Slapen met je telefoon naast je, dat gaat dus niet

Opvoeders Veel jongeren leven in een parallel digitaal universum waar hun ouders niet komen. Moeten ouders zich ermee bemoeien of kunnen ze zich er beter bij neerleggen dat ze buitenstaanders zijn?

Foto Roos Koole / ANP

    Via sociale media bewegen kinderen zich gedurende de hele dag, soms dag en nacht, in een parallelle wereld die de ouders niet kennen en waar ze geen deel van uitmaken. Sommige ouders vinden dat angstig. Anderen proberen er grip op te krijgen. De meeste ouders hopen vooral dat het goed gaat.

    Meestal gaat het ook goed, maar het gaat ook wel eens gruwelijk mis. Eind januari stond een zekere Aydin C. terecht omdat hij via internet ruim dertig tienermeisjes chanteerde en hen aanspoorde ‘seksshows’ te geven. Met enige regelmaat komen voorbeelden in het nieuws van kinderen die online worden gepest, soms in verband met een zelfdoding.

    Als ouders dat horen, schrikken ze en vragen ze zich af of ze er niet meer bovenop moeten zitten. Tegelijk zijn dit zo duidelijk uitwassen dat het de vraag is wat de totaal ingeburgerde smartphone er eigenlijk mee te maken heeft.

    De ouder

    Loubna Farissi (36) houdt het social mediagebruik van haar vier kinderen goed in de gaten. Nou ja, dat geldt vooral voor de oudste twee meisjes van 11 en 13 jaar. Haar dochters hebben een Facebookaccount, Snapchat en Musical.ly. Voor ze een vriendschapsverzoek accepteren wil hun moeder weten wie het is. „Dat vinden ze heel streng.” De familiecomputer die eerst boven stond, staat nu beneden in de huiskamer. Farissi heeft de webcam erafgehaald. „Ik vertrouw mijn dochters wel, maar je weet maar nooit wie het lukt om van buitenaf naar binnen te gluren.”

    Op zondag, woensdag en vrijdag checkt zij hun telefoons. Dat gaat zo: Ze heeft dobbelsteentjes met de namen van de kinderen en die gaan in een beker. De telefoon van het kind wiens naam boven ligt, wordt bekeken. „Zij mogen tijdens het checken mijn telefoon bekijken. Dat vind ik wel zo eerlijk.”

    Loubna Farissi heeft hen uitgelegd dat ze het niet gezellig vindt als iedereen in de huiskamer op de telefoon zit te kijken. „Als ze met iemand willen appen, dan moet dat maar op hun kamer. In de woonkamer heb je aandacht voor elkaar. Ik moet eerlijk zeggen: ik heb zelf ook eerst moeten leren dat ik mijn telefoon wegleg als ik het huis binnenkom. Anders straal je toch uit: ik vind wat op mijn telefoon gebeurt interessanter dan jullie.”

    De deskundige

    De behoefte aan een eigen wereld is volkomen normaal voor tieners, zegt specialist mediaopvoeding Justine Pardoen. „Dat hoort bij de leeftijd, daarvan moet je niet schrikken. Wij vertelden onze ouders vroeger ook niet wat zich precies op school afspeelde.”

    Belangrijker dan regels en controle is volgens Pardoen het gesprek met de kinderen. „Geen kruisverhoor. Maar práát met ze over wat ze doen op sociale media. ‘Hoe dóe je dat eigenlijk, zeven accounts beheren?’ ‘Wat is dat nou eigenlijk, snapchat?’ ‘En die geweldige YouTuber, kan je eens een filmpje laten zien?’”

    Natuurlijk komt het voor dat kinderen of jongeren worden gepest, uitgesloten van appgroepen, dat foto’s online worden gezet die ze liever niet online zouden zien. Of dat ze zelf een foto posten die een tikje (of veel) te pikant is. Maar kinderen en jongeren hebben vaak ook veel plezier in het contact met leeftijdgenoten via social media. En ze kunnen ook enorme steun hebben aan de gesprekken met leeftijdgenoten, gevoelens van eenzaamheid kunnen ook afnemen.

    Dat betekent niet dat ouders geen regels moeten stellen, zegt Pardoen. „Het puberbrein is nog niet goed in staat om zichzelf te beperken. Sterker, pubers vinden het prettig als er regels zijn. Als je ze vraagt of zij hun eigen kinderen ongelimiteerd op hun telefoon zouden laten, zeggen ze vaak: ‘Neeeee, natuurlijk niet.’” Dus leg uit dat je niet makkelijk inslaapt als je vlak voor je gaat slapen naar een scherm hebt liggen kijken. En dat huiswerk maken en vijftien groepapps beheren niet samengaat. „Maak daar afspraken over.”

    De docent

    Cuna-Laura Duin, lerares op het Montessori Lyceum Rotterdam vindt de meeste ouders best soft in het stellen van regels. „Je hoeft niet superstreng te zijn”, zegt ze. „Maar huiswerk maken met je telefoon naast je, gaat niet. En slapen met je telefoon evenmin.” In de klas wil ze geen telefoon in broekzakken of op tafel. Dat moet ze elke les opnieuw zeggen. Ze merkt hoezeer leerlingen gewend zijn om te onderhandelen. „Wat is er niet duidelijk aan het woord ‘nee’”, vraagt ze dan.

    De telefoon is ook nuttig, zegt Cuna Duin. Zelfs tijdens de les. „Je kunt bijvoorbeeld quizjes doen in de klas waarmee iedereen via een app het goede antwoord kan geven. Zo oefenen we grammatica. Dan mag de telefoon dus wel in de les.”

    Duin is lid van de whatsapp-groep van haar mentorklas. Natuurlijk zijn er andere appgroepen, maar in deze groep kijkt zij in elk geval mee. „En dan zie je genoeg om tijdens de mentorles te bespreken.” Als iemand vraagt om aantekeningen aardrijkskunde, dan stoort hij 30 mensen. Beseft hij dat? En kan dat anders?”

    En: wanneer is iets nog grappig en wanneer schoffeer je iemand? Want ook al is het doel van een appje vaak niet om de ander te kwetsen, kinderen beseffen lang niet altijd wat de impact kan zijn, zegt Duin. „Je ziet het gezicht niet van degene die het bericht stuurt, de zender heeft geen idee in welke stemming de ontvanger verkeert. Die kan vrolijk zijn, maar ook verdrietig. Kortom, misverstanden liggen op de loer en het is goed om dat te bespreken.”

    In de pauze turen de meeste leerlingen op hun telefoon, zegt ze. ‘Ga kaarten, of schaken, of een blokje om buiten’, zegt ze dan. „Jongeren moeten met social media leren omgaan, maar dat leer je niet alleen op school. Als ouders moet je ook het juiste voorbeeld geven: geen telefoon als je in gesprek bent. En zeker niet midden in een gesprek je telefoon grijpen omdat je een bericht krijgt.”

    Ook volgens haar zouden ouders vaker met hun kinderen moeten praten over wat ze uitvoeren op social media. „Niet achter hun rug om, maar gewoon samen af en toe door de berichten scrollen. En dan praten over wat je ziet. Begin daarmee op de basisschool, want op de middelbare school ben je te laat.”

    Animatie: Koen Smeets