Volkswagen Amarok: lastdier voor zandzakken

Autorecensie De Amarok is een mooie pick-up voor werklieden. Maar hij is veel te groot voor de luxe-klant, vindt Bas van Putten.

Downsizing? VW komt met een joekel van een auto. Foto gemaakt bij Hoogenboom in Rotterdam. Foto Peter de Krom

De VW Amarok is de pick-up die door de importeur met 31 centimeter werd verlengd om het verlies van laadbakruimte door de dubbele cabine op te vangen. Die dubbele cabine ofwel King Cab, bargoens voor pick-up met een achterbank, snoept bij de vijfzits Amarok een deel van de kuip af die voor klussers uiteraard niet groot genoeg kan zijn.

Na de operatie meet hij vijf meter drieënzestig, waarmee dit op een enkele Rolls-Royce na mijn langste testwagen ooit is. Hij is enorm. Met 1.83 is hij manshoog en VW kon de breedte alleen onder de twee meter houden door de spiegels niet mee te rekenen. Maar je hebt wel een laadbak van 1.22 meter breed, volgens VW een record. De loodzware achterklep met een belastbaarheid van 200 kilo kan neergeklapt worden gebruikt als extra laadvloer en het beest mag 3.500 kilo trekken.

Het is dus een bedrijfswagen, lastdier voor zandzakken en betonmolens, dat in een personenautorubriek in principe niets te zoeken heeft. VW dingt potig naar de gunst van ‘grondwerkers, tuinders, bouwprofessionals, hoveniers of andersoortige zwaar werk-branches waar ‘een beetje meer’ vaak absolute noodzaak is. Voor een vierwielaangedreven heavy duty-truck is het een strak verkoopverhaal, maar niet het hele. VW werpt genotmiddelen in de strijd die het werkmansideaal ernstig relativeren. Deze premium pick-up, zoals VW hem noemt, heeft de lifestylemarkt in het vizier. In het geteste topmodel krijgt de arbeider een leren interieur met elektrisch verstelbare voorstoelen en een multimediasysteem – wie toch geen bpm en btw betaalt kan het breed laten hangen. Maar het echte beetje meer zit onder de motorkap. De viercilinder dieselmotor die de Amarok tot nu toe aandreef, is vervangen door een drieliter V6 TDI, leverbaar met vermogens van 163, 204 en 224 pk.

Een knol van een zescilinder

Dit klinkt krankjorem. Heeft de industrie ons jarenlang voorgehouden dat downsizing het zaligmakende recept was voor een schoon milieu, wikkelt uitgerekend het sjoemeldieselconcern een knol van een zescilinder in de bij voorbaat verdachte belofte dat hij net zo fris ruikt als zijn iele voorganger. Op papier klopt het bijna. Net als de tweeliterversie met 180 pk komt de V6 met 224 pk in aanmerking voor een D-milieulabel, want de CO2-uitstoot is met 203 versus 197 gram marginaal hoger. Denk niet dat hoveniers maar één seconde zullen stilstaan bij dat goede nieuws. Met de V6 kunnen ze eindelijk de strijdbijl opnemen tegen de superieur gemotoriseerde Chevrolet-pickups die voor de vrije jongens voorheen eerste keus waren. Een sprint van nul naar honderd in 7,9 seconden en de fors toegenomen trekkracht zullen klanten trekken die hem tot op heden lieten staan vanwege de onmannelijke viercilinder. Hij is de jongensdroom van de beroepsexhibitionist.

Toch heb ik hem voor de bouwprofessional getest in Amsterdam. Daartoe dook ik vanaf de Nassaukade de Jordaan in richting Bloemgracht. Tussen de grachten in loopt een labyrint van smalle straatjes voor moderne mensen met de onbetaalbaar leuke monumentjes die ze door Amarok-aannemers laten verblingen.

Het werd een absolute ramp. Een bocht nemen betekent drie keer insteken. Scherend langs de schots en scheef geparkeerde auto’s sleur je met die flaporen van spiegels zo een fietser mee. Stel dat ik hem daar met een laadbak vol cement plus trailer met betonmolen had moeten wegzetten? Hoe flikken Jacobse & Van Es dat? Uiteindelijk kon ik hem kielekiele op de Nassaukade kwijt, waar ik hem bijna in de gracht moest rijden om de openbare weg niet te blokkeren. Overigens rijdt hij fijn. Op de snelweg zou je zweren dat je in een grote SUV zat. Ik ben ook maar een kind.

Niettemin: een goed moment om het formaat van auto’s nader te bekijken. In al zijn extremiteit is deze Amarok de klokkenluider van de zorgelijke trend dat auto’s steeds langer en breder worden. Vooral de breedte wordt een plaag in het verkeer. Die nam afhankelijk van genre en klasse binnen decennia tussen de vijftien en dertig centimeter toe. Er moeten airbags en dikke luidsprekers in de deuren, men wil crashtests winnen en het volk verleiden. Het gevolg is dat je in de binnenstad en in parkeergarages inderdaad die olifant in de porseleinkast wordt – en niet alleen daar. Je kunt je voorstellen wat er gebeurt wanneer twee Amaroks elkaar ontmoeten op oude B-wegen die ooit voor Kevers en Kadetjes zijn gebouwd. Zelfs op het platteland moest ik de route naar de supermarkt behoedzaam plannen. Maar ik kon wel de hele Albert Heijn verhuizen. Met mijn laadbak.