Is de vergelijking tussen Trump en Hitler terecht?

Historische vergelijkingen

Trump, Wilders, vluchtelingen: de turbulente tijd waarin we leven lijkt soms op de jaren dertig van de vorige eeuw. Maar is die vergelijking terecht?

Oren dicht, hier komt-ie: kun je deze tijd vergelijken met de jaren dertig? De kans is groot dat de helft van de lezers bij de eerste zin al is afgehaakt. En dat de helft van degenen die toch doorlezen, intussen is begonnen aan een tweet over Gutmenschen of ‘daar gaan we weer’.

Maar de vraag is onontkoombaar. Afgelopen week werd ze in kranten, op radio en tv gesteld, inclusief bevestigend of ontkennend antwoord. In NRC kreeg de Britse strafpleiter Philippe Sands de vergelijking voorgelegd en hij antwoordde met een verwijzing naar de Amerikaanse president Donald Trump, die volgens hem met zijn radicale eerste besluiten grenzen verlegde „waardoor het onaanvaardbare opeens aanvaard wordt”. In Amsterdam werd de Nooit meer Auschwitzlezing gehouden door de Amerikaanse Yale-hoogleraar Timothy Snyder, die in Trouw zei dat „we langzaam weer in de jaren dertig van de vorige eeuw terechtkomen”. Hij vergelijkt daarbij vooral de teleurstelling in de globalisering toen en nu. Online gaat een artikel van de Britse historicus James McDougall van november vorig jaar van hand tot hand: ‘No, this isn’t the 1930s – but yes, this is fascism’. Net als een vermaning uit het Holocaust Museum in Washington, met de ‘Early Warning Signs of Fascism’.

De argumenten vliegen van links naar rechts. Soms gaan ze over de bevolking, soms juist over de leiders. Soms gaan ze over Wilders en Le Pen, soms over Trump. Soms over vluchtelingen, dan weer over maatregelen tegen iedereen die het niet met de leider eens is. En ze monden af en toe uit in sombere voorspellingen over ontmenselijking of een nieuwe wereldoorlog.

Zijn de vergelijkingen terecht? Zijn ze zinvol?

„Je mag wel vergelijken”, zegt de Leidse historicus Geerten Waling, „maar je moet er niet in geloven.”

„Als ik historische vergelijkingen gebruik voor mijn studenten”, zegt de Utrechtse hoogleraar Beatrice de Graaf, „dan gebruik ik eerder het heden om het verleden te duiden dan omgekeerd.”

„De historische vergelijking is nodig”, zegt de Amsterdamse hoogleraar en NIOD-onderzoeker Johannes Houwink ten Cate. „De vergelijking is het begin van alle onderzoek”, zegt zijn leermeester, emeritus hoogleraar Hermann von der Dunk. „Zonder vergelijking zie je geen verschillen. En het zijn de verschillen die de doorslag geven bij de verdere ontwikkeling van de geschiedenis.”

Een protest in New York tegen het inreisverbod in de VS. Foto Justin Lane/EPA

Telkens onderschat

Bij alle verschillen – daar komen we zo op – ziet Von der Dunk één overeenkomst tussen de jaren dertig en nu, en die ziet hij als hij de Amerikaanse president Donald Trump bekijkt. Een overeenkomst met Hitler. Niet zozeer in de figuur zelf, als wel in de reacties van de buitenwacht. „Zoals Hitler telkens werd onderschat, zo wordt ook van Trump steeds gezegd dat het wel zal meevallen, dat hij zal bedaren, dat de soep niet zo heet wordt gegeten als hij is opgediend. Maar Trump is meteen begonnen zijn radicale beloften te realiseren.”

Von der Dunk is in 1928 in Duitsland geboren en in 1937 met zijn ouders naar Nederland uitgeweken. Als kleuter zag hij de verkiezingsposters van Hitler en Hindenburg hangen in de straten van Bonn. Hij was tien toen rijkskanselier Hitler met de Europese leiders een verdrag sloot in München. „Het grootste deel van de mensen, ook in Nederland, haalde opgelucht adem in 1938. Mijn vader niet. Die wist dat de nazi’s tot alles in staat waren. Hij liep in de gang te zingen: O Engländer! seid ihr nicht Toren? O Engelsen, hoe dwaas zijn jullie? Dat is uit Die Entführung aus dem Serail van Mozart – zo ongeveer onze huisgod.”

