In Warners’ huizen staat de tijd stil

Architectuur

Een prachtig nieuw fotoboek maakt duidelijk hoe weinig er veranderd is in veel huizen in Zuid, een eeuw geleden ontworpen door architect Warners.

Appartementengebouw Oldenhoeck van Warners, Jacob Obrechtstraat. Foto’s Arjan Bronkhorst

Geen gebouw doorstaat de tijd ongeschonden; vroeg of laat wordt er altijd wel iets aan veranderd. Zelfs het 17de-eeuwse Koninklijk Paleis op de Dam, het belangrijkste gebouw van Amsterdam, kreeg in de loop van de tijd niet alleen een balkon, maar ook moderne voorzieningen als badkamers, wc’s en een lift. Maar in het trappenhuis van Oldenhoeck, een appartementengebouw in de Jacob Obrechtstraat in Amsterdam-Zuid, lijkt de tijd echt te hebben stilgestaan.

In ieder geval valt op de schitterende foto’s die Arjan Bronkhorst ervan maakte voor het onlangs verschenen boek van de architect F.A. Warners architect geen enkele verandering of toevoeging te ontdekken. De tegelvloer van zwarte en witte golvende tegels liggen er net zo glimmend bij als bij de oplevering in 1926 en de zwart-stenen plinten en lambriseringen van gebogen planken van donker hout vertonen geen enkele barst of scheur. Hetzelfde geldt voor de marmeren traptreden, de trapleuningen en de houten deuren die toegang geven tot de appartementen: het is alsof de bouwvakkers een week geleden hun werk hebben afgemaakt.

Oldenhoeck is een van de negen grote gebouwen met luxe appartementen in en rondom de De Lairessestraat die in F.A. Warners architect terechtgekomen zijn. De eerste ervan, Huize Loma in de De Lairessestraat, gold bij de oplevering in 1913 als uiterst modern, legt Annet Pasveer uit in haar – nogal academische – essay in het boek, waarin verder behalve foto’s van ex- en vooral interieurs van Warners’ woningblokken ook diens ontwerptekeningen staan.

Het brede appartementengebouw, met op elke etage twee of meer flatwoningen met centrale verwarming en andere nieuwerwetse voorzieningen, deed pas laat zijn intrede in Amsterdam. In New York, Londen en andere grote steden waren grote gebouwen met luxe appartementen in de 19de eeuw gewoon geworden, maar in het Amsterdam van begin 20ste eeuw waren Warners’ brede blokken een breuk met de Nederlandse traditie van smalle, diepe huizen met eendere woningen boven elkaar. Zo onbekend, en dus als verkoopobject riskant, waren Warners’ brede appartementengebouwen dat de architect voor de bouw ervan de Exploitatie Maatschappij voor Etagewoningen oprichtte.

Vooral de exterieurs van zijn negen appartementengebouwen, waaronder Huize Zonnehoek uit 1915 en Huize Schouwenhoek uit 1936, bouwde Warners in een sobere variant van de Amsterdamse School. Misschien deed hij dit om commerciële redenen en verwachtte hij dat de nieuwe rijken van Amsterdam-Zuid niet in zulke wild-expressionistische woningen wilden wonen als de blokken voor arbeiders in De Pijp die zijn vriend, de bekende Amsterdamse School-architect Piet Kramer, had ontworpen.

In de interieurs van de appartementen van vaak meer dan 200 vierkante meter, waarvoor Warners soms ook het meubilair ontwierp, was hij minder terughoudend, zo laat Bronkhorst in tientallen prachtige kleurenfoto’s zien. Maar zo ongeremd als het werk van De Kramer wordt het ook hier niet.

Van de negen appartementenblokken in F.A. Warners architect is Oldenhoeck het best bewaard gebleven, schrijft Pasveer. Maar ook de andere blokken, zoals Steenhoek en Westhove, hebben nog veel prachtige originele lambriseringen, deuren, trapleuningen, vloertegels enzovoort. De reden van de weinige veranderingen die Warners’ appartementengebouwen in Amsterdam-Zuid hebben ondergaan, is niet moeilijk te raden: Warners heeft aan alle details van de blokken de grootste zorg besteed. En wat met veel aandacht is ontworpen, zo weet elke architect, gaat een lang leven tegemoet.

Annet Pasveer (essay) en Arjan Bronkhorst (foto’s): F.A. Warners, architect. Architectura & Natura, 208 blz., € 49,50.