Interview

Marina Abramović: ‘Ik ken maar één publiek dat niet volgzaam is, en dat zijn Nederlanders’

Marina Abramović werd de bekendste performancekunstenaar ter wereld door drie maanden in de ogen van museumbezoekers te staren. Onlangs verscheen haar biografie.

Marina Abramović Foto Peter Rigaud / Laif / HH

Zo voelt het dus om in de ogen van Marina Abramović te staren. Via het computerscherm kijkt ’s werelds bekendste performancekunstenaar me aan. Haar pikzwarte haren heeft ze opgestoken in een knot, haar handen warmt ze aan een grote mok gemberthee. Ze is snotverkouden, zegt ze met nasale stem en een accent dat haar Servische achtergrond verraadt. „Ik heb net mijn verjaardag gevierd. Er waren 812 mensen en ik denk dat ik er meer dan zeshonderd heb gekust. Geen wonder dat ik ziek ben”, zegt ze skypend vanuit haar New Yorkse kantoor.

Abramović vierde haar verjaardag in stijl, in het Guggenheim Museum in New York, de stad waar ze sinds 2001 woont. Gasten kregen bij aankomst de instructie om zeventig minuten stil te zijn: één minuut voor ieder jaar van haar leven. Er waren witte loungestoelen, koptelefoons zorgden ervoor dat het publiek alleen nog de eigen hartslag hoorde. Na zeventig minuten luidde de kunstenaar een gong en zong de Britse popster Anohni een aangrijpende versie van Sinatra’s klassieker My Way. „Er was in het Guggenheim ook een expositie van Agnes Martin, een abstracte schilder die ik erg waardeer en met dezelfde thema’s werkt als ik. Het publiek kon dus luisteren naar stilte en tegelijkertijd een tentoonstelling over stilte bekijken.”

Ik lijk wel een hardwerkende soldaat, dat moet veranderen

Sinds Marina Abramović in 2010 haar retrospectief The Artist is Present had in het Museum of Modern Art (MoMA) in New York, is ze een wereldster. Ruim 800.000 bezoekers zagen destijds hoe de kunstenaar drie maanden lang roerloos op een stoel in het museum zat, iedere dag acht uur, zonder eten of drinken, zonder sanitaire stops. Bezoekers werden uitgenodigd om tegenover haar te zitten, zo kort of lang als ze wilden. Beroemdheden als Lou Reed, Björk, Sharon Stone en Isabella Rossellini trotseerden de lange rijen om haar in de ogen te kijken. Ook Abramović’ ex-geliefde Ulay, de Duitse kunstenaar met wie ze twaalf jaar lang een duo vormde, kwam langs. Het filmpje van die ontroerende hereniging is op YouTube intussen meer dan veertien miljoen keer bekeken.

In haar onlangs verschenen memoires, Walk Through Walls, beschrijft Abramović hoe ze die maanden in het MoMA heeft ervaren. „Ik was voor iedereen honderd procent – driehonderd procent – aanwezig”, schrijft ze. „Al snel realiseerde ik me iets bijzonders: iedereen op de stoel tegenover me liet een specifieke energie achter. De persoon ging weg, de energie bleef.” Mensen raakten ontroerd, merkte ze. „Vanaf het begin waren mensen in tranen – ik ook. Was ik een spiegel? Het voelde als meer dan dat, ik kon de pijn van de ander zien en voelen.”

Verraste het u, dat zoveel mensen begonnen te huilen?
„Ik was zelf ook vaak in tranen. Het is een intense ervaring om op een non-verbale manier met een totale vreemde te communiceren. De emoties komen als een soort vulkaanuitbarsting omhoog. Omdat we allemaal eenzaam zijn. We hebben allemaal wel eens iemand verloren. We zijn allemaal bang om dood te gaan. Dat is wat ons menselijk maakt. Ik gebruik mijn performancekunst om die zaken bloot te leggen. Andere kunstenaars zouden verf of sculptuur of film gebruiken. Het zijn slechts verschillende gereedschappen.”

In het laatste hoofdstuk van uw boek vertelt u hoe u bijna bezwijkt onder het succes. U heeft hartkloppingen en een gevaarlijk hoge bloeddruk. Hoe is het nu?
„Ik voel me prima, op die verkoudheid na. De laatste scène uit het boek is toch juist hoopvol?”