Naar de overeenkomsten gevraagd, komen de historici met omstandigheden die optellen tot een aardig rijtje. De economische crisis. Crisis in het politieke bestel. Argwaan ten opzichte van vreemdelingen. Autocratische leiders. „Maar die overeenkomsten zijn aan de oppervlakkige kant”, zegt Houwink ten Cate. Neem bijvoorbeeld de aanvallen op ‘de elite’. Oppervlakkig bezien is in beide tijdvakken sprake van een legitimiteitsprobleem bij de elite. „Maar in de jaren dertig ontbrak het de elite niet aan zelfvertrouwen. Dat is nu echt anders.”

Hun woeste, ongelikte optreden lijkt een overeenkomst tussen de twee leiders. Maar de verschillen tussen Hitler en Trump persoonlijk zijn legio, zegt Von der Dunk. „Het belangrijkste is wel dat Hitler een ideoloog was en Trump een zakenman. Hitler had een idee voor de samenleving, en een partij en een eigen leger om dat idee uit te voeren. Trump kan ik nog niet op een coherente visie betrappen, of het moet dat algemeen geformuleerde America First van hem wezen.”

Om maar een cruciaal verschil te noemen, zegt Von der Dunk: „Hitler heeft er nooit een geheim van gemaakt dat hij bereid was geweld te gebruiken. De verkiezingsstrijd in 1932 was letterlijk bloedig.” Hitler stuurde zijn knokploeg SA op politieke tegenstanders af.

Hij haalt een uit elkaar gevallen boekje tevoorschijn, gedrukt in het Sütterlin-schrift dat wel Duits is, maar ondoorgrondelijk door de eenvormigheid van de letters. Op elke bladzijde staan tekeningen in vrolijke kleuren, kinderen die in pasteltinten met een zwarte vlag met rune-S lopen. Alleen op de laatste twee bladzijden staan foto’s. Van Adolf Hitler in gesprek met kinderen. Hij buigt zich voorover naar „Erna und Elli” en vraagt hoe het gaat. „Dit was mijn schoolboekje”, zegt Von der Dunk. „Zo alomtegenwoordig was het nazisme in Duitsland. Dat zie ik in Amerika niet gebeuren.”

Een demonstrant tegen Trump in Houston, Texas. Foto John G. Mabanglo/EPA

Fascisme?

Fascisme als volautomatische vermaning, daar zijn deze historici niet van gediend. „Wat schiet je ermee op”, zegt Beatrice de Graaf. „Wil je zeggen dat Trump Hitler is? Dat er een holocaust aankomt? Het zijn allemaal van die beladen begrippen.” Een vergelijking met fascisme is te sterk, zegt Geerten Waling. „Door naar die vergelijking te grijpen, zet je je critici buitenspel. Dat is geen argumentatie meer, dat is retoriek.”

Die retoriek gaat meestal vergezeld van lessen die we nu uit het verleden zouden kunnen of moeten leren. Kan dat überhaupt als de verschillen zo groot zijn? Von der Dunk, categorisch: „Alleen van een existentiële ervaring kun je leren, die kun je niet overdragen. Iets leren van de Tweede Wereldoorlog beperkt zich derhalve tot de generatie die hem bewust heeft meegemaakt.”

De Graaf wijst op de nasleep van beide wereldoorlogen, maar ook van de val van Napoleon bij Waterloo. „Telkens kwamen de landen bijeen om de orde te herstellen. En dat deden ze dan op basis van het idee dat alle landen op zichzelf waarde hebben, dat ze samen moesten zoeken naar principes van legitimiteit voor een nieuwe orde.”

