‘Optimistisch blijven zie ik als mijn plicht’

Marina Wes econoom Wereldbank

Terwijl zelfs de armste landen groei toonden, werd Gaza alleen maar armer. Zicht op afschaffing van de blokkade is er amper. „Voor IT-bedrijfjes is er geen belemmering.”

Een Palestijns meisje in vluchtelingenkamp Jabaliya draagt een jerrycan met water, eind januari 2017. Foto Mohammed Salem/ Reuters

Stel dat Gaza een apart land zou zijn. Met welk ander land is de Palestijnse kuststrook economisch gezien dan te vergelijken?

Marina Wes lacht. „Bij de Wereldbank houden we ervan landen te vergelijken. Maar ik denk dat de situatie van Gaza uniek is.”

De meeste economische indicatoren wijzen op bittere armoede in de Gazastrook. Bijna al het drinkwater is vervuild en de werkloosheid geldt als de hoogste ter wereld: 40 procent, en onder jongeren zelfs 60. Bovendien is er maar drie tot vier uur per dag stroom. In het vluchtelingenkamp Jabaliya gingen medio januari naar schatting tienduizend mensen de straat op om tegen deze situatie te protesteren.

Vanuit haar kantoor in Al-Ram, een voorstadje van Oost-Jeruzalem, overziet de Nederlandse econoom Marina Wes namens de Wereldbank de Palestijnse economie. Een dag voor het gesprek werd bekend dat de Wereldbank 5,3 miljoen euro aan budgetondersteuning, afkomstig van de Noorse overheid, heeft overgemaakt aan de Palestijnse Autoriteit, die opereert vanuit de Westelijke Jordaanoever. Maar het is vooral de door Hamas gecontroleerde Gazastrook die Wes zorgen baart.

Lees deze reportage uit een winkelstraat in de Gazastrook: Vijf dagen na payday is Hoesseins geld al op

Top-20 van armste landen

Als je puur naar het inkomen per hoofd van de bevolking kijkt, zou het fictieve land Gaza stevig in de top-20 van armste landen staan, vlak achter Ethiopië. Maar, zegt Wes, in Gaza is er meer menselijk kapitaal.

“En het heeft een ontwikkelde economie, Israël, naast de deur liggen. Maar er zijn veel restricties en daardoor kan het potentieel niet gerealiseerd worden.”

Die afgeslotenheid is wellicht de kenmerkendste factor van de economie van Gaza. Sinds 2007 is Gaza onderworpen aan een Israëlische blokkade. Mensen en goederen kunnen maar heel mondjesmaat de strook in en uit. In het algemeen kun je zeggen dat een kleine economie als die van Gaza niet kan groeien als ze niet open is, aldus Wes. „Het besteedbare inkomen daalt, de armoede stijgt. En de mensen in Gaza krijgen veel kinderen.”

Het besteedbare inkomen daalt, de armoede stijgt. En de mensen in Gaza krijgen veel kinderen.

Weer zo’n lijstje waarin Gaza zich kan meten met arm Afrika: in 2016 had de gemiddelde Gazaanse vrouw volgens het CIA World Factbook 4,3 kinderen, net iets minder dan de vrouwen van de Centraal-Afrikaanse Republiek.

Donorgeld

In feite is er door de blokkade niet eens echt sprake van een werkelijk functionerende economie. Wes:

„Gaza draait voor een groot deel op donorgeld. Weliswaar groeide de economie vorig jaar met 5,5 procent, maar 5,5 procent bovenop nul is nog steeds nul. En die groei is vooral gekoppeld aan de herbouw van gebouwen na de oorlog van 2014. Allemaal donorgeld. Dat betekent dat de eigenlijke economie stagneert.”

Gevraagd naar de zorgwekkendste statistiek wijst Wes, behalve op de extreme werkloosheid, op de export. Gisha, een Israëlische mensenrechtenorganisatie die opkomt voor de bewegingsvrijheid van Palestijnen, becijferde dat er gedurende de eerste helft van 2016 maandelijks gemiddeld 176 vrachten de kuststrook verlieten. Dat zijn nog geen zes vrachtwagens per dag, op een bevolking van meer dan twee miljoen inwoners.

En wat dachten we van het staafdiagram dat groei van het bruto binnenlands product sinds 1994 weergeeft. De Westelijke Jordaanoever presteert precies volgens het Arabische gemiddelde: het bbp steeg er met bijna 250 procent. Het staafje van Gaza is bijna niet te zien: sinds 1994 groeide het bbp er met slechts enkele procenten.

Koppel je dit gegeven aan de bevolkingsexplosie en de conclusie is dat de gemiddelde Gazaan nu zo’n 30 procent minder te besteden heeft dan midden jaren negentig. In een periode waarin zelfs de armste landen groei lieten zien, is Gaza alleen maar armer geworden.

Weinig hoop op verlichting

Hoop op verlichting of afschaffing van de blokkade is er nauwelijks. Wes ziet het als haar plicht om optimistisch te blijven. „De bevolking is relatief hoogopgeleid. Materialen komen bijna niet binnen, maar dat is voor een IT-bedrijfje natuurlijk geen belemmering.”

Zelf droeg de Wereldbank bij aan de vestiging van een nieuwe flesjesfabriek voor Coca-Cola. „De Palestijnse investeerders hebben bij ons een verzekering afgesloten die hen dekt als er onverhoopt weer oorlog zou uitbreken. Dit heeft het project mogelijk gemaakt. En dat is erg welkom, want behalve de verwachte driehonderd banen biedt zo’n fabriek ook een beetje hoop.”

Volgens critici profiteert Israël van de blokkade, doordat het kan afdwingen dat er Israëlische producten worden geïmporteerd, en door de belastingen die het daarop heft. Maar Wes is beslist: van vrije handel met Gaza zou ook Israël veel meer profiteren dan van een blokkade „Alle modellen laten zien dat vrede veel beter zou zijn. Voor alle partijen.”