Column

Sport en politiek

Voor verwevenheid van sport en politiek moet je op de Afrika Cup zijn, waar voetballers borg horen te staan voor het prestige van hun land en hun leiders. Er zijn verhalen bekend van landenteams die na de uitschakeling niet naar huis durfden. Al even alledaags is de willekeur bij de samenstelling van de selecties, in de regie van de minister van sport of de president zelf. Trainers zijn hun voetballeven geen drie dagen zeker in Afrika. In Nederland soms ook niet altijd als je ziet hoe AZ traineert met de contractverlenging van John van den Brom. Een neofiet kun je even laten bungelen, maar geen vijftiger met een conduitestaat tot het grote Anderlecht toe. AZ maakt er meer een politieke dan sportieve surplace van.

Sport en politiek horen gescheiden werelden te blijven. Leugenachtigheid dubbelop is voor iedereen onverteerbaar. Toch zoeken beide werelden elkaar voortdurend op, vooral in verkiezingstijd. Ze delen de brouille van vermeend lijfeigenschap. De een hoort de ander toe. Dat wordt beklonken met hier en daar een postje of een plaats op de kandidatenlijst. Het loopt meestal slecht af.

De Belgische ex-bondscoach Marc Wilmots heeft een korte periode in de Senaat gezeteld voor de Waalse liberalen van premier Michel. Je kan er gerust Samuel Beckett bij halen: nooit zulk een stilte gehoord, de aarde lijkt wel onbewoond. Permanente afwezigheid, niet eens een maidenspeech gehouden, even op de knop duwen en weer weg. Gênante landloperij in de wandelgangen was de signatuur.

Dan heeft Erica Terpstra het beter gedaan. Zij is na de sport een echte politica geworden die het populisme niet nodig had om populair te zijn. Ze bleef authentiek moederlijk en barstte van het enthousiasme bij iedere verschijning. Nederland werd een land van alleen maar kanjers. Een polemisch genie is ze nooit geweest, maar haar mandaat vervulde ze eervol.

Het laatste is dubieuzer voor Romario. Het verkozen parlementslid toetert graag in de rondte maar voor hem is Copacabana het parlement. Kampioen afwezigheid. Lid worden van het IOC is ook kiezen voor politiek. Anton Geesink heeft het jaren volgehouden en Sergei Boebka is een spilfiguur in het IOC-cenakel geworden. Carl Lewis wou ook de politiek in, maar hij haalde het niet in de sprint naar de kiezer. Ze zijn zeldzaam, topsporters die zich in hun nadagen weten om te toveren tot toppolitici.

Twee coaches staan op de kandidatenlijst voor de Tweede Kamerverkiezingen in maart: Wiljan Vloet en Foppe de Haan. Vloet op nummer 43 voor het CDA en Foppe als lijstduwer voor de PvdA. Geen van beiden heeft de intentie om ook daadwerkelijk op te stomen naar het Binnenhof. Hun kandidatuur is een loyaliteitsgebaar naar de partij. Voor Foppe de Haan nog iets meer.

Als voetbal eten en drinken is dan is socialisme voor Foppe het dagelijkse ontbijt. Dat woorden ook tranen worden heeft hij vaker laten zien. Er zit veel Friese weemoed achter het voetbalmasker. In zijn politieke keuze is hij altijd rechtlijnig gebleven. Rood geboren en getogen. „De kerk betekende niets voor arme mensen, Domela Nieuwenhuis bracht wel hoop en solidariteit.”

Dat voetbal een uitwas van het kapitalisme is geworden, stoort Foppe zeer. Hij bemoeit zich als coach niet met geld. „Ik wil in mijn kop geen kennis die mij het geloof in gelijke kansen ontneemt.”

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.