Belangrijke verschillen

Het rijtje verschillen is kleiner, maar belangrijker, vinden de historici. De diepte van de economische crisis en vooral de scherpte van de armoede in de jaren dertig, die zijn onvergelijkbaar met de situatie na de crisis die eind 2007 losbarstte. „Het merendeel van de bevolking van de VS en Europa bevinden zich niet in zo’n arme situatie”, zegt De Graaf.

Waling wijst op een ander belangrijk onderscheid. „In de jaren dertig waren de instituties wankel, het vertrouwen in de democratie was gering. Duitsland en Italië hadden nog nauwelijks ervaring met democratie.” Vergelijk dat met het Europa van nu of met de Verenigde Staten. „In de VS bestaat tweeënhalve eeuw een krachtige democratie met checks and balances tegen tirannie”, zegt Waling. „Trump krijgt bij zijn eerste belangrijke beslissingen al direct tegenwerking.”

Von der Dunk ziet evenmin kansen voor een Amerikaanse variant op het Poetinisme – een regeerwijze die Trump misschien nog wel aanstaat. „Democratie zit in elke vezel van het zelfbewustzijn en de identiteit van de Amerikanen. Dat is een idee dat ze ook altijd actief hebben willen uitdragen – tot aan de rampzalige uitlopers daarvan in de Irak-oorlog van George Bush.”

Een graffitiartiest protesteert tegen Trump in de Zuid-Irakese stad Basra. Foto Haidar Mohammed Ali/AFP

Overeenkomsten

Zijn er dan geen ontwikkelingen in de wereld van 2017 die de historici doen denken aan historische tijdvakken of gebeurtenissen?

Waling en De Graaf zien ze wel. Waling schreef een studie over het revolutiejaar 1848. In dat boek haalt hij politiek wetenschapper Aristide Zolberg aan en diens concept van moments of madness, het gevoel dat vat kan krijgen op een samenleving, dat alles kan, dat even alles op zijn kop wordt gezet. „Dromen worden mogelijkheden. Het idee van een toekomst die open ligt is voor de voorstanders van de revolutie iets hoopvols en voor de tegenstanders beangstigend.”

Dat elan ziet Waling terug in bijvoorbeeld het „sterke anti-establishment sentiment” van nu. „Dat is een overeenkomst met de grote revoluties, zoals 1789 of 1848.” Het zijn hooguit tendensen, zegt Waling, patronen die de historicus kan volgen.

Beatrice de Graaf herkent patronen van nu niet terug in die van de jaren dertig van de vorige eeuw, maar in een eerder tijdvak: de jaren negentig van de negentiende eeuw. Een storm van internationalisme raasde sinds de jaren 1860 over de westerse wereld. Revoluties op het gebied van communicatie (telefonie), vervoer (spoorwegen), maar ook vormen van internationale samenwerking als het Rode Kruis (1863) of de Wereldpostunie (1874) veroorzaakten volgens De Graaf wat Duitsers Zeitraumverdichtung noemden, het idee dat de wereld figuurlijk kleiner werd – een concept dat tegenwoordig vaker met ‘globalisering’ wordt aangeduid.

Aan het eind van die laat negentiende-eeuwse periode ging het Westen door een economische crisis – „niet zo’n heel diepe als die van 1929”, zegt De Graaf erbij – en er ontstond ook iets als een moral panic, waarbij de conservatieven verwijten richtten aan het adres van de liberalen. Het was de opmaat naar jaren waarin landen zich terugtrokken op zichzelf, zegt De Graaf: de Britse Splendid Isolation van premiers Salisbury en Disraëli, een reeks Amerikaanse presidenten van Benjamin Harrison, die ongekend hoge invoertarieven instelde, tot William McKinley die oorlog zocht met Spanje op Cuba.

Daarmee wijst De Graaf op een ander belangrijk punt van de jaren 1890: „Het was voor die mensen al zo lang geleden dat ze een grote oorlog hadden meegemaakt. Dat droeg eraan bij dat ze zich de Eerste Wereldoorlog in lieten rommelen.”

Ojee. In 2017 is de grote oorlog ook een verre herinnering geworden. Is dit een duiding of een voorspelling van De Graaf? „Zeker geen voorspelling”, zegt ze.