Column

PVV-stemmers willen gered worden

De stemming

In Almere Haven vinden ze Trump waardeloos, maar ook „wel eens gezond voor de democratie”. Hetzelfde denken ze van de PVV, die overblijft na een aftreksom.

Almere is een PVV-bolwerk en de partij van Wilders heeft 8 zetels in de gemeenteraad. Fotografie Olivier Middendorp

Zijn er Nederlanders die president Trump een kordate en vertrouwenwekkende politicus vinden? Die denken: eindelijk een bestuurder die serieus bezig is met „het in sneltreinvaart inlossen van beloften aan de kiezer”, zoals Leefbaar Rotterdam-fractievoorzitter Ronald Buijt donderdag in NRC schreef.

Ja, die zijn er. En we spraken er een paar in Almere Haven. We kozen de stad uit omdat ze een bolwerk is van de PVV. De partij van Geert Wilders, zelfverklaard aanhanger van Trump, is met 8 zetels de grootste in de gemeenteraad.

Eén man, die op de stoep zijn sloopauto stond bij te lakken, vond Trump voluit goed. Zes Almeerders vonden hem waardeloos. Twee hadden niets over Trump gehoord „behalve de verkiezingsuitslag”. De andere twaalf die we spraken kwamen tot een gemengd oordeel. Ze vonden zijn uitverkiezing en stijl „wel eens gezond voor de democratie”. Of ze waren het eens met zijn voorgenomen beperking van de immigratie („maar het is opportunistisch dat hij moslims uitsluit”). Of ze hoopten dat hij greep zou krijgen op de grote multinationals. Of ze vonden hem „besluitvaardig”, iemand die „spijkers met koppen slaat” – maar hij loopt volgens hen wel „als een olifant door de porseleinkast”.

Opvallend is dat veel van de reserves die ze bij Trump voelen, dezelfde zijn als die ze ten aanzien van de PVV koesteren. Vrijwel niemand zegt bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2014 op de PVV te hebben gestemd. Maar het is, zoals we ook elders hebben gemerkt, niet langer uitgesloten dat ze dat op 15 maart wel gaan doen. Vaak kunnen ze domweg geen andere partij vinden waaraan ze hun belangen toevertrouwen. De PVV is de uitkomst van een aftreksom geworden – net als SP of 50+, partijen van dezelfde categorie, maar dan voor mensen die nooit op de PVV zullen stemmen.

Vroeger was het altijd PvdA

Herman en Henny Baas zijn zulke mensen. Vroeger was het altijd PvdA, maar „daar kunnen we ons niet meer in vinden”. Die partij, zeggen ze, is er niet meer voor de arbeiders sinds Wim Kok in het paarse kabinet de deur openzette voor het neoliberalisme. Herman Baas (66) is nog altijd buschauffeur, al is hij met pensioen. Hij rijdt een, twee keer per week voor Connexxion en „daarmee betalen we onze vakantie naar Portugal”, zegt zijn vrouw.

Trump vindt Herman „nog zorgwekkender dan de terreuraanslagen. Hij lokt aanslagen uit met zijn beleid”. Zelf hebben ze de PVV „niet nodig”, zegt Henny. Ze wonen op het mooiste plekje van de stad: het havenhoofd, de hele dag zon en uitzicht over het Gooimeer. Maar ze hoort het veel om zich heen: toenemende armoede. Mensen van 45 jaar die ontslagen zijn, geen werk meer vinden omdat ze al te oud zijn en met behoud van uitkering bij de Voedselbank werken of huis-aan-huisbladen rondbrengen. En dan maar PVV stemmen. „Mensen willen gered worden.” Het komt ook door Trump, denkt Herman, „die gooit koren op de molen van Wilders”.

Hanneke Volker, die haar borstelige hondje uitlaat op de Oldewierde, zoekt een eigen huis. Ze is door omstandigheden tijdelijk neergestreken in een van de kleine huurwoningen in dit stratencomplex. Ze heeft een vaste baan als verzorgende IG (individuele gezondheidszorg) en een salaris waar ze goed van kan leven. „Ik ben een Nederlander die hard voor zijn centen werkt.” Zij zou toch zonder problemen een woning moeten kunnen vinden in Almere, met prijzen om en nabij de 250.000 euro? Maar het lukt niet. „Alles wordt voor je neus weggekaapt. De woning gaat naar nieuwkomers met een verblijfsvergunning, of naar ouderen met een urgentieverklaring. Voor andere woningen vindt de bank dan weer dat ik te weinig verdien.”

Zij is degene die het „gezond” vindt dat Trump de boel „opport”. Dat zijn mensen hier niet meer gewend. Voor haar is de PVV ook een optie. Ze heeft nooit eerder op die partij gestemd. „Ik ben altijd meegegaan met de sfeer in Nederland”, zegt ze. „De partijen waar ik vroeger op stemde, zoals het CDA, vertegenwoordigen mij niet meer. De PVV kan nu zomaar de grootste worden.”

Paardenstaart en baardje

Tim Eversen, een apothekersassistent met paardenstaart en baardje die met twee snel afkoelende pizza’s door de Kruisstraat loopt, heeft een tot somberheid stemmende theorie over het Nederlandse bestel. Partijen zegt hij, zijn het eens over ABC en oneens over DEF. Na de verkiezingen moeten ze met elkaar een regering vormen en dan vinden ze overeenstemming op de punten waarin ze toch al op elkaar lijken: ABC. De punten waarin ze van elkaar afwijken – „de punten waarom je juist op die partij zou willen stemmen”, zegt Eversen – worden nooit gerealiseerd. Conclusie: waarom zou je dan nog stemmen op de ene partij in plaats van de andere?

In Oldewierde spreken we René Eggink die lucht geeft aan zijn gloeiende weerzin tegen D66: „Sociaal doen met geld van de gemeenschap, maar intussen gek zijn op hun eigen geld.” Hij kent geen enkele ondernemer die op ze stemt.

Om de hoek parkeert Marleen Valk net haar Mercedes-stationcar op de oprit. Zij werkt op kantoor, haar man is aannemer. Zij is de enige die we tegenkomen bij wie de keuze ook nog op de PvdA kan vallen. In het gesprek met haar doemt ineens een nieuwe tweedeling op, die tussen PVV’ers en niet-PVV’ers. Haar dochter woont in de Filmwijk, een van de prettigste buurten van de langgerekte stad. Desondanks wil ze verhuizen, net als enkele andere mensen die Marleen Valk kent. „Omdat de sfeer van een PVV-gemeente hun niet bevalt. Misschien gaat ze naar Zeist.”

Reacties: b.blokker@nrc.nl of j.chorus@nrc.nl