Column

Small talk

Ik moest naar de endodontoloog. Dat klinkt erg en dat was het ook. De endodontoloog was van Roemeense komaf, wat ik van mezelf niet eng mocht vinden. Graaf Dracula woonde weliswaar in Roemenië, maar daar kunnen de hedendaagse Roemenen niets aan doen. Ik had van tevoren gecheckt bij de tandarts of hij er ook achter stond, en de tandarts verklaarde dat hij zelf ook naar de Roemeen zou gaan als het nodig was geweest. Dus vooruit. Mijn muren waren gestuukt door een paar heel gezellige Polen, dus waarom niet met mijn kies naar een Roemeen?

De endodontoloog zag er niet uit als Graaf Dracula. Toch voelde ik de behoefte om een gezellige sfeer te creëren, voordat hij de wortel van mijn kies zou gaan uitgraven tot nét onder mijn oogkas. „So, do you like Holland?”, vroeg ik.

No”, antwoordde hij.

Oké.

Op een bepaalde manier was hij wel verfrissend in z’n botheid. Waarom zou je ook eigenlijk aan small talk doen?

Hij legde uit dat hij maar een dag per week in Nederland was, hier dus geen sociaal leven had, en alleen de snelweg zag tussen het vliegveld en de praktijk. Dus hij kon, logisch gezien, niets van Nederland vinden.

Waarschijnlijk zou ik in een dergelijke situatie zelf hebben gezegd: „Ja, ik vind Nederland een heerlijk land”, en dan iets bij elkaar geluld hebben over hoe fijn de wc’s op het vliegveld waren. Maar de Roemeen was radicaal eerlijk en daar hoort niet bij dat je de patiënt op haar gemak stelt.

But if you mean: do I like my job, then my answer is yes”, zei de endodontoloog.

Ik wist eigenlijk niet of ik dat bedoeld had, maar waarschijnlijk wel. Inderdaad wil je liever dat iemand vol plezier aan zijn graafwerkzaamheden in je schedel begint, dan vol chagrijn. Dat hij niet uit irritatie (over Nederland, zijn beroepskeuze, of het leven in het algemeen) extra hard gaat zitten poken en dan uitschiet. Waarschijnlijk was mijn vraag inderdaad bedoeld als een soort peiling van de algehele stemming. Dat had de endodontoloog toch maar mooi ingevoeld.

De volgende twee uur was het voornamelijk stil. Toen het pijn deed, zei hij: „This is not supposed to hurt.” En: „I could give you more anaesthetic, but it wouldn’t help.” Hier werd niets zonniger voorgesteld dan het was. Ik was in goede handen.

Paulien Cornelisse is cabaretier en schrijver.