Daarin beschrijft u hoe u zich heeft opgeladen tijdens een retraite aan de Indische Oceaan.
„Naar die plek ga ik binnenkort terug, want het afgelopen jaar was krankzinnig druk. Ik ben in heel 2016 maar zeventien dagen thuis geweest. Dat is gekkenwerk.”

Het lijkt wel of het in uw leven steeds hollen of stilstaan is. U wisselt hectische periodes af met momenten van stilte en eenzaamheid.
„Dat klopt. Nu ik zeventig ben geworden, vind ik dat ik recht heb op meer van die stilteperiodes. Geen vakanties, maar periodes van bezinning. Ik ben net een hardwerkende soldaat. Dat moet veranderen.”

Hoe emotioneel was het om voor dit boek uw herinneringen aan uw strenge jeugd in Joegoslavië en uw getroebleerde liefdesleven weer op te halen?
„Een bevriende kunstcriticus zei ooit: ‘Ik haat jouw werk. Iedere keer dat ik iets van je zie, moet ik huilen.’ Ik weet dat mijn werk draait om emoties. Dat is hoe ik omga met ontwikkelingen in mijn leven. Ik ben niet bang voor emoties. Dit boek schreef ik met een ghostwriter, James Kaplan. Hij luisterde uren naar mijn verhalen, terwijl ik maar zat te huilen. Het was zo’n opluchting toen het boek af was. Daarna moest ik het hele boek voorlezen voor de audioversie. Dat proces duurde weken, omdat ik alles verkeerd uitsprak en het steeds over moest. Ik heb het boek zo vaak gelezen dat ik er klaar mee ben. Het is nu voor de lezers.”

Lees ook: de recensie van Walk Through Wallls, het boek over het leven van Marina Abramović.

U heeft lang onder het rigide regime van uw ouders geleefd. Pas op uw 29ste verliet u het huis van uw moeder en vluchtte u naar Amsterdam. Waarom duurde het zo lang voor u zich van haar kon losrukken?
„Dat had meer te maken met Belgrado dan met mijn moeder. Het is moeilijk uit te leggen wat het betekent om op te groeien in een communistisch land. Er was geen keuzevrijheid. Je kon niets zelf bepalen. Je had niet de mogelijkheid om op jezelf of bij vrienden te wonen. Alles was gelimiteerd in die tijd. En dan had ik ook nog te maken met de restricties van mijn moeder. Dat was dus dubbel moeilijk. Mijn ontsnappingsroute was de liefde. Ik was in 1975 door galerie De Appel in Amsterdam uitgenodigd voor een performance. Daar ontmoette ik Ulay, we werden verliefd, en toen ben ik vertrokken.”

Kon u aarden in Amsterdam?
„Het was een geweldige tijd. Er was muziek, Provo, veel internationale kunstenaars kwamen langs. Het was alsof ik op een buitenaardse plek was beland.”

Hoe was de Amsterdamse kunstscene toen?
„Er was een hechte kunstenaarsgemeenschap. Iedereen ontmoette elkaar op openingen van De Appel. Maar er waren ook grenzen aan de vrijheid. Vlak na mijn aankomst in Amsterdam werd ik door de VPRO uitgenodigd een van mijn bekendste performances, Thomas Lips, opnieuw uit te voeren. Daarin kerf ik met een scheermesje een vijfpuntige communistische ster in mijn buik. In alle kranten werd geschreven dat ik een Jodenster tekende. Het programma werd toen van de tv verbannen. Dat vond ik interessant. Ik kwam vanuit een land waar alles verboden was naar het land met de meeste vrijheden, en het eerste wat ze deden was mijn werk verbieden.”

Ik geloof in synchroniteit

Waarom wilde u het boek schrijven?
„Omdat ik denk dat mijn verhaal inspirerend kan zijn voor anderen. Ik heb zo’n rijk leven gehad, gevuld met een mix van spiritualiteit, mystiek, gebroken harten, humor, hard werken en ontmoetingen met verschillende culturen. Omdat ik uit een soort derdewereldland kwam, moest ik veel obstakels uit de weg ruimen. Ik ben door muren gegaan om te bereiken wat ik heb bereikt. Als ik het kan, kunnen anderen het ook. Dat is mijn boodschap.”

