse zeelieden die voeren op Engeland en de Shetlands namen de glimmende beeldjes mee naar huis, waar ze op schoorsteenmantels belandden – vaak tot de dag van vandaag. Nu zijn de hondjes te zien in het Noordelijk Scheepvaartmuseum, dat een tentoonstelling wijdt aan de kleurrijke geschiedenis van de prostitutie in Groningen.

In die stad zaten de sekswerkers eeuwen bij elkaar in het A-kwartier, een wijk in de oude binnenstad. Het was dan ook een historische omslag, toen de gemeente hier vorig jaar een einde maakte aan de prostitutie na decennia van politiek, maatschappelijk en juridisch touwtrekken.

Hóe historisch, schetst Land van Belofte , zoals de tentoonstelling heet naar een vermaard café in de rosse buurt, door de voorgeschiedenis op een veelzijdige manier uit te diepen. Het getoonde gaat van alledaagse voorwerpen als een oude pijp met een plaatje van een naakte prostituee (rond 1900) tot beschouwingen als die over de tweede feministische golf (1970-1990), waarvan de voorvrouwen ruzieden over de vraag of sekswerksters nu slachtoffer waren of juist vrije vrouwen wier onafhankelijkheid gewaarborgd moest worden. Daarbij wordt de regionale geschiedenis ingepast in de nationale geschiedenis van de prostitutie, met af en toe een glimp uit het buitenland, zoals de hondjes of erotische literatuur uit de 18-de eeuw zoals de Britse schandaalroman Fanny Hill.

Als hierbij iets duidelijk wordt, is het wel dat prostitutie al eeuwen een speelbal is van maatschappelijke opvattingen. In de Middeleeuwen werd prostitutie openlijk gedoogd door de (kerkelijke) autoriteiten, maar dat hield op met de reformatie eind 16de eeuw. De (calvinistische) machthebbers sloten de bordelen, maar lieten de nu ondergrondse lichtekooien doorgaans met rust. In de negentiende eeuw verplaatste de prostitutie zich van de straat naar de rendez-voushuizen.

Bekijk hier beelden van prostitutie-tentoonstelling:

Daaraan kwam rond 1900 een einde met het bordeelverbod, dat tot stand kwam onder druk van dominees en artsen die de geestelijke, lichamelijke en zedelijke volksgezondheid wilden beschermen. Om bijna dezelfde redenen werd het bordeelverbod honderd jaar later weer opgeheven.

Altijd hing er rond prostitutie een merkwaardige mengeling van romantiek en troosteloosheid. In de romantische blik is de sekswerker een symbool van vrijgevochtenheid in een bekrompen burgermanswereld. Die blik is hier het mooist zichtbaar in een nagebouwd 19de eeuws boudoir van Nana, een ‘Venus-dier’ in een rendez-voushuis. Het spiegelbeeld hiervan is de opstelling van de straatprostituee die bij nacht over een auto heen hangt; zij belichaamt het troosteloze bestaan van de vrouw die haar lichaam moet verkopen om te overleven.

Altijd hing er rond prostitutie een merkwaardige mengeling van romantiek en troosteloosheid.

Die grimmige kant had nog wel wat sterker aangezet mogen worden, bijvoorbeeld met cijfers over mensenhandel en voorbeelden van uitbuiting. Een misser is ook de nagebouwde peeskamer, waarin je zelf zou kunnen ervaren hoe het is om achter het raam te zitten – het werkt niet en is ook totaal onnodig.

Want de kracht van de tentoonstelling schuilt in de vele verrassende voorwerpen, zoals… hempjes. In de 17de eeuw waren mooie kleren te duur voor gewone meisjes. Door hen in de kleren te steken konden ‘besteedsters’ (pooiers) meisjes de prostitutie in lokken. In de 19de eeuw konden meisjes een bordeel niet verlaten omdat ze weinig meer dan een ‘lijfje’ (hempje) hadden. De vrolijke hempjes in de vitrine waren dus eigenlijk gevangeniskleding.