Samenwerking met Libië is ‘gevaarlijke fictie’

Migrantenstroom De EU ziet graag minder migranten komen uit Libië. Maar het is hoogst onzeker of een nieuw hulpakkoord met een van de drie Libische regering veel verschil maakt.

Afrikaanse migranten zitten in een kamer in een detentiecentrum nabij Misrata, Libië. Foto Fabio Bucciarelli/AFP

De Europese Unie heeft deze week haar samenwerking met de Libische regering van premier Fayez al-Serraj, die ook door de VN wordt erkend, versterkt. Er komt meer Europees geld – zo’n 200 miljoen euro EU-geld en nog eens 200 miljoen van Italië - voor de Libische kustwacht, zodat die kan helpen voorkomen dat er nog meer migranten verdrinken op weg naar Italië. Ook zou met het Europese geld de bijzonder slechte opvang voor migranten in Libië kunnen worden verbeterd.

Of de tienduizenden migranten, veelal afkomstig uit zwart Afrika, veel opschieten met zulke Europese hulp, is de vraag. De greep van de regering van al-Serraj op de gebeurtenissen in Libië is maar heel beperkt. „Het is een gevaarlijke fictie om te doen alsof het om een normale regering gaat en instituties die werken”, zegt Arjan Hehenkamp, directeur van Artsen zonder Grenzen, die zojuist terug is van een bezoek aan een aantal opvangcentra voor migranten in Libië. „Dat is niet de realiteit.”

Intense verdeeldheid

Sinds de omverwerping van het regime van Moammar Gaddafi in 2011 is Libië ten prooi aan intense verdeeldheid. Er zijn naast die van Serraj nog twee rivaliserende regeringen: de een eveneens in Tripoli gevestigd en de ander in het oosten van het land onder leiding van generaal Haftar. Vooral de laatste heeft de laatste maanden haar positie versterkt, mede door steun van Rusland, Egypte en naar verluidt ook Algerije. Daarnaast wemelt het van de lokale milities, die ter plaatse dikwijls de dienst uitmaken.

Ook over de kustwacht heeft de regering van Al-Serraj weinig controle. Die werkt samen met lokale milities in de kuststreek. De kustwacht zelf treedt bovendien dikwijls zeer gewelddadig op. Mensenrechtenorganisaties zoals Amnesty International hebben al veel getuigenissen verzameld van mishandeling van vluchtelingen door medewerkers de Libische kustwacht. Soms schieten ze ook op de gammele bootjes met migranten, waarbij doden vallen. Ook wordt de kustwacht er wel van beschuldigd zelf te verdienen aan de mensensmokkel.

In augustus vorig jaar overviel de kustwacht de Bourbon Argos, een schip waarmee Artsen zonder Grenzen de Middellandse Zee patrouilleert om zo nodig en zo mogelijk bootvluchtelingen te redden. Ook daarbij werd geschoten. De kustwacht deelde mee dat er sprake was van ‘een misverstand’.

TOPSHOT - An african migrant peers through a window at Libya’s Karareem detention centre near Misrata, a town half-way between Sirte and Tripoli, on September 25, 2016.
Around 230 migrants, among them 15 women, mostly coming from sub-Saharan countries including Nigeria, Senegal, Chad, Mali, Sudan, Eritrea, Somalia and also Egypt and Bangladesh are detained in the centre. Some of the migrants arrived in Libya to look for a job, others to find a way to reach Europe. / AFP PHOTO / Fabio Bucciarelli
African migrants have their lunch break in the courtyard of Libya’s Karareem detention centre near Misrata, a town half-way between Sirte and Tripoli, on September 25, 2016.
Around 230 migrants, among them 15 women, mostly coming from sub-Saharan countries including Nigeria, Senegal, Chad, Mali, Sudan, Eritrea, Somalia and also Egypt and Bangladesh are detained in the centre. Some of the migrants arrived in Libya to look for a job, others to find a way to reach Europe. / AFP PHOTO / Fabio Bucciarelli
Nigerian women sit at Libya’s Karareem detention centre near Misrata, a town half-way between Sirte and Tripoli, on September 25, 2016.
Around 230 migrants, among them 15 women, mostly coming from sub-Saharan countries including Nigeria, Senegal, Chad, Mali, Sudan, Eritrea, Somalia and also Egypt and Bangladesh are detained in the centre. Some of the migrants arrived in Libya to look for a job, others to find a way to reach Europe. / AFP PHOTO / Fabio Bucciarelli
Detentiecentrum Karareem, nabij Misrata in Libië.
Foto’s Fabio Bucciarelli/AFP

‘Als beesten behandeld’

Opgepakte migranten belanden weer in een van de Libische opvangcentra, waar de omstandigheden bijzonder slecht zijn. „Ze worden er als beesten behandeld”, zegt Hehenkamp. „De deur zit op slot, er is weinig eten en slecht water, de mensen hebben geen idee hoe lang ze er moeten zitten en of hun familie weet waar ze zijn.” Volgens andere berichten zouden er ook al veel vrouwen zijn verkracht.

De opvangcentra, gevestigd op industrieterreinen, in hangars of zelfs grote schuren, worden in de praktijk ook niet door de regering van Al-Serraj beheerd maar door lokale milities. Die beschouwen de centra vooral als een bron van inkomsten. Niet alleen krijgen ze een geringe vergoeding voor elke migrant die er zit, maar ook verdienen ze aan iets meer vermogende migranten, die zichzelf vrij kopen.

In de centra zitten volgens Hehenkamp overigens ook mensen die soms al jaren in Libië hadden gewerkt. Hij trof er zelfs een buitenlandse man die mee had geholpen het centrum waar hij zat te verven. „Hij kreeg plotseling te horen dat hij daar moest blijven”, vertelt Hehenkamp.

„Hij had zijn verfkleren nog aan.”