Toeval speelt een grote rol in uw leven, het is verweven in het hele boek. Het begint ermee dat u en Ulay op dezelfde datum jarig zijn. Of is het meer dan alleen toeval?
„Ik geloof in synchroniciteit. Ik ben ervan overtuigd dat wanneer je goed genoeg bent afgestemd op de energieën van de natuur, de juiste dingen op de juiste momenten plaatsvinden. En dat wanneer je die balans verliest, er dingen mis kunnen gaan. Dat leerde ik als kind van mijn moeder en mijn grootmoeder, en later van mijn leraren, de Dalai Lama en de sjamanen die ik heb ontmoet. Ik heb altijd opengestaan voor die mystieke kennis. Voor mij is de natuur de belangrijkste leermeester. Iedere keer dat ik in afzondering in de natuur ben, weg van de mensen, voel ik dat mijn mentale krachten zich opladen. Dat gevoel wil ik op de lezers overbrengen. Voortekenen zijn overal, we moeten leren beter naar onze intuïtie te luisteren. Er zijn twee vormen van wijsheid: die van het hoofd en die van het lichaam. Het hoofd is tricky. Dat kan je op het verkeerde pad brengen, door dingen te verzinnen die niet bestaan. De lichaamswijsheid is de echte wijsheid.”

U beschrijft ook dat u soms voorspellende gaven had. Dat u een aardbeving voelde aankomen, omdat u daarover had gedroomd. Alsof u beschikt over paranormale krachten.
„Ik ben ervan overtuigd dat wij die allemaal hebben, alleen willen we er niet aan toegeven. We zijn invalide geworden, omdat we nu technologie gebruiken in plaats van onze mentale krachten. Iedereen kan telepathische gaven ontwikkelen. Maar dat vergt tijd en training, en daar hebben de meeste mensen geen zin in. Te druk met onbelangrijke zaken.”

In deze tijd van mobieltjes en sociale media wordt dat alleen maar erger, lijkt me.
„Ja. Soms zie ik in restaurants jonge stellen die alleen maar aandacht hebben voor de berichten op hun telefoons. Mensen kijken elkaar niet meer aan. Mijn performance The Artist is Present was zo populair omdat ik mensen in de ogen keek en ze onvoorwaardelijke liefde gaf. Dat zijn ze niet meer gewend. Het is ongelofelijk hoeveel energie je kunt overdragen door er simpelweg alleen maar te zijn.”

Is dit ook de methode die u mensen leert op uw Marina Abramović Institute?
„Ja, mijn Abramović Methode kan ik voor de simpelste dingen gebruiken. Een jaar geleden heb ik in New York bijvoorbeeld mensen extra geconcentreerd laten luisteren naar Bachs Goldberg Variations. Ik liet ze hun elektrische apparaten opbergen in lockers en reikte ze koptelefoons aan om het buitengeluid te dempen. Zo liet ik ze een half uur in een ruimte in stilte zitten met de pianist, die langzaam op hen afkwam, voordat er ook maar een noot was gespeeld. Dat was nieuw voor ze, want als mensen naar een concert gaan, zitten ze voor aanvang nog snel even de berichtjes op hun telefoons te bekijken. Nu konden ze het stuk op een veel intensere manier ondergaan. Dat is mijn methode. Die restricties hebben we nodig om stilte te kunnen begrijpen. Nu meer dan ooit tevoren.”

Heeft u ooit mensen gehad die niet wilden meewerken aan uw methode?
„Als ik het publiek vraag hun telefoons op te bergen, doen ze het. Voor die ervaring zijn ze gekomen. Ik ken maar één publiek dat niet zo volgzaam is, en dat zijn Nederlanders. Zij zijn het meest ongehoorzame publiek dat ik ooit ben tegengekomen. Jullie weigeren je vrijheid op te geven.”

Is dat een probleem?
„Door die houding belemmer je jezelf bij de ervaring van nieuwe dingen. Als je iets wilt opsteken van een Tibetaanse meester, een soefi-leraar of een yogi-meester, dan moet je hun regels accepteren. Als je dat niet doet, sta je er niet voor open om iets te leren. Dat is zonde.”

