Column

Rotfiets

Column Georgina Verbaan had nogal wat vooroordelen over de fietsende mens.

Ergens in Amsterdam Noord moet mijn oude fiets staan. Denk ik. En daar mag hij blijven. Over een paar eeuwen beleeft een archeoloog, of hoe de bewoners of bezoekers van deze planeet een dergelijk type tegen die tijd ook noemen, een mooi moment wanneer hij/zij/het dat ding opgraaft. „Hjurngrft njufrgggblrr drrrllhusdnc, BURB”, zal hij/zij/het opmerken ten overstaan van nieuwsgierige journalisten met een potlood in hun slurf. Dat betekent zoveel als „Moet je zien hoe die dommerds zich destijds verplaatsten, BINGOKAART”.

Het was een rotfiets. Bovendien ben ik de sleutels kwijt. Vorige week kocht ik een nieuwe fiets. Niet omdat ik van fietsen houd. Ik verafschuw fietsen. Fietsen is voor mensen die zonder moeite opstaan ’s ochtends, voor mensen die op tijd komen, die nooit vergeten in te checken, en nooit vergeten uit te checken, voor mensen die hun bord leegeten als ze het eten vies vinden omdat ze ervoor betaald hebben, mensen die hun voeten vegen, mensen die zonder moeite vier kinderen vermaken, mensen met een regenpak, mensen die doordeweeks na vijven een spa rood bestellen en weten wat er op tv is, mensen met een hobby, mensen die je verjaardag niet vergeten, die de was opvouwen en post openmaken en nooit per ongeluk een huis kopen. Mensen die attent zijn en altijd weten waar hun sleutels, geld, telefoon of tafel zijn. (Dat van die tafel is een lang verhaal.)

In de stad deed ik dus alles lopend, soms een tram, erg vaak een taxi. Maar dat laatste mag niet meer van mijn boekhouder.

Ik had dus nogal wat vooroordelen over de fietsende medemens en herkende mij totaal niet in het profiel dat ik had opgesteld. Ja, nou, ik zie weleens fietsers voorrang afdwingen en obsceniteiten brullen. Dat zou ik zelf op een fiets niet snel doen, maar in de auto deins ik er niet voor terug. In de stad deed ik dus alles lopend, soms een tram, erg vaak een taxi. Maar dat laatste mag niet meer van mijn boekhouder. Lopen is een aangename bezigheid, maar wanneer je van de ene kant van de stad naar de andere moet met een kamerplant of een kind, of beide en een rugzak vol boodschappen, dan is het eerlijk gezegd akelig. Tegen wie het horen wilde en tegen de mensen die mij graag een sok in de mond wilden duwen (vaak fietsers), echter, schepte ik op over mijn loopkunsten. Dat het me hielp te ontspannen, dat ik nog eens wat zag, en dat is niet helemaal gelogen, maar steeds vaker torste ik als een briesende snelwandelaar verregend door de stad met een meditatieappje op.

Maar nu is er dus De Fiets. Daar kan ik kort over zijn: The best things in life kosten 549 euro. Wat een uitvinding. Je trapt de trapper in en dan duwt hij je als het ware voort! Zo ben je in Oost, zo ben je in West. In tegenstelling tot de vorige fiets geeft deze fiets mij helemaal niet het gevoel dat ik een zakdoek heb ingeademd. Ik vlieg!

Mijn persoonlijkheid lijkt vooralsnog niet ingrijpend veranderd, hoewel ik al wel een paar keer ergens te vroeg ben aangekomen, maar dat trekt vast snel bij. Ik zal bij de fantastische hyperloop van de TU Delft ook wel weer een paar eeuwen later inhaken. „Met een half uur in Parijs? Ben je mal, ik fiets lekker. Dat ontspant me.”