Ik haat sentimenteel zijn, en terugkijken op die goede oude tijd waarin alles beter was.

Heeft het feit dat u nu wereldberoemd bent, effect op uw werk?
„Ik heb nu een groter platform om performancekunst voor het voetlicht te brengen. Mijn hele leven heb ik ervoor gevochten om performancekunst mainstream te maken. Ik wilde dat het een geaccepteerde kunstvorm werd, zoals schilderkunst of beeldhouwkunst. Dat is nu gelukt. Dat betekent voor mij dat ik meer verantwoordelijkheden heb dan ooit. Ik wil een jonge generatie kunstenaars opleiden.”

U heeft dus nog niet het gevoel dat al uw doelen zijn bereikt?
„Ik heb nooit het idee dat ik iets bereikt heb. Dat houdt me gaande. Ik kijk nooit naar het verleden, alleen naar de toekomst. Als een kind blijf ik nieuwsgierig naar nieuwe dingen.”

Zoals?
„Nu ben ik gefascineerd door nieuwe technologieën zoals avatars. Ik wil graag blijven afstemmen op de huidige tijdgeest en volgen wat jonge kunstenaars bezighoudt.”

Nu heeft u werknemers, een eigen instituut. Heeft u heimwee naar de tijd dat u met Ulay in een oud Peugeotbusje door Europa reisde?
„Nee. Ik haat sentimenteel zijn, en terugkijken op die goede oude tijd waarin alles beter was. Vandaag is de beste dag die je ooit zult leven. Geluk vinden, zelfs in ongelukkige tijden, daar draait het om. Geluk is niet een staat die je constant kunt volhouden. Na geluk komen er weer ongelukkige momenten. Je moet leren om afstand te bewaren tot beide, en niet volledig op te gaan in een van de twee.”

Je moet je vijanden koesteren, want van hen leer je vaak meer dan van je vrienden.

Dus u heeft nergens spijt van?
„Nee, zonde van de tijd. Ik zou geen seconde van mijn leven willen veranderen. Alle momenten van afzien, alle ellende, het was het waard. Het was voor mij belangrijk om het boek af te ronden. Dat is gelukt. Ik heb het opgedragen aan mijn vrienden en vijanden. En ik heb al mijn vrienden en vijanden uitgenodigd op mijn verjaardag. Ook Ulay en mijn andere ex, Paolo, plus hun vrouwen en vriendinnen. Dat ze niet kwamen, is hun probleem. Maar ik koester geen wrok. Ik ben voor vergiffenis. Je moet je vijanden koesteren, want van hen leer je vaak meer dan van je vrienden.”

Na dit boek heeft u geen geheimen meer?
„Dat is het mooiste, geen geheimen. Daardoor voel ik me volkomen vrij.”

De rechtszaak van Ulay

Aan het eind van het gesprek slaat de kalme stem van Abramović om. „Het verbaast me”, zegt ze opvallend fel, „dat je helemaal niet over de rechtszaak van Ulay begint, en over de schikking die ik met hem heb getroffen.” Ze doelt op de zaak die Ulay vorig jaar tegen haar aanspande over de verdeling van de auteursrechten op hun gezamenlijk werk. Die won Ulay. Abramović moest hem ruim 320 duizend euro aan royalties betalen.

Wilt u daar nog iets over kwijt?
„Zeker. Het is nu 28 jaar na onze scheiding. Al die tijd heeft hij de slachtofferrol gespeeld. Nu heeft hij gewonnen, daar ben ik blij om. Nu kan hij die slachtofferrol eindelijk achter zich laten en aan de slag met zijn eigen werk.”

Het klinkt alsof er toch nog wat wrok zit.
„Wat heeft hij gedaan in de afgelopen 28 jaar? Die vraag geef ik graag mee aan het Nederlandse publiek. Waarom lees je nooit wat over zijn nieuwe werken? Ik heb tussen 1988 en 2016 meer dan 350 tentoonstellingen gemaakt en meer dan vijftig boeken uitgegeven. Mijn memoires worden in zestien talen vertaald. Ik heb ons werk een plek gegeven in de kunstgeschiedenis. Wat is zijn bijdrage geweest?”